Een recent verwerkt jeugdtrauma

Ach jee, forel. Dat het visje nog bestaat weet ik. Maar eet iemand het nog? Bij mij begint de forel in ieder geval meteen aan het korstje van een jeugdtrauma te krabben.

Dan staat ik weer in Gulpen. Als achtjarige bij de plaatselijke forelkwekerij waar tegen een kleine vergoeding de hele dag gevist mocht worden. En mijn vader hield van vissen. Het liefst de hele dag. Dus wat doe je als je dan in buurt op vakantie bent? Inderdaad, vissen.

En ik dacht, omdat ik een jongetje was, dat ik ook van vissen hield. Maar de activiteit leidde al snel tot existentiële vragen.

‘Wat heeft de worm die als aas ging dienen misdaan dat ik ‘m moest laten sterven?’ Alleen al de keuze maken uit die krioelende kluit leidde tot gewetenswroeging.

‘Waarom koos ik deze worm en die ander niet?’

‘Vader, heeft ie echt geen pijn?’ als ik de ongewervelde aan mijn haak zag kronkelen.

‘Hij heeft geen gevoel, jongen.’

‘Maar waarom gaat ie dan zo tekeer?’

‘Dan zie de forellen hem beter.’

Vervolgens was daar de ongewenste competitie waarin ik belandde.

Op welke plek mijn vader zijn lijntje ook in het water liet vallen, de vissen hielden van hem.

Ik ving niks. Ook niet als we van plaats wisselden.

En als er per ongeluk toch eens een forel in mijn worm hapte, haalde ik het visje uit het water met een haak door zijn oog in plaats van elegant door het puntje van zijn lip.

Of ik wachtte te lang met ophalen, zodat het diertje aas en haak al in zijn maag had zitten.

Het verwijderen werd veelal een operatie waarbij de patiënt zonder verdoving ( ‘Hij heeft geen gevoel, jongen.’) van al zijn ingewanden werd ontdaan. Op zich kwam dat wel weer goed uit, omdat de vangst ter consumptie mee naar huis genomen mocht worden.

Ik ruik nog de lucht van gebakken, gestoomde, gegrilde, gepocheerde en gekookte forel, waarmee het vakantiehuisje op de Gulpenerberg dat we vele zomers huurden, was doortrokken.

Nog erger: we aten ze nog op ook. Er nee tegen zeggen was geen optie. Vader en moeder: oorlog meegemaakt. Dus u begrijpt, het bord moest nog leeg ook.

‘Jongen, stel je toch niet zo aan! Een graatje is toch niet zo erg?’

(Nee, maar een mond vol wel…)

U begrijpt: forel, ik ben er geen fan van.

Tot ik voor De Herenclub, het nieuwe boek van Tom Kellerhuis, de wijnen mocht selecteren bij een aantal recepten. Een ervan: forel in botersaus.

En verdraaid na consumptie bleek ik mijn trauma voorbij.

Helemaal nadat we er getweeën achter waren gekomen dat een nederige geprijsde Sankt Anna Riesling Pur Mineral 2013 uit de Pfalz (Jumbo; € 5,99)

En nu ik de smaak weer te pakken had, besloot ik diezelfde wijn ook maar eens te schenken bij het recept van kruidige forel met couscous en sperziebonen van collega Vreugdenhil.

Ik ga het mijn vader eens voorschotelen.

Al maak ik ‘m met zo’n glas Riesling ernaast niet blij.

Het zal een biertje voor hem worden. Gulpener.