Die graat in z’n keel zat er blijkbaar al een jaar

Minister Dijsselbloem bood gisteren zijn excuses aan de Tweede Kamer aan. Hij had de salarisverhoging van de top van de bank eerder en explicieter moeten melden.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financien strikt zijn veter na afloop van het debat over ABN AMRO. BART MAAT/ANP

Hij maakte net genoeg excuses en deed net genoeg toezeggingen om er ongeschonden uit te komen. Gisteren ging minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) met de Tweede Kamer in debat over staatsbank ABN Amro. Belangrijkste agendapunt: de salarisverhoging van 100.000 euro, voor zes van de zeven leden van de Raad van Bestuur, die inmiddels is teruggedraaid.

De excuses: ja, ik had de Tweede Kamer eerder en explicieter moeten melden dat de bestuurders die salarisverhoging kregen, gaf minister Dijsselbloem na enig aandringen toe. Hij verdedigde zich aanvankelijk dat de verhoging een „staand besluit” was, waar hij eigenlijk niks mee te maken had. Maar, erkende hij later, het was inderdaad beter geweest als de Kamerleden daar niet voor het eerst over hadden gelezen in het jaarverslag van ABN Amro drie weken geleden. Door het niet eerder te melden, is de minister naar eigen zeggen „tekortgeschoten”.

De toezegging: nee, het zal niet weer gebeuren, beloofde Dijsselbloem. Zo lang ABN Amro nog staatseigendom is, krijgen de bestuurders van de bank geen salarisverhoging. Op de extra 100.000 euro salaris, ter compensatie van het wegvallen van de kans op een bonus, hebben de bestuurders pas weer recht als de staat geen enkel aandeel ABN Amro meer in bezit heeft – dat kan zo nog jaren duren. ABN Amro bevestigt in een reactie dat de bank dat met minister Dijssebloem heeft afgesproken.

De spanning in het debat zat in de vraag wat Dijsselbloem nou precies tegen de top van ABN Amro gezegd heeft, toen hij in maart vorig jaar over de salarisverhoging werd ingelicht.

Toen de verhoging publiek werd, heeft de minister die hard veroordeeld. Het was „een graat in zijn keel”. Maar, constateerde D66-Kamerlid Wouter Koolmees, die graat zat er blijkbaar al een jaar – want zo lang wist Dijsselbloem al dat dat extra salaris werd uitbetaald. Bovendien heeft de minister volgens ABN Amro beloofd de bank te zullen verdedigen, zo bleek vorige week uit uitgelekte correspondentie tussen de bank en haar aandeelhouder.

Dus, wilden de Kamerleden weten, hoe zit dat? Hoe luid en duidelijk heeft hij zijn afkeuring destijds nou eigenlijk laten blijken?

Hij hád ze kunnen ontslaan

Ze namen vrij snel genoegen met zijn uitleg. De minister heeft naar eigen zeggen „heel helder en met krachtige bewoordingen” tegen ABN Amro gezegd dat hij de salarisverhoging onverstandig vond – zoals hij eerder al had aangegeven. Maar, zei hij toen de Kamer aandrong, hij heeft níét gezegd dat hij die ‘onacceptabel’ vond.

De reden: in het laatste geval had de minister ook bereid moeten zijn het vertrouwen in de top van de bank op te zeggen – met eventueel ontslag tot gevolg, als ze nog steeds niet naar hem zouden luisteren. Die radicale stap wilde de minister uiteindelijk niet zetten, zei hij. Om die reden hield hij het in de discussies met ABN Amro bij het mildere ‘onverstandig’.

Ook wilde de Kamer weten waarom de minister de salarisverhoging niet heeft tegengehouden. Hij is toch de aandeelhouder – en dus de baas? Maar blokkeren kon hij de 100.000 euro extra salaris niet, zei Dijsselbloem. Het besluit daarover was in 2012 immers al goedgekeurd door zijn voorganger, Jan Kees de Jager. Iets wat Dijsselbloem toen trouwens naar eigen zeggen waarschijnlijk ook had gedaan. „Ik val mijn voorganger niet af.” Volgens hem zijn de tijden veranderd en kijken we nu „scherper” naar beloning dan in 2012.

Met de voor Dijsselbloem goede afloop van dit debat – het voorlopige sluitstuk van drie weken politieke ophef over beloningen – heeft hij zijn handen vrij om een besluit te nemen over de beursgang van ABN Amro.

Sommige Kamerleden suggereerden dat de bank maar op een andere manier verkocht moet worden (CDA, ChristenUnie), of helemaal in staatshanden moet blijven (SP). De minister wil er niks van weten. Die beursgang komt er gewoon. Het onderwerp komt „zo spoedig mogelijk” weer op de agenda van de ministerraad.