Deze Othello mist diepgang

„Sorry”, zegt acteur Roy Aernouts aan het begin van de voorstelling. „Sorry dat dit niet voldoet aan de verwachtingen die jullie hadden.” De blanke acteur zal vanavond de zwarte Moor Othello ongeschminkt spelen. Zijn vrouw Desdemona is geen dochter van een Venetiaanse senator maar een Afrikaanse vluchteling, gespeeld door de zwarte actrice Julia Ghysels.

De uit Irak gevluchte regisseur Mokhallad Rasem maakt van Shakespeares tragedie een actuele politieke fabel. Othello wantrouwt zijn vrouw niet om een verloren zakdoek, maar een verblijfsvergunning. Zijn vertrouweling Jago (Filip Jordens) stookt „hoe is zij hier en is zij wel regulier?”

Slimme vondst is dat Desdemona zelf vooral zwijgt of onverstaanbaar Lingala praat. Pas aan het eind heeft zij een lange monoloog. Daarvoor projecteren Othello en Jago vooral hun eigen dromen en gedachten op de vreemde vrouw. Othello’s liefde bekoelt uiteindelijk niet door vermeend overspel, maar door miscommunicatie en wantrouwen.

Deze Othello draagt geen hoopvolle boodschap uit. Aan het begin meent Othello met zijn liefde alle kloven tussen culturen te kunnen overbruggen. Aan het eind verandert zijn huwelijksbed in een donker graf.

Rasem is niet vies van effectbejag. Op de achtergrond spelen filmbeelden uit Afrika en klinkt een dreigende soundtrack. Aernouts en Jordens zingen emotionele liefdesliedjes. Ter vermaak zijn er tussendoor geestige goochel- en cabaretacts.

Aan spelregie besteedde Rasem duidelijk minder aandacht. Ook in zijn politieke standpunten zoekt hij zelden diepgang. Het maakt dat deze bij vlagen indrukwekkende voorstelling uiteindelijk toch niet beklijft.