Defensie: opleiding bestuurders drones was lange tijd inadequaat

De opleiding van piloten bij defensie die vanaf de grond Scaneagle-drones besturen was lange tijd „inadequaat”. Zo was er geen aandacht voor het reageren op twee calamiteiten tegelijk.

Dit staat in een onderzoek dat het ministerie van Defensie onlangs afrondde naar een Scaneagle-crash in de Indische Oceaan. Deze krant ontving dit rapport met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De Scaneagle, 22 kilo en vliegend op kerosine, werd in 2013 door de marine ingezet om voor de Somalische kust piraten op te sporen. Het toestel stortte neer nadat het in een spin raakte en de motor afsloeg. De bestuurder op de grond wist niet hoe te reageren op deze gelijktijdige calamiteiten , waardoor hij mogelijk te veel gas gaf en de motor volgens het onderzoek „verzoop”.

Het blijft onduidelijk in hoeverre Defensie erin is geslaagd de oorzaak van de crash te bepalen. De Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA) concludeerde dat het onderzoeksteam aan „tunnelvisie” leed en uit „onervaren onderzoekers” bestond. Volgens de MLA waren er veel aannames gedaan en bleven veel vragen onbeantwoord. Daarom werd verder onderzoek geëist. Dat kwam er nooit. Tijdens een gesprek tussen de MLA en de onderzoekscommissie, afgelopen oktober, gingen de meeste bezwaren van tafel.

In het definitieve onderzoeksrapport werden enkele conclusies toegevoegd. Zo kwam er in het rapport te staan dat een betere kennis van de automatische piloot bij de bestuurder op de grond er wellicht toe zou hebben geleid dat de vlucht vroegtijdig was afgebroken. De MLA laat nu weten de crash als incident te beschouwen.

Defensie biedt de Scaneagles momenteel aan om ter ondersteuning van de politie in Nederland op inbrekers te jagen. De MLA zegt per geval te zullen beoordelen of ze hier „zo veilig mogelijk” kunnen vliegen. In tegenstelling tot de kleinere Raven-drones zijn de Scaneagles, voor zover bekend, nog niet voor de politie ingezet.