De moeder wil haar zoon terugveroveren op de buitenwereld

Tom Lanoye heeft de monoloog lief. Niet slechts de alleenspraken in zijn theaterstukken, ook zijn romans moeten volgens hem vaak als monologen worden gelezen – of iemand steekt er plotseling eentje af. Hij beheerst het inmiddels tot in de puntjes: zijn personage een tekst in de mond leggen waarvan je gelooft dat dít het verhaal is zoals iemand het zou vertellen. Tegelijkertijd geeft hij genoeg aanwijzingen die de verzwegen werkelijkheid achter het verhaal zichtbaar maken. Monologen zijn vaak apologieën; ze bevinden zich in het krachtenveld van beschuldiging en verdediging.

Het nu als novelle uitgebrachte GAZ. Pleidooi van een gedoemde moeder is geschreven in opdracht van GoneWest een West-Vlaamse organisatie die zich bezig houdt met de herdenking van WO I – de tekst ligt ook aan de basis van een voorstelling van Theater Malpertuis. De moeder die in GAZ aan het woord is, heeft een terrorist gebaard. En niet de minste: haar zoon heeft bijna tweehonderd mensen omgebracht. De apologie begint bij de geboorte van wat dus een monster zal blijken te zijn: ‘Ik had hem kunnen opeten. Misschien had ik het moeten doen. Een fonkelnieuwe moeder die preventief haar eigen kroost verorbert. Uit liefde en compassie voor hem. Uit voorspellende wanhoop voor zichzelf.’

Wat de moeder wil bewerkstellingen met haar verhaal, is het terugveroveren van haar zoon op de buitenwereld, die in alle details uit de biografie van de jongen (keizersnede, afwezige vader) een puzzelstukje wil zien – een deel van het bouwpakket dat tot een onmens leidt. ‘Hij heeft gedood en hij is gestorven voor symbolen. Vervolgens is hij er zelf een geworden.’ Dat laatste is de grootste frustratie van de moeder: ze strijdt tegen het determinisme van de buitenwereld en is meedogenloos over de heilige huisjes, de ‘rondreizende verbale schimmels’ waarmee haar kind tot een abstractie wordt gemaakt. Inclusief breder gedragen gedachten, als die dat humor de grootste verworvenheid van de westerse beschaving is: ‘Pas op: dat is dan niet bedoeld om te lachen.’ Lanoye houdt een vlijmscherp betoog voor menselijkheid: niet zozeer in de betekenis van compassie, maar vooral als erkenning van het feit dat een mens of zijn handelingen niet tot een paar motieven te herleiden zijn. Dat doet hij overtuigend, al blijft GAZ enigszins aan de oppervlakte. Zo is er geen enkel ideologisch of religieus verband tussen de moeder en haar zoon de moslimterrorist. Had Lanoye dat wel uitgewerkt, dan had GAZ een extra laag gekregen. Binnen de beperkingen (zoals tijd) van een theatertekst was dat misschien niet in te passen – wellicht schuilt er in GAZ nog een roman.