De laatste Vroman lees je het liefst achterstevoren

‘Ik weet niet of ik de honderd haal, maar zo niet, vier dat dan toch maar.’ Dus werd er afgelopen dinsdag een door Jeroen Henneman gemaakt drie meter hoog stalen beeld van Vroman naar het dak van de Chocoladefabriek in Gouda getakeld, wat je meteen doet denken aan een van de gedichten uit Die vleugels II:

Doordat ik niet zeker wist

of ik naar een hemel wilde

heb ik de kraan die mij dan tilde

waarschijnlijk gemist,

en de kraan die die kraan tilde

en de kraan die die kraan tilde

allemaal gemist.

Vandaag onthullen Geri en Peggy Vroman het beeld van hun vader, op zijn honderdste geboortedag. Daarna breekt de Nacht van Vroman aan, een klein festival ter ere van de dichter die op 22 februari vorig jaar overleed. De gedichten in de postume bundel staan op chronologische volgorde en gaan natuurlijk over doodgaan. ‘We lijden allemaal aan dezelfde ziekte, sterfelijkheid’, zei Vroman ooit – en de laatste maanden van zijn leven wist hij dat hij de honderd net niet zou halen. Dus bekeek hij zijn interieur en projecteerde hij daar de laatste restjes leven op die nog in hem zaten: ‘Ik zie onze meubels, speciaal/ die met vier poten,/ ernstig en helemaal/ verdiept in hun dood en// zou ze dolgraag troosten’. Je kunt de bundel maar beter van achter naar voren lezen, weg van het einde. Dan schrijft hij over zijn verlangen om met ‘een mandje met mijn niertjes/ als geteugelde huisdiertjes/ bij vredig maar niet al te warm/ winderig of regenweer/ langs een boulevard flaneer.’ Hij besluit het gedicht:

Zo beschikbaar wil ik wezen

door mijn werk te laten lezen.

en zo kwetsbaar bovendien

door mij te laten zien.

Nu was de kwetsbaarheid van Leo Vroman van een merkwaardige onkwetsbaarheid. Er waren ook dingen die hij niet aan de buitenwereld toonde – zoals hoe zijn grote liefde Tineke in de laatste jaren steeds meer last kreeg van haar geheugen.

If my dear, dear wife

would dare to die first

she would simplify my life

to a fading thirst

for I would stop eating and drinking

and after about a week

I would no longer speak.

Then on the longest night

I would slowly stop thinking.

But I might

Het is er niet van gekomen. Terwijl Leo in Gouda richting hemel wordt getakeld, zit Tineke thuis in Texas alleen.