Betalen voor celstraf is symboolpolitiek

Gevangenen krijgen straks, zoals in hotels, de rekening gepresenteerd voor ‘kost en inwoning’. Denk niet dat het de overheid geld oplevert, schrijven Nadja Jungmann en Anneke Menger.

Gedetineerden gaan zelf meebetalen aan de kosten voor hun veroordeling en gevangenschap. Tenminste, als het aan het kabinet ligt. Een wetsvoorstel hiervoor ligt momenteel bij de Tweede Kamer. Voor verblijf in de gevangenis gaan zij 112 euro per week betalen. Na een detentie van bijvoorbeeld twee jaar ligt er dan een rekening van 11.648 euro. Deze eigen bijdrage is niet bedoeld als (extra) straf. Al zal het in de praktijk wel zo voelen. Het idee is dat het de staat extra inkomsten oplevert. En dat geld moet onder meer ten goede komen aan de slachtofferzorg.

Hoe logisch is het om gedetineerden te vragen bij te dragen in de kosten?

De gedachte dat gedetineerden bijdragen aan de kosten van hun huisvesting en levensonderhoud is op het eerste gezicht helemaal niet zo gek. Niemand woont en eet voor niets. Dus waarom zou je als gedetineerde wel gratis kost en inwoning genieten? En waarom zou een gedetineerde niet meebetalen aan slachtofferzorg?

Maar als we iets verder kijken dan onze neus lang is, dan blijkt het wetsvoorstel in zijn eigen staart te bijten. Wie in detentie zit, heeft geen loon of uitkering. Als ze dan al iets aan geld kunnen verdienen, dan is dat – in het meest gunstige geval – een bedrag van 15 euro per week.

Een groot deel van de gedetineerden heeft enorme schulden als ze de gevangenis ingaan. Voor een deel van hen zijn de schulden zelfs de enige grond voor de detentie, opgelegd omdat zij boetes niet meer konden betalen. Na het uitzitten van de straf is het doorgaans ingewikkeld, of zelfs onmogelijk, de financiële problemen op te lossen.

Uit recent onderzoek blijkt dat deze groep, door allerlei regels en omstandigheden bij gemeenten en andere instanties, zelden in aanmerking komt voor schuldhulpverlening. En als ze er wel voor in aanmerking komt, is er een grote kans dat de schulden niet voor een sanering in aanmerking komen. Bij uitvoering van het wetsvoorstel loopt de schuldenproblematiek van ex-gedetineerden de komende jaren dus alleen maar verder op, terwijl ze in de huidige situatie al niet weten hoe ze ooit nog uit de schulden moeten komen.

Gezien deze grote schuldenlast is er weinig aanleiding te verwachten dat het wetsvoorstel oplevert wat het beoogt: geld om veroordelingen en detentie mede uit te bekostigen. Het levert hooguit op dat justitie mag aansluiten bij de al bestaande lange rij van schuldeisers.

Wat betekent de maatregel voor de kans op recidive na detentie?

Onderzoek toont aan dat (onoplosbare) schulden bijdragen aan het ontstaan van allerlei nieuwe problemen: werkloosheid, ziekte, sociaal isolement, etc. Deze problemen zijn voor iedereen die het treft een barrière om het leven weer op de rit te krijgen. Maar bij ex-gedetineerden zijn ze extra risicovol. Onderzoek toont namelijk ook aan dat werk, hechte sociale contacten en/of een vaste woon- en verblijfsplaats belangrijke voorwaarden zijn om de kans op recidive van criminaliteit te verminderen.

Voor elk mens dat zijn gedrag wil veranderen, zijn persoonlijke motivatie en een wilsbesluit belangrijke voorwaarden om die verandering tot een goed einde te brengen, maar vaak is dat niet genoeg. Dat geldt ook voor mensen die willen stoppen met strafbaar gedrag en die een maatschappelijk aanvaard leven willen gaan leiden. Naast de eigen motivatie is steun van de sociale omgeving cruciaal voor succes. Hierbij hoort ook dat de betrokkenen mogelijkheden en oplossingen zien in hun complex van problemen, waaronder hun schulden. Het nieuwe wetsvoorstel werpt voor deze gedragsverandering en resocialisatie een extra drempel op. In termen van effect is de kans reëel dat het wetsvoorstel eerder zal bijdragen aan vermeerdering dan aan vermindering van recidive.

Levert het de samenleving geld op? En worden slachtoffers er beter van?

Alles overwegend is er dus weinig reden om aan te nemen dat het wetsvoorstel leidt tot wat ermee wordt beoogd, namelijk dat ex-gedetineerden bijdragen aan de kosten die ze veroorzaken. Het plan kent namelijk ook niet-becijferde kosten.

Bureau Nibud berekende vorig jaar dat een huishouden met problematische schulden de samenleving gemiddeld een ton kost, omdat deze mensen vaker ziek zijn, eerder hun baan verliezen en dan op een uitkering aangewezen zijn, en er kosten worden gemaakt bij huisuitzetting. Dat is een veelvoud van het bedrag dat de eigen bijdrage oplevert.

De gedachte dat de zorg voor slachtoffers er beter van wordt, komt ook hiermee op losse schroeven te staan. De van staatswege opgelegde bijdrage aan de gevangeniskosten zou zelfs ten koste kunnen gaan van rechtstreekse schadevergoedingen aan slachtoffers. En juist deze rechtstreekse vergoedingen kunnen een rol spelen bij het herstel van zowel slachtoffers als delinquenten.

Tegelijkertijd is er wel reden te veronderstellen dat het wetsvoorstel onbedoelde effecten zal hebben. Gedetineerden zullen de eigen bijdrage vaak wel als extra straf voelen en de kans op recidive wordt daarmee onbedoeld groter.

Met het wetsvoorstel wordt politiek een principieel standpunt uitgedragen, maar in de praktijk gaat het echter om symboolpolitiek. Vooralsnog ontbreekt het aan een heldere berekening van hoeveel geld de noodzakelijke incassoprocedures gaan opleveren en wat de zorg voor slachtoffers er werkelijk wijzer van wordt. Wel is duidelijk dat de schuldenpositie van ex-gedetineerden nog ingewikkelder wordt en dat hun mogelijkheden voor succesvolle terugkeer in de samenleving afnemen. Met alle extra maatschappelijke kosten van dien.