‘Banken schieten in eigen voet’

Het baart baas van waakhond AFM zorgen dat banken alleen onder druk veranderen.

„Ik wil mezelf niet als voorbeeld stellen. Maar ik denk wel dat echt niet iedereen gedreven wordt door geld.” Foto David van Dam

Het was een woelig eerste jaar voor Merel van Vroonhoven (47), de nieuwe baas van de AFM. Ze was driekwart jaar bezig toen de raad van toezicht, zeg maar de interne controleurs die de toezichthouder weer controleren, in opspraak kwam.

Er werd, op verzoek van de raad, een extern onderzoek gehouden naar de regels voor nevenfuncties van leden van de raad en de naleving daarvan. Er bleken geen regels overtreden. Maar minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) hekelde wel de „slordige cultuur” binnen de raad. Om uiteenlopende redenen vertrokken de laatste tijd vier van de vijf toezichtsleden. Zij zijn nog niet vervangen.

En er waren lastige dossiers. De afdelingen bijzonder beheer van banken. Rentederivaten. Woekerpolissen. Het gebrekkige functioneren van accountantskantoren. De AFM wil een toezichthouder zijn die zo nodig zijn tanden laat zien. Maar dat lukt niet altijd, stellen critici.

Van Vroonhovens ziet zelf als haar primaire taak: er aan bijdragen dat mensen de financiële sector weer gaan vertrouwen. Sinds het uitbreken van de crisis is dat vertrouwen tot een dieptepunt gedaald. De AFM zag in 2014 een licht, zij het broos herstel. Maar het baart haar zorgen dat de positieve stappen die banken en verzekeraars hebben gezet vooral onder druk van politici en burgers tot stand komen. De AFM wil dat de financiële sector meer uit eigen beweging verandert.

De rel over salarisverhogingen bij ABN Amro doet het broze vertrouwen geen goed. Gisteren sprak Van Vroonhoven zich hierover uit, naar aanleiding van het verschijnen van het jaarverslag van de AFM. Ze is een van de belangrijkste toezichthouders van Nederland.

Wat vindt u van de ophef die er is ontstaan?

„Die is een heel belangrijk signaal van de samenleving aan banken en verzekeraars. Mensen hebben nog onvoldoende vertrouwen in hen en voelen nog steeds de pijn van de crisis, ze zijn hun baan kwijt of hun onderneming is failliet. Ze willen dat financiële instellingen laten zien dat ze begrijpen dat ze een maatschappelijke taak hebben. En dat ze uit eigen beweging veranderen, niet omdat ze gedwongen worden.”

Dus die salarisverhogingen waren niet zo handig?

„Het was onverstandig. ABN Amro zegt nu dat ze onderschat heeft wat er in de samenleving leeft. Maar het kwaad is al geschied. Dit doet ook ontzettend veel afbreuk aan al het goede dat al wel gebeurd is in de sector. De banken en verzekeraars schieten zichzelf hiermee in eigen voet.”

Waarom gaat het keer op keer mis?

„Daar denken veel mensen over na. Mijn zorg is: het is fijn dat er dingen veranderen als je ergens druk op zet, maar hoe ‘blijvend’ is dat? Daarbij: je kunt niet overal op duwen.”

Wil de financiële sector op dit vlak niet veranderen? Is er een gebrek aan wil?

„Het is een combinatie. Banken zijn al druk met het veranderen van andere dingen en sommige dingen verander je niet zomaar. Mensen werken soms al jaren op eenzelfde manier, die kijken met een bepaalde bril. Maar er is ook onvoldoende besef dat er écht iets anders nodig is. Men heeft de neiging om deuren dicht te houden en door te gaan op de oude manier.”

Dat is toch opmerkelijk. De kritiek op de beloningen is er al sinds het uitbreken van de crisis.

„Daar zit dus echt een gebrek aan gevoel voor het sentiment in de samenleving. De sector heeft gedacht: ‘Maar dit hadden we toch afgesproken? Dus is de kous af.’ Maar je kunt niet zomaar over de pijn van burgers heenstappen. De verbazing in de sector over de ophef is dus oprecht. Maar als je van buiten komt, denk je: hoe kun je het missen?”

Moeten er regels komen voor beloningen?

„Zover ben ik nog niet in mijn denken. In mijn beleving is de beste manier om het vertrouwen te herstellen dat klanten ervaren dat financiële instellingen het goed met hen voorhebben. Dan wordt de beloningsdiscussie al snel een afgeleide discussie.”

Als de klant tevreden is, maakt hem die hoge salarissen niet meer uit?

„Ja. Overigens vraag ik me dan wel nog steeds af hoe hoog die salarissen precies moeten zijn. Moet je vergelijken met salarissen bij andere internationale ondernemingen? Banken doen dat nu omdat ze zeggen dat ze anders mensen kwijtraken. Maar is dat zo? Of zit de sector misschien vast in een oud denkpatroon?”

U heeft twijfels bij dat argument?

„Ik denk dat mensen uit het buitenland, die hogere beloningen gewend zijn, inderdaad moeilijker aan te trekken zijn. Maar we hebben toch ook hele goede mensen in Nederland? En hoeveel Nederlanders gaan er uiteindelijk voor buitenlandse bedrijven werken? Dat zou ik wel willen weten.”

U ging er zelf een paar ton op achteruit toen u voor de AFM ging werken. Talent kun je dus wel aantrekken met ‘normale’ salarissen?

„Ik wil mezelf niet als voorbeeld stellen. Maar ik denk wel dat echt niet iedereen gedreven wordt door geld. Het mantra dat talent alleen te verkrijgen is als je hoge salarissen betaalt, klopt niet. Ik ga er niet over. De AFM gaat over eerlijke en transparante markten. Maar ik wil de sector oproepen, nu deze geest uit de fles is, om hierover met de samenleving in gesprek te gaan. De enige manier om hieruit te komen is niet te polariseren maar door te debatteren.”