Zwarten kregen hoge posities

Iedere vrijdag predikt Hanina Ajarai het geloof dat zij belijdt. Deze week: over discriminatie en racisme onder moslims.

In de naam van God, de Barmhartige, de Erbarmer, Het is goed dat er steeds meer aandacht is voor islamofobie, of de discriminatie van moslims. We leven gelukkig in een land waar je, ook als je aanhanger bent van een ‘vreemde’ godsdienst, dezelfde rechten kunt opeisen als ieder ander. Wat dat betreft is Nederland islamitischer dan veel islamitische landen.

Er zijn twee economen die regelmatig onderzoeken welk land het meest leeft volgens de waarden van de Koran. Europese landen winnen dit altijd van moslimlanden. Ik geloof dat Ierland dit jaar het meest islamitische land ter wereld is. Logisch: het gaat bij die Islamicity Index om waarden als gelijkheid, vrijheid, goed bestuur en rechtvaardigheid.

Daar moet ik aan denken als het over racisme en discriminatie in de islam gaat. De islam verwerpt elke vorm van racisme en discriminatie, maar intussen zijn veel moslims wel vaak schuldig hieraan. Ik ken gezinnen waar de ouders nog steeds geen huwelijkskandidaat voor hun dochter accepteren als hij niet dezelfde etniciteit heeft. En in Saoedi-Arabië, volgens velen toch het meest islamitische land op aarde, kijken ze neer op zwarte arbeidsmigranten.

Zoiets gaat vaak instinctief, het is tenslotte menselijk onderscheid te maken en ‘de Ander’ slechte eigenschappen toe te dichten. Maar dit maakt het niet minder verkeerd.

De islam beschouwt iedereen als gelijkwaardig, een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, een man niet beter dan een vrouw.

In de Koran staat: ‘O mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt opdat jullie elkaar leren kennen.’ (49:13)

Onderscheid, tussen moslims althans, is er alleen op basis van rechtschapenheid, zo is te lezen in dezelfde vers: ‘De meest edele van jullie volgens God is degene die het meest rechtschapen is.’

Profeet Mohammed, vzmh, trad dan ook fel op tegen racisme. Hij benoemde zwarte moslims op hoge posities, ook al was dat in de tijd van geaccepteerde slavernij ongewoon. Een keer hoorde hij een woordenwisseling tussen twee van zijn volgelingen waarbij de een de ander ‘zoon van een zwarte vrouw’ noemde. Er volgde direct een berisping. ‘Benoem jij hem aan de hand van de kleur van zijn moeder? Dan ben jij nog altijd niet vrij van pre-islamitische achterlijkheid.’ Racisme bedoelde hij, moest tot het verleden horen. Het was iets wat hij, in naam van God, nu juist kwam bestrijden.

Minderheden, oftewel niet-moslims, in de bloeitijd van de islam hadden hun door God gegeven rechten, waaraan niemand mocht tornen. Recht op het beoefenen van hun eigen godsdienst natuurlijk, maar ook het recht op bescherming van lijf en bezittingen tegen welke vijand dan ook. Ze hadden bovendien evenveel kans om werk te vinden.

Ja, ze moesten een speciale belasting betalen, maar daar tegenover staat dat zij geen zakat, aalmoesbelasting, hoefden te betalen: een verplichting voor alle moslims. Bovendien mochten ze in gelijke mate gebruikmaken van de voorzieningen die uit die twee belastingen werden betaald.

Maar hoe zit het dan met vrouwen. Zij hebben toch aantoonbaar minder rechten in de islam dan mannen? En is dat niet ook discriminatie? Goede vragen voor de volgende preek.