Zo excentriek en tóch herkenbaar

Frank is een film over een popzanger die zich verstopt in een gigantisch carnavalshoofd van papier-maché.

©

Frank is de excentriekste film van het jaar. Nu al. Dat komt door van alles en nog wat. Frank is een film over een popzanger die zich verstopt in een gigantisch carnavalshoofd van papier-maché. Dat klinkt meliger dan het is, want Frank is eigenlijk tamelijk melancholiek, ondanks het feit dat het een scherpe satire is op de muziekindustrie, sterrendom en sociale media. Die melancholie zit onder dat masker.

Het masker vermomt en onthult tegelijk. Franks masker is kinderlijk, cartoonesk, uitdrukkingsloos: een geweldige spiegel om jezelf in te zien, om op te projecteren. En dat doet iedereen dan ook: bandgenoten, manager en vooral zijn trouwste fan Jon, die als toetsenist tot de band toetreedt en via Twitter Frank zo populair maakt dat het hippe SXSW- festival in Austin zijn band uitnodigt.

Net als Frank is Jon gebaseerd op een bestaand persoon. Sterker nog, deze Jon Ronson is co-scenarist en heeft zichzelf (op tamelijk ontwapenende manier) meteen de hoofdrol toebedeeld. Hij is de toeschouwer, de katalysator en de kwade genius. Zodra je weet dat Frank gespeeld wordt door Michael Fassbender, wordt het nog vreemder om naar dat verbaasde maskerhoofd te kijken. Fassbender speelde eerder een seksverslaafde, een hongerstaker, een X-Man, een gladiator. Dat alles is gefilmd in een geruststellende hipsterstijl, zodat we de ironische coderingen van de dubbele bodems niet vergeten. En voorzien van geweldige, net echte indiemuziek. Op een of andere manier passen al die laagjes en rafels van dit post-postmoderne filmbouwsel zo goed in elkaar en waait er nog zoveel fantasie door de kieren dat je er vanaf het eerste moment in gelooft. Zo menselijk en herkenbaar is Frank dat het eigenlijk ook de normaalste film van het jaar is.