Column

Wie niet meeknokt, is medeplichtig

Reizigersorganisatie Rover wil dat burgers bijspringen bij agressie tegen NS-personeel. Columnist Christiaan Weijts krijgt spontaan hartkloppingen bij dat idee.

Het gebeurde in het boemeltje tussen Haarlem en Leiden. Jij stapte in bij Hillegom. Toen je tegenover me kwam zitten trok je je rokje recht en legde daar een boek op, waarvan ik de titel niet kon lezen. Je benen waren bloot en mooi, boven je ranke riempjessandalen die even adembenemend paars waren als de bollenvelden die voorbij waaierden achter het raam.

Telkens als je een bladzijde omsloeg, likte je eerst aan de ringvinger van je rechterhand. Ademloos, betoverd maar ook gepijnigd aanschouwde ik dit ritueel, en ik rouwde om wat er met de komst van het eBook verloren ging. Dat wilde ik je zeggen. En dat ik jaloers was. Dat ík die ringvinger wel wilde zijn, of jij de mijne, dat donderde niet, de hoofdzaak was dat we bezig waren, zoals Gerard Reve ergens terecht heeft gedicht.

Net toen ik inademde, en de stap durfde te wagen, kreeg ik een sms. Sterker nog: overal trilden, piepten en floten alle smartphones simultaan. Iedereen had hetzelfde bericht: ‘IN TREINSTEL 5569 VERTOONT EEN VERWARDE MAN AGRESSIEF GEDRAG. UW HULP IS DRINGEND GEWENST.’

Ik herinnerde me dat reizigersorganisatie Rover onlangs pleitte voor ‘een soort burgernet’ bij ‘problemen op het spoor’. „Als er vóór in de trein iets gebeurt, zouden reizigers een melding moeten kunnen krijgen. Zo kunnen ze met z'n allen helpen en bijspringen”, had Rover aan Editie NL verklaard.

Ik keek rond. Tussen alle vrouwen en jongeren ontwaarde ik maar twee volwassen mannen. Ineens zag ik de keerzijde in van dat hele burgernetgebeuren: het dwingt je de held uit te hangen. Hou ’NS je handen thuis! Dat is de guitige slogan van Editie NL, maar we moeten die handen juist meenemen. Eerst móchten we inbrekers zelf met honkbalknuppels van katoen geven, nu móésten we onze handjes wel laten wapperen voor elke conducteur in het nauw. Wie niet meeknokt, is medeplichtig.

Een busje pepperspray voor de conducteurs had dat kunnen voorkomen, dacht ik, toen ik de schuifdeuren opende naar het treinstel des onheils. Maar daarna dacht ik aan hoe jij me straks als held zou omhelzen (en misschien wel meer…?). En alleen voor jou, mijn heerlijke Hillegomse, mijn blozende bollenveldmeisje, voor jou alleen…

Kdeng! Kdeng!

Een flikkerend mes striemt langs mijn keel. Ik lig op de grond, voel een trap, dan een vuistslag, en ik proef metalig bloed als ik wakker word in dit ziekenhuisbed.

Welkom in het land waar elke burger agent is zonder wapen.

Kom jij me een bosje tulpen brengen?

Gaat dit over jou? Neem dan contact op met de NS. Al kun je natuurlijk beter bellen met de plaatselijke politie.