Temperatuur stijgt niet veel sneller door dooi in de toendra

Door het broeikaseffect ontdooit de permafrost. Maar dat gaat niet catastrofaal snel, zoals eerder wel is gedacht.

Het ontdooien van permafrostgebieden in Siberië, Alaska en Canada zal niet, zoals eerder werd gevreesd, plotseling en op korte termijn gigantische hoeveelheden broeikasgassen de lucht inbrengen. Het zal heel geleidelijk gaan en eeuwen duren. Dit proces leidt dus niet tot een plotselinge verdere klimaatopwarming.

Dat schrijft een groep internationale onderzoekers, waaronder dr. Jorien Vonk van de Universiteit Utrecht, vandaag in een overzichtsartikel in het tijdschrift Nature. Vonk doet sinds 2005 onderzoek aan de permafrost. „De idee bestaat dat het ontdooien van permafrost een soort tikkende tijdbom is. Dat is niet realistisch”, zegt Vonk.

Permafrost is de naam voor de altijd bevroren bodems in de noordelijke poolstreken. Als die door de klimaatopwarming ontdooien komt de daar aanwezige koolstof beschikbaar als voedingsbron voor micro-organismen. Die leven en scheiden daarbij CO2 of CH4 (methaan) uit als afvalproducten.

In hun artikel inventariseren de 17 auteurs recente onderzoeksresultaten, die zijn verschenen na de laatste mondiale klimaatanalyse van het VN-panel IPCC, in het najaar van 2013. De klimaatmodellen van de aarde die voor die laatste IPCC-analyse zijn gebruikt, hielden nog geen rekening met de uitstoot van broeikasgassen (kooldioxide en methaan) door het ontdooien van permafrost.

De auteurs onderstrepen dat, ondanks onzekerheden, de grote lijnen duidelijk zijn. Deze eeuw zal tussen de 5 en 15 procent van alle koolstof in de permafrost vrijkomen als broeikasgas. In zijn omvang is die CO2-bron vergelijkbaar met veranderd landgebruik, zoals het kappen van bos en het omzetten ervan in landbouwgrond. Dat is slechts een fractie van de hoeveelheid broeikasgassen die via het verbranden van fossiele brandstoffen in de atmosfeer komt.