Rommelzolder van de geest

Wat kunstenaars als Damien Hirst en Andy Warhol zelf verzamelden, is te zien op de verrukkelijke expositie ‘Magnificent Obsessions’ in de Londense Barbican Gallery.

Andy Warhol was een obsessieve verzamelaar. Koektrommels, antieke stoelen, kunst van de indianen, speelgoed, noem maar op. Alles. Als hij iets eenmaal had gekocht leek hij zijn belangstelling te verliezen; hij legde zijn aanwinsten in de kast, vaak nog in de verpakking, en keek er niet meer naar. Hij hoefde het allemaal niet te gebruiken, of te laten zien, hij moest het allemaal gewoon hebben. Na zijn dood in 1987 duurde de veiling bij Sotheby’s van zijn nalatenschap, verdeeld over ruim tienduizend kavels, liefst tien dagen.

Warhol is een van veertien naoorlogse en hedendaagse kunstenaars van wie delen van de eigen verzamelingen zijn uitgestald op de verrukkelijke tentoonstelling Magnificent Obsessions: The Artist as Collector in de Londense Barbican Gallery. Daarnaast is er wat van hun eigen werk te zien.

Als bezoeker wordt je een blik gegund in de hersenpan van de kunstenaar; je dwaalt rond in de rommelzolder van de geest. Soms is het er precies zoals je je zou hebben voorgesteld: Warhols fascinatie met de populaire cultuur zie je één op één hier terug. En soms is het juist een verrassing, zoals bij de minimalistische Duitse kunstenares Hanne Darboven. De vrouw die we kennen van haar reeksen bladzijden vol identieke handgeschreven regels blijkt in de loop van vier decennia haar grote ouderlijke huis tot de nok toe vol te hebben gestouwd. Na haar dood in 2009 is alles in huis minutieus in kaart gebracht, en een deel daarvan is hier opnieuw ingericht, met haar prullaria, aardewerk, maskers, fotolijstjes en dieren, heel veel dieren, variërend van een kleine plastic dinosaurus tot beelden van een geit en een paard op ware grootte.

Bij sommige kunstenaars loop je met hen mee door hun geschiedenis. De verzameling van de Engelse keramist Edmund de Waal is zijn familieverhaal. Vijf generaties lang bezat zijn familie een verzameling kostbare Japanse netsukes (knoopjes), die alleen dankzij de bediende uit handen van de nazi’s zijn gebleven. De Waal schreef daarover de bestseller The Hare with the Amber Eyes – en die netsuke in de vorm van een haas is er ook te zien.

Een doos met vijftig glazen ogen, vervaardigd tussen 1811 en 1888 – ze geven je het ongemakkelijke gevoel dat ze je met hun blik volgen. Ze zijn onderdeel van de grote collectie anatomische tekeningen en medische voorwerpen van de Japanse fotograaf Hiroshi Sugimoto. Nadat hij in de jaren 70 naar New York was verhuisd, was het verzamelen van en handelen in Japanse volkskunst een manier om zich in leven te houden en om de band met zijn land te versterken. Met zijn verstilde foto’s – van de zee, van lege bioscopen, van wassen beelden – kreeg Sugimoto steeds meer succes, maar bleef handelen in kunst tot 1995. Nu koopt hij voor zichzelf: fossielen, objecten uit de Tweede Wereldoorlog, artefacten uit de vroege jaren van de ruimtevaart, de medische objecten en tekeningen. Een van de intrigerendste is een gekleurde tekening uit 1746 van een bevallige dame op de rug gezien – behalve dat haar rug tot aan haar stuitje is opengelegd om de ruggegraat en ribben te tonen. „Mijn verzameling is mijn mentor”, zegt Sugimoto in de catalogus. „Zij heeft mijn kennis en sensibiliteit getraind. Het is als een liefdesaffaire. I feel like the objects are calling out to me.”

Evenals Damien Hirst, van wie de collectie alles te maken heeft met zijn fascinatie voor de interactie tussen leven en dood, kunst en wetenschap, heeft Sugimoto de ultieme consequentie aanvaard van hun verzameldrift: beiden zijn bezig er een eigen gebouw voor neer te zetten. Dat van Hirst moet dit jaar in Londen opengaan.