Raad van State: waak voor oude reflex

Blijf hervormen, adviseert de Raad van State. Maar kabinet en Kamer moeten ook hun plek kennen: laat zelfredzame burgers en gemeentes met rust.

En nu vooruit. Vicepresident Piet Hein Donner van de Raad van State had zo de campagneleus van D66 kunnen lenen voor zijn jaarverslag. „Vertraging is gevaarlijker dan een teveel aan urgentie”, zegt hij.

Vanmorgen kwam de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van het kabinet, met zijn jaarlijkse beschouwing over de stand van de Nederlandse samenleving en de rol van de politiek daarin. Donners kernboodschap luidt: oude reflexen moeten een succesvolle uitvoering van alle hervormingen die het tweede kabinet-Rutte nu heeft doorgevoerd niet in de weg zitten.

Zijn verhaal valt op te splitsen in vier concretere waarschuwingen aan kabinet en Tweede Kamer.

Ga door met hervormen

Het kabinet zegt de urgentie te zien van verdere hervormingen, maar Donner noemt het „opvallend” dat dit niet wordt omgezet in „concrete voorstellen”. Een herziening van het belastingstelsel zou hij „wenselijk” vinden.

Dóórhervormen is volgens Donner nodig bij de huizenmarkt en de pensioenen, maar vooral de arbeidsmarkt. De voorstellen van het kabinet zijn nog te veel gericht op de bescherming van de traditionele arbeidsovereenkomst. Sociale bescherming werkt alleen als die niet meer standaard gekoppeld is aan de juridische vorm van de arbeidsrelatie.

De regering onderkent wel dat er meer moet gebeuren, schrijft Donner, maar hij ziet „in de praktijk vooralsnog weinig voortgang”.

Benadeel zelfredzame burger niet

Het is de keuze van het kabinet geweest om de publieke verantwoordelijkheid in te perken en die van burgers uit te breiden. Maar burgers die vervolgens aan zelfredzaamheid doen of elkaar helpen, mogen daarbij niet de dupe worden van oude regels.

Als buren of familieleden elkaar verzorgen, mag dat niet als gevolg hebben dat ze worden gekort op hun uitkering of AOW. Of als ouders gezamenlijk kinderopvang regelen, hoeven daar niet dezelfde regels voor te gelden als voor kinderopvang die (deels) met overheidsgeld wordt betaald.

Ken je plek en houd je in

Het kabinet heeft bepaald dat gemeenten verantwoordelijk moesten worden voor jeugdzorg, langdurige zorg en de onderkant van de arbeidsmarkt. Dan moet de landelijke politiek op die gebieden niet steeds de regels en eisen blijven veranderen. Het laten landen van deze nieuwe werkelijkheid heeft tijd nodig. „Ik zou waarschuwen voor te veel flankerende wetgeving”, zei Donner vanmorgen in zijn toelichting op het jaarverslag.

Ondertussen moet de Tweede Kamer zich inhouden om ministers aan te spreken op problemen als die nu onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen en dus eerder in de gemeenteraad zouden thuishoren. Bij grotere verwarring van bevoegdheden en verantwoordelijkheden kan het gevolg straks zijn dat niemand meer echt aanspreekbaar is, schrijft Donner.

Nieuw juridisch kader nodig

Het kabinet zou ook moeten kijken naar de juridische kant van de nieuwe samenleving. Want ook juridisch zouden ‘oude’ regels burgers in de weg kunnen zitten. Ouderen die besluiten om in een groep te gaan samenwonen, bijvoorbeeld, moeten geen gedoe krijgen met vererving als één van de bewoners uit de groep overlijdt. En buren die gezamenlijk in hun wijk iets ondernemen, moeten niet aan de voorwaarden van een bedrijf hoeven voldoen.

Ook bínnen de overheid kunnen door de decentralisaties conflicten ontstaan, waarschuwt Donner, over wie verantwoordelijk is voor bepaalde taken. Het is volgens hem onwenselijk, tijdrovend en omslachtig als gemeenten straks elkaar of het rijk voor de rechter gaan slepen. Er moet dus een adequate oplossing voor zulke „bestuursgeschillen” komen.