Politiek deugt niet

Frank Focketyn als spindoctor Bernard Verhoeven in Tom Lanoyes politieke toneelstukRevue Ravage, dat in België enthousiast is ontvangen. foto danny willems

Is dit nu politiek toneel pur sang? In Vlaanderen vindt men van wel. Daar sloten pers en publiek de voorstelling Revue Ravage en masse in de armen. De nieuwe toneeltekst van schrijver Tom Lanoye, over een sociaal-democratisch politicus op zijn retour, viel er toevallig naadloos samen met de aanzwellende kritiek op de heersende politiek, en de opkomst van protestbeweging Hart boven hard. Die succesvolle beweging pleit onder meer voor een eerlijker verdeling van belastingdruk; precies waar de sociaal-democraat in Revue Ravage mee worstelt. Vlaamse politici spraken zich al publiekelijk uit over het stuk. „Akelig herkenbaar” is het, zei senator Bert Anciaux van de sp.a in deze krant. Alle partijen zouden zich volgens hem aangesproken moeten voelen. „Het is vijf voor twaalf voor de oude politiek.”

Revue Ravage werd in Vlaanderen aldus met gejuich ontvangen; eindelijk weer engagement in het theater! Maar helaas: hoewel het onderwerp de crisis in de oude politiek is, schraapt de voorstelling enkel licht en onbetekenend langs de oppervlakte.

Revue Ravage, een mengeling van korte, sketch-achtige scènes en prikkelende jazznummers en liederen, gaat over raspoliticus Joris van Gils, gespeeld door Josse De Pauw. Hij is de ultieme salonsocialist, in zijn marineblauwe double-breasted maatpak met bloedrood pochet. Een linkse levensgenieter, met minnares en Bourgondische buik, hardnekkig verkleefd met het pluche.

Daartegenover stellen Lanoye en De Pauw, die ook regisseerde, de Nieuwe Politiek, in de vorm van zoon Steven van Gils (Nico Sturm), in slank lichtblauw hipsterpak, met de bovenste knoopjes van het overhemd los. Al even schematisch zijn hun opvattingen: pa houdt vast aan partijbureaucratie en decennia oude idealen, Steven, die zijn vader wil opvolgen als partijvoorzitter, wil directe democratie en ledeninspraak via Facebook en Twitter. Het is vorm, buitenkant; op een tastbaar maatschappelijk ideaal valt geen van beiden te betrappen.

Beide uitersten worden bovendien evenzeer geridiculiseerd; hetgeen eerder noodt tot cynisme (het deugt allemaal niet!) dan tot betrokkenheid. In die zin kiest Revue Ravage de gemakkelijke weg. Maar dat wil niet zeggen dat er niets te genieten valt.

De muziek, van componist Peter Vermeersch en diens bigband Flat Earth Society, is vreemd, verrassend en enerverend. In het ijzersterke lied Huisbezoeken toont De Pauw zich een getormenteerde rockster à la Joe Cocker, met bijpassende, prettig gestoorde motoriek. Ook andere acteurs, zoals Els Dottermans die de minnares speelt, beschikken over een imposante zangstem. Er wordt over de gehele linie sterk geacteerd, en bovenal zijn Lanoyes soepele, malse, trefzekere zinnen een feest om aan te horen.

De schrijver zet vol in op de satire, met vele vrolijke lachsalvo’s uit de zaal tot gevolg. Jammer is wel dat daardoor de diepere lagen van de personages nauwelijks uit de verf komen. Lanoye stipt even aan hoezeer Van Gils verknoopt is met zijn werk, maar diept dit interessante psychologische aspect niet verder uit. Ondanks het technisch sterke spel van De Pauw is meeleven met Van Gils daardoor lastig.

Slechts in één personage krijgt de kolder meer diepgang. Spindoctor Bernard Verhoeven lijkt haast geïnspireerd op Douglas Stamper van House of Cards. Frank Focketyn maakt van hem een erbarmelijke clown bij wie de cynische slijtage van decennia sjacheren gepaard gaat met een nog altijd voelbare liefde voor de politiek en de partij. In zijn optreden wordt Revue Ravage eindelijk even gevaarlijk, want dit zal voor veel beroepsbestuurders een herkenbare worsteling zijn.