Op deze foto’s voert de natuur het woord

Lin de Mol, Materia (Achille Island, Ireland), 2008

Bij kunstaankopen voor een ziekenhuis ligt voorzichtigheid op de loer, zou je denken: al te duistere of plastische werken hang je er niet op. Toch is in de galerie van het Leids Universitair Medisch Centrum een prikkelende selectie foto’s uit de eigen collectie te zien, waarbij pioniers als Aart Klein en de Belgische Magnum-fotografe Martine Franck tegenover hedendaagse fotografen worden geplaatst.

Een duidelijke leidraad is er niet – het LUMC zegt te willen getuigen ‘van de ontwikkeling van fotografie als autonome kunstvorm’ – maar een thema dringt zich wel degelijk op. Op Desiree Dolrons fraaie close-ups van mensen in religieuze extase na, ontbreken emoties nagenoeg. Hier voert de natuur het woord, en is de mens slechts zijn lichaam. Japanner Masao Yamamoto vleit een bloesemtak langs de geknakte lijn van een voorovergebogen vrouw (Nakazora-serie, 2009). Jannie Regnerus’ Acrobat (2007) balanceert op de dunne schaduw van een boomtak op het gras.

Veertig jaar eerder duwt een oude man in Milaan zijn fiets door een ijzeren hek met krul- en blaadjespatronen, op een foto van Aart Klein. Bij Martine Franck wordt er geluierd rond een zwembad in Zuid-Frankrijk (1976): een jongen in een hangmat, een zonaanbidster, een zwemmer die de kuiten strekt. Beide foto’s zijn hoogstandjes van wat zwart-witfotografie met natuurlijk licht en schaduw vermag; het lijken filmstills, zo scherp en gestileerd tekenen de elementen zich af.

Iets dergelijks lukt Lin de Mol, maar haar Materia (2008) is juist een explosie van kleur: een blonde vrouw zit op haar knieën op een verlaten Ierse kuststrook en laat de wind met een witte voilen doek spelen. Scarlett Hoofd Graafland vangt ook een loner op het strand (Seven Steps to Overlapping Beauty, 2004): van deze dappere zot zien we alleen de kuiten, de rest is bedolven onder zes met kabels vastgesjorde groene roeiboten.

Uit al deze beelden spreekt een acceptatie van de natuurlijke orde der dingen, zonder daarbij in passiviteit te vervallen. De makers zijn vindingrijk en berustend tegelijk. Voor arts, patiënt en bezoeker is dat misschien ook wel een wijze raad.