Nederlandse Reisopera wil wel fuseren

Reacties uit de politiek en kunstsector op het advies van de Raad voor Cultuur.

Illustratie Tomas Schats

Michiel van Veen, Tweede Kamerlid (VVD):

„Het is jammer dat het advies niets zegt over het succes van het huidige beleid. Ondanks al het pessimisme na de bezuinigingen bestaan veel instellingen en gezelschappen nog gewoon. Het bedienen van het publiek is veel belangrijker geworden, het aanbod is verbeterd. Om er nu maar weer 29,5 miljoen bij te doen, dat vind ik een bizar voorstel. Dan krijgen we er zeker weer allemaal subsidieregelingen bij, die Halbe Zijlstra net heeft afgeschaft. Voor ons staat voorop dat er niet meer geld af moet. De stedelijke regio’s het voortouw laten nemen vind ik nu een stap te ver.”

Vera Bergkamp, D66:

„Ik wil een hoorzitting over het advies organiseren in de Tweede Kamer. Kunstinstellingen en lokale bestuurders wil ik uitnodigen hun visie te geven op het advies. Heeft de raad de juiste keuzes gemaakt? Is er inderdaad 29,5 miljoen euro extra nodig, en is dat budget zo goed besteed?”

Jacques Monasch, PvdA:

„Die 29,5 miljoen uit de investeringsagenda lijkt te overzien. Dat zou niet onoverkomelijk moeten zijn. Of de raad met dat bedrag te bescheiden is geweest? We moeten eerst verder een beeld vormen wat wel of niet nodig is aan beleid. Daarna moeten we over geld praten. Dat plan om de steden het voortouw te geven, dat weet ik nog niet. Als land moet je toch op nationaal niveau bepalen wat je voor cultuur belangrijk vindt, dat moet je niet afhankelijk maken van lokale voorkeuren.”

Kajsa Ollongren, wethouder Cultuur in Amsterdam (D66):

„Het is hartstikke goed dat de raad het belang van de steden erkent. Zeker voor Amsterdam, de culturele hoofdstad van het land en thuisbasis voor veel instellingen. Maar dat geldt ook voor andere grote steden. Dit geeft ons nieuwe kansen om afspraken met het ministerie en de fondsen te maken om het beleid af te stemmen.”

Mary-Ann Schreurs, wethouder Cultuur in Eindhoven (D66):

„Dit is een geweldig advies, de raad begrijpt dat we in een transitieperiode zitten. Overal ontstaan lokale ecosystemen. Het gaat niet meer alleen om de hoge kunsten, die steeds minder bezoekers zullen trekken. Er ontstaan allemaal nieuwe initiatieven, die hier mensen uit heel Nederland of zelfs Europa trekken. Daar moet je de samenhang tussen aanbrengen. Dat kost tijd. Het Rijk, de fondsen en de steden moeten dat de komende vier jaar kunnen uitwerken. Het past goed in de huidige trend van decentralisatie. Het is net als in de zorg, ook daar zie je de beweging om alles zo dicht mogelijk bij de mensen lokaal te organiseren.”

Henriëtte Post, directeur Fonds Podiumkunsten:

„Wij zijn vooral blij met het voorstel om samenwerking tussen podia en gezelschappen te belonen. En de terugkomst van een aantal productiehuizen draagt natuurlijk bij aan duurzame talentontwikkeling. Maar of die dingen doorgaan hangt af van het extra geld dat de raad aan de minister heeft gevraagd. Als dat er niet komt zal dat, ben ik bang, worden gepercipieerd als een nieuwe bezuiniging. Ondertussen denken we hard na hoe we de maatregelen die de raad voorstelt kunnen verwerken in onze regelingen.”

Aukje Bolle, zakelijk directeur productiehuis Korzo (Den Haag):

„Het advies van de raad betekent voor ons een erkenning dat productiehuizen een belangrijke functie hebben voor talentontwikkeling. Wij zijn een van de productiehuizen die na de stevige bezuinigingen overeind is gebleven. Een nieuwe regeling voor productiehuizen zou voor ons betekenen dat we meer kunnen doen, met minder risico verder vooruit kunnen plannen en meer ruimte en continuïteit kunnen bieden aan onze makers.”

Stan Paardekooper, directeur Stichting Omroepmuziek (Groot Omroepkoor & Radio Filh. Orkest):

„We zijn blij dat de raad de uniciteit van het Groot Omroepkoor als Nederlands enige professionele koor erkent. Maar dat de Nederlandse orkesten buiten de omroep ‘te weinig gebruik kunnen maken’ van het koor, daarvan zijn wij niet direct overtuigd. Op dit moment is een kwart tot eenderde van de concerten die het koor verzorgt al in samenwerking met de landelijke orkesten. Ik denk ook dat de vraag minder groot is dan de raad vermoedt. Het is onzes inziens niet nodig en wenselijk om het koor van de mediabegroting over te hevelen naar de cultuurbegroting.”

Nicolas Mansfield, directeur Nederlandse Reisopera:

„De raad oppert twee scenario’s: dat er nog maar één gezelschap voor reisopera zal overblijven of dat er twee blijven, maar dat die extra budget zoeken bij lokale overheden. In ons geval: Enschede heeft die financiële ruimte niet en de provincie Overijssel heeft ons nooit structureel gesteund. Bovendien biedt doorgaan met één sterk gezelschap een veel sterkere basis voor de toekomst dan een misschien eenmalige geldinjectie. Opera Zuid en wij moeten open in gesprek gaan over nauwere samenwerking.”