Lijk in de tuin. Wat doe je dan?

Een tijd ging het goed in Rio. Minder schietpartijen, kinderen konden veilig naar school. Maar na het WK voetbal vorige zomer wonnen drugsbendes weer terrein op de politie.

Foto Reuters

Wat doe je als je vermoedt dat er een lijk in je tuin begraven ligt? In Nederland hoeft niemand over dat antwoord na te denken: je belt de politie. In sommige wijken van Rio de Janeiro ligt deze kwestie net een tikkeltje anders.

Een bevriend stel – hij Braziliaan, zij Nederlandse – woont aan de rand van Fallet. Deze favela – tegenwoordig, om stigmatisering tegen te gaan, communidade (gemeenschap) genoemd – ligt net achter het centrum van de stad. Deze wijk is officieel gepacificeerd. Dat betekent dat de staat er na jaren van afwezigheid in 2011 het geweldsmonopolie overnam van de georganiseerde misdaad. Sindsdien was het even rustig, maar de laatste maanden vliegen de kogels weer vrijwel dagelijks door de straten.

Neto en Suzan wonen in een huis met een prachtig uitzicht. Het staat tegen een bergwand en kijkt uit over een kleine vallei vol kleurige en kriskras door elkaar gebouwde huizen. Overal rijden motortaxi’s de steile bergwanden op. In de weekenden weerkaatst de funk van alle kanten tegen de heuvel.

Pregnante geur

Ze hadden lekkage en Neto besloot een afwatering te graven aan de achterkant van het huis. Het rook vreemd tijdens het graven, vertelt hij. Hoe dieper hij kwam, hoe pregnanter de geur. Hij sloeg er in eerste instantie geen acht op, tot hij bij een volgende schep ineens op een wit laken stuitte. Neto liet zijn afwateringsproject voor wat het was.

De informatie bereikte Suzan in brokken. Tijdens het koken hoorde ze over de geur, bij de afwas kwam het witte laken ter sprake. „Ik dacht meteen: een lijk!”, zegt ze. Ook schoot haar een weggestopte herinnering te binnen.

Een jaar geleden, tijdens een bezoek van Suzans moeder, gebeurde er iets vreemds. Suzan en Neto waren niet thuis, maar terwijl haar moeder stond te strijken kwam een groep gewapende agenten aangerend. Ze stopten bij hun huis en begonnen wild te spitten in de grond. Even later vertrokken ze weer, met lege handen. De pacificatiepolitie (UPP) maakte toen nog de dienst uit in de wijk.

Navraag wees uit dat de politie op basis van een anoniem telefoontje vermoedde dat er drugs verstopt lagen. Ze groeven aan de andere kant van waar Neto een paar weken geleden het witte laken aantrof. Hemelsbreed liggen de twee plekken een paar meter uit elkaar.

Sinds de stad Rio de Janeiro in 2008 begon met de pacificatie van verschillende communidades, oogst het project lof en kritiek. Van de ruim duizend favela’s zijn er nu 38 gepacificeerd, de meerderheid schuurt aan tegen rijke stadswijken of ligt op strategische plekken in de stad: daar waar toeristen langs moeten om bij toeristische attracties te komen, of naar locaties van de Olympische Zomerspelen die in 2016 in Rio de Janeiro worden georganiseerd.

Het is weer oorlog

Een tijdje ging het goed in de kuststad. Er werd minder geschoten, kinderen konden veilig naar school. Maar sinds het einde van het wereldkampioenschap voetbal afgelopen zomer kwam de klad erin. Drugsbendes nemen opnieuw gebieden over van de politie, die uit sommige wijken zelfs helemaal is verdreven. Het is weer oorlog, zeggen de carioca’s. Bij de politiepost in Fallet staart de UPP weinig daadkrachtig voor zich uit.

„En nu?”, vraagt Suzan. „Nu jongens met wapens weer openlijk drugs verhandelen op straat en de UPP geen zeggenschap meer heeft, bij wie kunnen we terecht?” Neto weet het ook niet. „De politie is geen optie meer”, zegt hij. „En grote kans dat de lokale bendebaas Paulinho niet blij is als wij aangifte doen bij hen.”

Dus zit er niets anders op dan het afwateringsproject te laten voor wat het is. Of er nu een dode hond ligt of een mens, een lading drugs of helemaal niets: het laken blijft voorlopig onder de grond.