Column

Lijden heroïek noemen en dan is het redelijk

Een columnist van mijn regionale ochtendblad beschreef op vrij hilarische wijze hoe hij door allerlei banale omstandigheden elke televisie-uitzending van de voorjaarsklassiekers had gemist, en zich had moeten behelpen met het „nadruppelen in de kranten van maandag”. Hij smacht naar de zoveelste herkansing op zondag, dan is Parijs-Roubaix.

„In geen enkele sport worden pijn en lijden zo royaal uitgeserveerd als in het wielrennen. Maar omdat ze het daar heroïek noemen, is het voor renners en kijkers nog redelijk te hebben.”

Dit lijkt me een juiste, maar vooral ook een oprechte observatie.

De Ronde van Vlaanderen werd op de Eerste Paasdag verreden. Een mooie coïncidentie. Ik denk echter niet dat één renner aan de start heeft gestaan die net als de Nazarener van plan was de zonden der wereld op zich te nemen door aan een kruis te sterven omdat de Vader in de hemel het zich zo had voorgesteld.

De Hemelse Vader is de wielrenners zeer toegenegen, weet ik uit betrouwbare bron. Dat er geleden wordt, vindt Hij prijzenswaardig, maar zo ver als de mensenzoon hoeft heus niemand te gaan. Hij zit meer in over spektakelstukken als The Passion waarin het lijdensverhaal gepresenteerd wordt als een hysterische picknick. Dan liever de marihuana-gestookte peace van Woodstock, of anders de rauwe onschuld van een Ronde van Vlaanderen, een Parijs-Roubaix.

De Vlaamse Hoogmis werd gewonnen door de Noorse reus Kristoff. De onverstoorbaarheid waarmee hij de klus klaarde deed me denken aan de kalme oorlogszucht van de oppergod Odin uit de heidense mythologie van het noorden. Of Kristoff een heiden is weet ik niet, zeker is dat hij in interviews nederigheid weet te koppelen aan een haast onaards zelfvertrouwen. Hij is de innemende moordenaar die het beste voor heeft met alle mensen. Maar de anderen moeten het wel verdienen door hem neergelegd te worden. En dus werd medevluchter Niki Terpstra, de enige die daarvoor in aanmerking kwam, door hem gedegradeerd.

Toe maar, gisteren won Alexander Kristoff ook nog even de Scheldeprijs. Alsof herstellen na ‘Vlaanderen’ niet nodig was. De Noor bezit het vormpeil dat maar eens en kortstondig in een sportcarrière wordt bereikt. Alles lacht, de zon, de regen, de pijn. Zelfs de pech lacht. Kristoff finishte in Vlaanderen met een stukje ijzer in zijn voorband. Het was er zo kunstig in gereden dat geen luchtbelletje kon ontsnappen. Het was het stukje ijzer dat Niki had kunnen redden.

Wanneer Alexander Kristoff zijn helm en bril af zet komt er een man tevoorschijn die je ervan verdenkt dat hij veilig en benepen een pensioentje aan het opbouwen is voor later. Een man die, voordat hij in bed stapt, zijn broek keurig in de plooi over een stoel drapeert. Wie kan deze kantoorklerk stoppen, zondag, in de koers voor grote mensen, Parijs-Roubaix?

Niki, natuurlijk, die me zo doet denken aan Thor, de woeste zoon van Odin. Noord-Hollandse Niki die de Franse keien rauw lust en bovendien verwekt werd door een versnellingsbakkenspecialist.