Je kind als orgaandonor? Stel die moeilijke vraag tijdig

Vier kinderen zijn vorig jaar in Nederland overleden terwijl ze op de wachtlijst stonden voor een orgaantransplantatie. Op dit moment wachten 83 kinderen op zo’n transplantatie, van wie er acht acuut een orgaan nodig hebben. Het zijn cijfers van Eurotransplant, gisteren in deze krant te lezen, die opnieuw tot nadenken stemmen. Te meer daar er kinderen „onnodig” sterven, omdat het potentieel aan organen en weefsels waarmee het leven van die kinderen had kunnen worden gered, „onvoldoende wordt benut”. Dat is de overtuiging van Marion Siebelink, die promoveerde op een onderzoek naar kinderorgaandonatie en als programmamanager werkzaam is bij het Transplantatiecentrum van het UMC Groningen.

De overheid voert al vele jaren campagne om het aantal orgaandonoren te vergroten, en niet zonder resultaat. Per 31 maart van dit jaar hadden ruim 3,5 miljoen Nederlanders zich als donor laten registreren, soms met beperkingen voor wat betreft de eventueel te gebruiken organen. Ruim 700.000 potentiële donoren laten de beslissing aan anderen over, meestal de nabestaanden. Terecht staat nog altijd de vrijwilligheid voorop en moet een donor zelf een handeling verrichten om zich als zodanig te laten registreren.

3,5 miljoen mensen, dat klinkt als veel, maar er is ook goed nieuws dat het potentieel aan donoren doet afnemen: steeds minder mensen overlijden bij een verkeersongeluk en ook de overlevingskans bij een hersenbloeding is toegenomen.

Kinderen tot 12 jaar kunnen zich niet laten registreren als donor, de wet verbiedt dat. Dat is logisch; het betekent wel dat ouders een beslissing moeten nemen in de situatie waarin hun kind is overleden. Een arts moet hun toestemming vragen voor het gebruik van organen. En dat gebeurt dan onder zeer trieste omstandigheden. Op een moment van overheersend verdriet, als het heel moeilijk is om rationeel een besluit te nemen.

Siebelink deed in deze krant gisteren enkele verstandige suggesties. Om te beginnen: vraag het ouders toch altijd, hoe moeilijk dat in die situatie ook is. Er zijn ouders die aan het afstaan van een orgaan aan een ander kind nog enige zin ontlenen aan de dood van hun eigen kind. Maar het zou ouders bij hun afwegingen minder moeilijk kunnen worden gemaakt. Door naar hun wens te informeren op een moment waarin van overlijden van hun kind helemaal geen sprake is. Als ze de kinderarts bezoeken, of bij andere medische controles. Dan hebben ze er al eens over nagedacht.

In Nederland overlijden per jaar gemiddeld twintig kinderen die als orgaandonor geschikt waren. Het zou troostrijk zijn als hun onvermijdelijke dood het leven van een ander kind had gered.