Japanners werken minder uren, maar veel meer dan Nederlanders

Foto iStock

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

De Japanse werknemer die zich liever doodwerkt dan dat hij thuis op de bank met zijn vrouw televisie zit te kijken, is aan het verdwijnen. De masochistische cultuur verandert, schrijft de Financial Times. Om technologische hoogstandjes te bereiken of nieuwe software te ontwikkelen is een andere bedrijfsstructuur nodig. Bedrijven willen daarom werknemers met andere kwaliteiten, en andersdenkenden, zoals vrouwen.

Het gevolg is onder andere dat Japanners minder werken. De FT noemt Itochu, een handelshuis dat flexibele werktijden aanbied. Volgens de OESO werkte de gemiddelde werknemer in 2011 1.728 uur, terwijl dat in 2001 nog 1.809 was.

Zelfs al worden in dat aantal niet de onbetaalde overuren meegerekend, en ging het met de economie ook niet zo denderend: het waren ietsje minder uren dan de Verenigde Staten, en flink minder dan Zuid-Korea waar werknemers in 2011 maar liefst 2.193 uur werkten.

Overigens werken Japanners nog altijd 100 uur meer dan het Verenigd Koninkrijk, en: 300 uur méér dan Nederlanders. Wat zegt dat over de Nederlandse arbeidsmarkt?

Alibaba wordt autohandelaar

Sector na sector verkennen de Chinese internetgiganten. Nu is het aan de automarkt. Alibaba richt een autodivisie op waarin alle diensten die komen kijken bij de aanschaf en verkoop van auto’s, worden samengevoegd. China Daily doet verslag van de berichten die Alibaba daarover op haar Weibo-pagina plaatst.

Er zit natuurlijk meer achter, want Alibaba was toch van de innovatie? Inderdaad. Alibaba werkt samen met SAIC Motor aan een voertuig dat verbonden is met internet. Daarvoor hebben beide bedrijven een fonds opgezet van een miljard yuan (150 miljoen euro).

Waar Alibaba gaat, blijven concurrenten niet achter. Tencent is een partnerschap aangegaan met het Taiwanese Hon Hai Precision Industry en autoverkoper China Harmony Auto. De groep wil slimme elektrische auto’s gaan maken en verkopen.

De grootse plannen van AirAsia

Aziatische vliegtuigmaatschappijen hebben het niet gemakkelijk gehad, het afgelopen jaar. Maar het Maleisische AirAsia gaat vol goede moed de toekomst tegemoet. Het komende jaar gebruikt de maatschappij 20 procent van de omzet om de service en efficiëntie te verbeteren, meldt de New Straits Times.

Onderdeel van die betere service is bijvoorbeeld een systeem waarmee reizigers thuis al hun instapkaart uitprinten, en zelf hun bagage kunnen inchecken. Uit een test blijkt dat 70 procent van de passagiers graag gebruikmaakt van die dienst. Binnenkort wordt de zelf-checkin mogelijk op de vliegvelden van Bangkok en Phuket, en op een aantal vliegvelden in Indonesië. Verder kijkt AirAsia naar de mogelijkheden om wifi aan boord aan te bieden.

Afgelopen jaar behaalde AirAsia een omzet van 5,4 miljard ringgit (1,36 miljard euro). In december stortte een vlucht van de maatschappij met een nog onbekende oorzaak neer tussen de eilanden van Indonesië. Maar AirAsia laat zich niet in het hoekje van onfortuinlijke luchtvaartmaatschappijen zetten. The Wall Street Journal kondigde afgelopen week aan dat AirAsia eind dit jaar vluchten naar de Verenigde Staten (Hawaï) gaat aanbieden.