‘Ik weet waar woede vandaan komt’

Aanslag op woningen asielzoekers is symbool voor mislukte strijd tegen vreemdelingenhaat.

Brandstichting in Tröglitz Foto EPA

Er staat een politiebusje met twee agenten tegenover het huis van Markus Nierth in het dorpje Tröglitz. Nierth (45), luthers theoloog en rouwredenaar, trad op 7 maart terug als onbezoldigd dorpsburgemeester na bedreiging door lokale extreem-rechtse burgers en de neonazipartij NPD. Hij had hun woede gewekt met zijn streven veertig asielzoekers op te vangen in dit 2.700 inwoners tellende gehucht, veertig kilometer ten zuidwesten van Leipzig.

Vanaf het begin van het jaar organiseerde de NPD wekelijkse fakkeltochten tegen de komst van vreemdelingen naar Tröglitz. Komende maand zouden de asielzoekers worden verwelkomd. Maar in de nacht van vrijdag op zaterdag ging de vlam in het pas gerenoveerde woonblok midden in het dorp. „Hiervan zal Tröglitz nooit meer herstellen”, schreef de ex-burgemeester zaterdag op Facebook.

De beelden van het uitgebrande rode pannendak werden binnen vierentwintig uur het symbool van de mislukte strijd tegen neonazi’s, vreemdelingenhaat en racisme in Duitsland. „Dit is geen incident, maar iets wat in de hele Bondsrepubliek gebeurt. Tröglitz is overal”, zei premier Reiner Haseloff (CDU) van Saksen-Anhalt dinsdag tegen Die Welt. „Neonazi’s zijn niet plotseling terug, ze zijn nooit weggeweest”, twitterde een antifascistische organisatie. Uit politiecijfers blijkt dat het aantal aanvallen tegen vluchtelingen en asielzoekers is toegenomen van 24 in 2012 tot 150 vorig jaar. De incidenten worden niet alleen gemeld in Oost-Duitsland, maar ook in Noordrijn-Westfalen en Beieren.

Verbijstering

In Berlijn gingen alle alarmbellen af, ook omdat een burgemeester had moeten wijken voor rechts geweld. De minister van Binnenlandse Zaken, Thomas de Maizière (CDU), zei dat de brandstichters „achter slot en grendel” gaan. En zijn sociaal-democratische ambtgenoot van Justitie, Heiko Maas, twitterde: „Ernstige verdenking in Tröglitz veroorzaakt verbijstering”.

Nierth verschijnt in de poort in de muur rond de voorhof van zijn huis. Hij heeft zichzelf voorgenomen geen interviews meer te geven. „Ik heb het mijn vrouw en mijn kinderen beloofd. De toestand is te opgefokt.” Maar, zegt hij, het gaat lukken die veertig asielzoekers onder te brengen, gewoon door particulieren. En, nee, niemand van de groep welwillende burgers die hem steunt, wil nog praten met journalisten, die in zwermen zijn neergestreken op het dorp. „Iedereen is verlamd door de shock.”

Waarom ging het uitgerekend mis in Tröglitz?

Waar de samenleving bezig is uit elkaar te vallen, bijvoorbeeld omdat te veel mensen wegtrekken, heeft rechts-extremisme de ruimte, schrijft de krant Volksstimme uit Maagdenburg. De lutherse hulpbisschop Johann Schneider uit het nabije Halle, die formeel verantwoordelijk is voor het zieleheil van deze streek, spreekt over een „cultuur van afwijzing”. In Die Welt wees hij er op dat Tröglitz van oorsprong een arbeidersnederzetting is, hier in 1937 door de nationaal-socialisten gesticht bij een bruinkoolmijn voor het vervaardigen van synthetische benzine, nodig voor de oorlog die komen ging.

Schneider denkt dat de geschiedenis in dit gebied, waar ook een werkkamp van het concentratiekamp Buchenwald was gevestigd, heeft geleid tot een mengeling van afgunst en haat. „In de nazitijd kregen de mensen te horen dat zij het betere ras waren. En gedurende de DDR-jaren werd hun ingeprent dat zij de betere samenleving waren. Die decennialange cultuur van afwijzing vormt de voedingsbodem voor het koesteren van haat.”

In dorp Rehmsdorf, twee kilometer verderop, is het concentratiekamp Wille nog steeds te zien. Het ligt bij het station net buiten het dorp. Na de oorlog zijn mensen, gedwongen door woningnood, gewoon in de stenen barakken getrokken. En ze wonen er nog steeds.

Erich Jaschkowski beheert een herinneringscentrum in het voormalige riddergoed in het centrum van het dorp. Hij vertelt over de slavenarbeid die ongeveer achtduizend merendeels Hongaarse Joden hier in het laatste oorlogsjaar moesten doen. Maar hij ziet geen direct verband tussen de geschiedenis en de brandstichting.

Veel mensen met een grote woede

„Er wordt meteen gewezen naar extreem-rechts. Maar er zijn hier veel mensen met een grote woede zonder dat zij nazi’s zijn”, zegt Jaschkowski. Hij weet waarover hij praat. Tot de val van de Muur was hij werkzaam als ingenieur.

„Ik was leidinggevende. Daarna ben ik alles kwijtgeraakt. Mijn baan, mijn inkomen, mijn huis, mijn aanzien. Deze baan houdt in juni op. Dan moet ik weer bedelen om bijstand. Bij mensen die zelf, terwijl zij wel een vaste aanstelling hebben, het lef hebben te gaan staken voor nog meer inkomen!” Jaschkowski wijst geweld af, zegt hij. En brandstichting is gewoon een misdaad. „Maar ik weet waar de woede vandaan komt.”