Iedereen wil hier weg

Kosovo is sinds kort een zelfstandig land. Economisch gaat het niet goed: 55 procent van de jeugd is werkloos. Zij willen weg. Maar West-Europa zegt: Kosovo is een veilig land.

Nazim Korca (62, links op de foto) is eigenlijk leraar Albanees in Oost-Kosovo. Elke week verkoopt hij kruiden en thee in Pristina, om zijn inkomen aan te vullen. Kosovo is arm, de werkloosheid is er hoog. Foto Valerie Plesch / DPA

Vraag een jonge Kosovaar naar zijn toekomstdroom en hij antwoordt: emigreren. Geneeskundestudent Fatlum Musliu weet al waarheen: „Amerika.” De regen klatert op de zeilen boven de kledingmarkt van het stadje Gjilan, waar hij iets probeert te verdienen. Fatlum Musliu en zijn collega’s wachten vergeefs op klanten. „Ze zitten al in Hongarije”, lacht hij.

Tienduizenden Kosovaren zijn de voorbije maanden de Servisch-Hongaarse grens overgestoken, vaak met hulp van mensensmokkelaars. Ze kwamen in beweging na geruchten op sociale media over werk- en verblijfsmogelijkheden én gulle uitkeringen in West-Europa, waar velen al familie hebben.

Maar de exodus lijkt alweer voorbij. „Het aantal Kosovaren dat de voorbije maand de Servisch-Hongaarse grens illegaal overstak, is gedaald van 1.400 per dag naar vijftien”, meldde Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos een maand geleden bij een bezoek aan Kosovo. „Een spectaculaire uitkomst.”

Waarvan? Regeringsvertegenwoordigers uit mogelijke landen van bestemming waren hals over kop naar Pristina afgereisd, om de emigratie te ontraden. In tegenstelling tot eind jaren negentig, toen Servië met veel geweld probeerde het Albanese verzet in Kosovo de kop in te drukken, hoeven Kosovaren nu niet op politiek asiel te rekenen, was de boodschap.

Een erkend, maar arm land

„Elke week sturen we een vlucht met Kosovaren terug naar Pristina”, zei de Belgische minister van Asielzaken Theo Francken op de Kosovaarse tv. „Kosovo is een veilig land.” Versnelde asielprocedures in Duitsland, strengere controles aan de Hongaars-Servische grens, het oppakken van tientallen verdachten van mensensmokkel en televisiebeelden van verkleumde baby’s in de armen van moeders die in het holst van de nacht de grens over kruipen, deden de rest.

Toch is de voedingsbodem voor emigratie uit het land dat zich in 2008 onafhankelijk van Servië verklaarde, niet verdwenen. Kosovo is door 108 landen erkend. Zeven jaar later is er voor jongeren weinig toekomst, zegt economiestudente Doruntina Rashiti (20) in een parkje bij de universiteit van Gjilan. „Een goeie baan vind je hier niet als je niemand kent.”

Het werkloosheidspercentage bedraagt 35 procent, dat onder de jongeren 55 procent. De gemiddelde leeftijd van de 1,9 miljoen Kosovaren is 27. Op een werkdag zitten zowel het afbrokkelende voetbalstadion als de talrijke bars vol twintigers en dertigers die koffie drinken voor een halve euro. Doruntina Rashiti verdient 150 euro per maand als winkelbediende. De corruptie vindt ze een groter probleem: „Ik wil verder studeren in Zwitserland.”

Vriendin Valbona Sahiti (19) heeft haar zinnen op Turkije gezet. „Ik heb mijn hoop verloren sinds de twee partijen samengekomen zijn.” Ze doelt op de coalitie, sinds december, van de twee grootste politieke formaties in het land, de LDK (Democratische Liga van Kosovo) en de PDK (Democratische partij van Kosovo). Kritiek is er vooral op de PDK, ontstaan uit het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UCK). Die wordt gezien als een politieke machine die de staat gebruikt voor eigen gewin.

Na zes jaar PDK-bewind wordt nauwelijks opgetreden tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Zware criminelen worden niet vervolgd, rechtbanken zijn niet onafhankelijk en kreunen onder tienduizenden achterstallige zaken.

Bij gebrek aan rechtszekerheid blijven investeerders weg. „We produceren niets, we importeren alles: kippen uit Brazilië, knoflook uit China”, zegt Puhie Demaku, parlementslid voor Vetëvendosje. Deze oppositiepartij keert zich zowel tegen de regering als tegen de internationale gemeenschap, en Servische inmenging.

De diaspora komt ’s zomers terug

Arianit Ilazi, die werkt bij een handel in kunststofmaterialen, gaat binnenkort studeren in Wenen. Zijn baan draagt hij over aan zijn jongere broer. Zijn oudere broer woont in Zwitserland. „Alleen al in mijn nabije familie tel ik zo’n veertig mensen in het buitenland. Ons huis zit helemaal vol als de diaspora ’s zomers terugkomt.”

Ze worden Schatzi’s genoemd door de lokale bevolking, vanwege hun hippe kledingstijl en gedrag. Hun dure auto’s met Zwitsers kenteken zijn zo talrijk dat ze de invalswegen in de stad blokkeren. De Schatzi’s pompen geld in de economie en verspreiden een glamoureus beeld van West-Europa, waar Kosovaarse burgers nog steeds niet zonder visum heen mogen.

Van de recente vluchtelingen blijft een deel bij verwanten in West-Europa. Maar anderen zijn alweer terug. De angst is dat de aanhoudende sociale malaise en de terugkeer van verarmde vluchtelingen voor onlusten zullen zorgen.

In het regeringshoofdkwartier in Pristina blikt viceminister voor Europese Integratie Ramadan Ilazi (PDK) terug op de emigratiegolf. „Ze vertrokken vanwege een gebrek aan vertrouwen in de staat en de overlevingskansen van Kosovo zelf”, zegt hij. Hij belooft goede opvang voor de spijtoptanten en perspectief op een betere economie. Maar oppositielid Puhie Demaku is sceptisch. „Je kunt ervan uitgaan dat mensen die hun bezittingen hebben verkocht voor ze emigreerden, voor sociale onrust zullen zorgen als ze terugkeren.”