Help de industrie, vrijhandel is een mythe

Nederland moet meer staatsmanschap tonen en opkomen voor de eigen industrie, meent Jonathan Holslag.

Nederland moet uitkijken dat het zich niet laat rollen door China, schreef ik, toen Mark Rutte er met een grote delegatie heen vertrok. En ja, hoor, daar kwam de kritiek van predikanten van de vrije handel. Wel, twee keer meer volle containers vertrekken in Rotterdam naar China dan er binnenkomen, zeer beperkte investeringsinkomsten, een tekort in de handel in diensten en een tekort in de handel in goederen. Het aandeel grondstoffen in de export naar China stijgt en het aandeel hoogwaardige goederen krimpt.

Vertrouwen op vrije handel is gevaarlijk want vrije handel bestaat niet. Het is een mythe, een utopie, net als communisme. Versta me niet verkeerd. De vrije markt is een fantastisch mechanisme om de welvaart te vergroten en te verdelen. De realiteit is anders. Nog nooit was de impact van centrale banken en overheden op de economie zo groot. Ze manipuleren er op los, door geldverruiming, energie tegen dumpprijzen, competitieve devaluaties, fiscale devaluaties, enzovoort.

Als er al een markt is, bestaat die minstens evenveel uit concurrentie tussen staten als uit concurrentie tussen private bedrijven. Soevereiniteit is dus een belangrijker kracht dan de wet van vraag en aanbod. Met hun bemoeizucht tonen staten aan hoe wanhopig ze zijn om stagnatie en recessie af te wenden. Die politieke wedloop wordt natuurlijk gretig uitgebuit door multinationals die meer belastingverlagingen en subsidies kunnen afdwingen naarmate overheden wanhopiger worden. De multinationals kunnen ook een obstakel vormen voor de vrije markt. In de mijnbouw heeft een drietal giganten een enorme impact op de prijzen. In de ICT is oligopolie de regel en worden beloftevolle start-ups steevast overgenomen om de positie van de groten te versterken.

Globalisering wordt een kwestie van competitieve connectiviteit. Het gaat niet om het verhinderen maar om het manipuleren van globalisering. De Chinezen zijn er meester in. Zij paaien partnerlanden met de idee dat goedkope Chinese producten goed zijn voor de koopkracht, maar laten tegelijk een meedogenloze financiële uitputtingsslag los, die de industrie uitholt, handelstekorten doet ontstaan en export steeds meer in grondstoffen dwingt.

Mercantilisme met de fluwelen handschoen is het. En we lopen er iedere keer in. Maar ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan kampen we met de terugkeer van economische machtspolitiek, door de koppeling van de schaliegasrevolutie aan een agressief industriebeleid en door de opendeurstrategie die Washington voert ten bate van grote technologiekampioenen en dienstverleners.

De gevolgen zijn ook hier voelbaar. Intellectuele eigendomsrechten worden ontfutseld of Nederlandse bedrijven worden in China naar de uitgang gewandeld zodra ze niet meer dienstig zijn. Ook in Nederland groeit de export van grondstoffen, landbouwproducten en voeding het snelst, niet die van hightech. De belangrijkste groei van de toegevoegde waarde tussen 2004 en 2013 kwam van de publieke sector, banken, groothandel, energie en uitzendbureaus. In de maaknijverheid werd enorm geïnnoveerd, maar dat werd slechts in beperkte mate beloond met banen, productie en export.

En dan is Nederland nog een EU-land dat het goed doet met sterke merken in huis en bescheiden groei in de maaknijverheid. Elders in Europa is de situatie moeilijker. De Chinese stoomwals laat van de industrie in andere landen nauwelijks iets overeind. De verliezen in de chemische sector worden groter in het voordeel van de VS. Europa zit vast tussen hamer en aambeeld. Dat moet Nederland zorgen baren, want nog steeds gaat driekwart van de export naar andere Europese lidstaten.

Vrijhandel is fantastisch, maar het ideaal is geen realiteit. Nederland moet meer staatsmanschap tonen en durven opkomen voor de eigen belangen om te voorkomen dat volgende generaties de kosten van een vergrijzende samenleving moeten dragen met een industrie die minder concurreert. Het moet zich actiever inzetten op een Europees antwoord op de manipulatie van elders en zelf mee een nieuw economisch model neerzetten dat ons minder kwetsbaar maakt, door ambitieuze standaarden voor kwaliteit en duurzaamheid te koppelen aan een handelsbeleid.

Onze eigen machtspolitiek moet een meer verlichte machtspolitiek worden.