Column

Geschiedenis voor een groot publiek

De negentiende eeuw uit het verdomhoekje halen – een prima idee. Het ambitieuze project De IJzeren Eeuw bestaat uit een tv-serie, een online tijdschrift, een boek, een bescheiden tentoonstelling en nog meer. Allemaal om Nederland van nu te laten zien dat Nederland in de negentiende eeuw niet zo'n duffe boel was als – zeggen de auteurs – lang is aangenomen. Toen doken de contouren op van het Nederland waarin we leven.

Het is een sympathiek uitgangspunt, dat aansluit bij een toenemende academische belangstelling voor de negentiende eeuw. Maar academisch wil De IJzeren Eeuw geenszins zijn. Het is populaire geschiedschrijving, voor een groot publiek. En – blijkens het boek – met de stijlmiddelen die daarbij horen: niet te veel feitjes en jaartallen en abstracties, maar verhalen over mensen, vermetele vernieuwers wier erfenis voor ons van actuele betekenis is. Niet zelden is daarbij de keus bepaald origineel: zo blijven in het hoofdstuk over de opkomst van de moderne arbeidersbeweging (zoals dat vroeger duf genoemd werd) Domela Nieuwenhuis en Troelstra niet onbesproken, maar de aandacht gaat toch vooral uit naar de ‘echte arbeider’ Klaas Ris.

Auteurs Hans Goedkoop en Kees Zandvliet deinzen ook niet terug voor stevige formuleringen, als het gaat om de actuele waarde van historische figuren of omstandigheden. Zo schrijven zij over de voorman van de Anti-Revolutionaire Partij, Abraham Kuyper, dat deze „de moderne lezer (doet) denken aan Pim Fortuyn en Geert Wilders: vaak verguisd door de ‘grachtengordel’ en vaak gekoesterd door het volk, begiftigd met het vermogen emotie op te roepen”. Gezien Kuypers theocratische uitgangspunten lijkt me dat wel een vrij pikante bewering.

Zonder zuur te willen doen over dit prachtige project, lijkt me dat je ook te ver kunt gaan in de historische simplificatie. De eerste aflevering van de tv-serie bijvoorbeeld – gewijd aan Lodewijk Napoleon, koning van Holland (1806-1810) – gaf te denken. Zeker een leuk verhaal, over de broer van de Franse keizer die zich tot nationaal vorst ontpopte. Maar had niet wat duidelijker gezegd moeten worden dat niet deze koning, maar de voorafgaande Bataafse Tijd van de Noordelijke Nederlanden een moderne eenheidsstaat maakte?

De Bataafse Revolutie, met zijn alleszins moderne democratiebegrip, kwam er nu zo bekaaid af dat je je afvroeg waarom De IJzeren Eeuw niet gewoon in 1813 begon, zoals tot voor kort gebruikelijk in nationalistische geschiedschrijving. Dan was de kijker ook meteen een aantal dubieuze beweringen bespaard gebleven: dat Lodewijks komst vooral samenhing met de hang naar „een sterke man”, dat de Republiek vóór 1795 niet een land was, dat de Oranjes ons Lodewijk het liefst willen doen vergeten. Vooral zonder verdere onderbouwing lijken me dat misplaatste anachronismen.

Het aardige van geschiedenis is nu juist dat ook voorvaderen met wie je je moeilijker kunt identificeren, omdat zij bijvoorbeeld een heel ander wereldbeeld hebben, grondleggers blijken van het land waarin je leeft. Maar het geeft niet: reken maar dat ik morgen klaar zit voor aflevering twee.