Een genocide is geen ‘kwestie’, noem dat dan ook niet zo

Illustratie Martin Sutovec

Vandaag zal de Tweede Kamer stemmen over een aantal moties die de Nederlandse regering oproepen om, net als de Kamer zelf, te spreken over ‘Armeense genocide’ en niet over ‘de kwestie van de Armeense genocide’. Tijdens het Kamerdebat werden de moties ingediend en werd duidelijk dat de regering van ‘de kwestie van’ wilde blijven spreken. Dit om de dialoog met Turkije te kunnen blijven voeren over wat volgens de Turkse regering ‘de Armeense kwestie’ heet. Uiteindelijk gaat het om erkenning door de Turkse regering, zo werd aangevoerd.

Dat laatste is maar ten dele waar. Ook erkenning door de Nederlandse regering is van belang. In Nederland wonen 25.000 Armeniërs en 20.000 Arameeërs voor wie de genocide van 100 jaar een even grote realiteit is als de holocaust van de Joodse Nederlanders. In Nederland wonen ongeveer 400.000 mensen van Turkse afkomst. Net als in Turkije zelf erkent een deel van hen volmondig dat er 100 jaar geleden een genocide is gepleegd. Een ander deel volgt de Turkse overheid in een glasharde ontkenning en een grote middengroep zegt het domweg niet te weten, omdat ze er noch in Turkije, noch in Nederland over zijn onderwezen.

Vijf weken na de onthulling van het Armeens genocidemonument in Almelo, op 24 april 2014, kwam tot een massale tegendemonstratie van Turkse nationalisten. Voor de Provinciale Staten van Overijssel vormde dit de aanleiding tot de aanname van een motie waarin de provincie Overijssel de Armeense genocide erkende. In aanloop naar de honderdjarige herdenking eind deze maand zijn diverse voorlichtings- en dialoogactiviteiten gestart zoals de gewaardeerde televisiedocumentaire Bloedbroeders van Sinan Can en Ara Halici. Dit soort initiatieven heeft er baat bij dat de Armeense genocide ook voor de Nederlandse regering een historisch vaststaand feit is en geen ‘kwestie’ waarover nog te discussiëren valt.

De Nederlandse regering is de regering van alle Nederlanders, ook van Armeense, Aramese en Turkse Nederlanders. Jegens hen heeft de Nederlandse regering de verantwoordelijkheid geen misverstand te laten bestaan over de Armeense genocide als historisch feit. Daarom roepen we de Nederlandse regering op om niet langer te spreken over ‘de kwestie van de Armeense genocide’, op regeringsniveau aanwezig te zijn bij de herdenking in in Jerevan en bij die in Almelo.

Voorzitter Aramese Beweging voor Mensenrechten