De computer is een intieme vriend geworden

Tijdens het Imagine Film Festival in Amsterdam draait deze week onder andere Ex Machina. Regisseur Alex Garland stelt in de film de vraag of computers echt kunnen leven, ofwel: kunnen computers menselijk zijn?

Alicia Vikander speelt in Ex Machina de (bijna) menselijke cyborg Ava.

‘Ik zie Ava als een denkend wezen, opgesloten in een glazen doos”, zegt Alex Garland, regisseur van Ex Machina. „Ze wil uit dat aquarium ontsnappen. Aan de andere kant van het glas staan twee wezens die ze niet begrijpt. Maar de één heeft haar de middelen gegeven om de ander zover te krijgen dat hij haar vrijlaat.”

Garland’s prachtige filmdebuut opende gisteren het Imagine Film Festival in Amsterdam en is eind deze maand in de bioscoop te zien. In Ex Machina nodigt Nathan, de geniale kluizenaar achter ’s werelds leidende zoekmachine Bluebook, werknemer Caleb een week uit in zijn villa in de wildernis. Het blijkt een laboratorium waar Nathan kunstmatige intelligentie (AI) heeft gerealiseerd door alle kennis en beelden van Bluebook in een geleiachtig brein te programmeren. Een zoekmachine leert niet alleen wat we denken, maar ook hoe we denken, doceert hij.

Dat brein is in Ava geplaatst, een fraai vrouwenlichaam met het gelaat van actrice Alicia Vikander. Aan Caleb de taak om haar aan een Turingtest te onderwerpen. In deze door computerpionier Alan Turing bedachte test chatten ‘rechters’ met computers die voor mensen proberen door te gaan. Onlangs liet software die zich voordeed als een 13-jarige Oekraïense jongen met geringe kennis van het Engels, eenderde van de rechters bij zo’n Turingtest geloven dat hij een mens was.

Ava is de Turingtest al lang voorbij

„Dat toont meteen de beperking van de Turingtest”, zegt regisseur Garland aan de telefoon. „Goostman doorstond de Turingtest, maar niemand gelooft dat hij echt zelfbewustzijn heeft. Als software mensen misleidt, betekent dat niet dat er innerlijk leven is. Hoe bewijs je dat?”

Ava is in Ex Machina de Turingtest voorbij: die passeert ze moeiteloos. Caleb (Domhnall Gleeson) moet uitzoeken of ze ‘echt’ leeft, een persoon is. In de Spaanse film Eva (2011) hebben ze daarvoor een slimme vraag bedacht: wat zie je als je je ogen sluit? Caleb komt niet zo ver. Hij beseft dat mensen al heel snel menselijke eigenschappen projecteren op dieren of dingen – in een recent experiment, vastgelegd in de Nederlandse documentaire Ik ben Alice, blijken eenzame bejaarden na een paar dagen al hun fotoalbum te laten zien aan een pratende ‘zorgrobot’. Het ontgaat Caleb in Ex Machina ook niet dat Ava ontworpen lijkt om hem te manipuleren. Garland: „Een sleuteldialoog zit in het midden van de film. Waarom heeft Ava seksuele kenmerken, vraagt Caleb. Zijn die borsten en dat mooie gezicht ontworpen om hem af te leiden, zoals de sexy assistente van de goochelaar?”

Zo slaat de paranoia toe in deze driehoek van alfaman, bètaman en droomvrouw. Wie onderzoekt eigenlijk wie of wat? Ex Machina bevat een interessante variant op een scène die, zo merkt hoogleraar Anneke Smelik op in haar boek Ik, Cyborg, vaak voorkomt in films met mensachtige robots. De kunstmens – replicant, Terminator, Eve – repareert zijn beschadigde lichaam en kijkt daarbij in de spiegel: wat ben ik? Als mens en robot elkaar naderen, draait het om identiteit.

Perfecte timing voor dit thema

Op het Imagine Film Festival draait een film, Uncanny, die Ex Machina spiegelt. Ook hier ontwikkelt een geniale kluizenaar, David, AI. Alleen zijn robot is een man die Adam heet. Wetenschapsjournaliste Joy komt een week langs in het lab om Adam te testen. Ook hier rommelt het al snel in de driehoek, als Joy en David verliefd worden en Adam jaloers is. En ook hier is al heel snel onduidelijk wie wat test.

In een tijd dat de cyborg, de fusie van mens en machine, van angstbeeld tot een soort ideaal van onsterfelijkheid is geworden, hangen dit soort onbehaaglijke driehoeksrelaties tussen mens en robot in de lucht. Wat is echt of artificieel, en doet dat er nog toe? Alex Garland is heel tevreden over de timing van zijn film Ex Machina: vorig jaar kocht Google, het model van Nathans zoekmachine Bluebook, het bedrijf DeepMind Technologies dat zelf-lerende neurale netwerken ontwikkelt. En vorig jaar tekende Stephen Hawking een open brief die waarschuwt voor kunstmatige intelligentie met een eigen wil: die zal de mensheid evolutionair verdringen, vreest Hawking.

Wat als de computer intelligenter wordt dan de mens, de zogeheten ‘Singulariteit’? Dan is alles verder onvoorspelbaar: worden mensen dan uitgeroeid, gepamperd, geassimileerd, genegeerd? Misschien is het dus wel zo veilig om kunstmatige intelligentie te ontwikkelen in een zogeheten ‘AI-box’: een krachtige stand-alone computer met zeer beperkte in- en output. Al zal, zo redeneert blogger Eliezer Yudkowsky, AI zich uit zo’n AI-box praten als hij werkelijk slimmer dan de mens is. En eigenlijk is dat ook het onderwerp van Ex Machina.

„Ik sympathiseer met Ava”, zegt Garland. Waarom? „Wij zien de computer niet langer als een vreemde, zoals in de jaren tachtig, toen hij ons leven binnendrong. Hij is een intieme vriend geworden: mensen strelen hun iPad meer dan hun partner. We zien kunstmatige intelligentie nu meestal als iets onschuldigs: we zijn bang voor een bureaucratie als de NSA die de technologie controleert waarvan wij zo afhankelijk zijn. Niet langer voor de robot.”