De bloedige wraak in Garissa

Al-Shabaab, ontstaan in de gewelddadige chaos van Somalië, krijgt voet aan de grond in buurland Kenia. Het zwakke en door corruptie aangevreten veiligheidsapparaat kan de nieuwe terreurdreiging niet aan.

Vorig jaar september werd de leider van de Somalische terreurbeweging Al-Shabaab, Ahmed Abdi Godane, gedood bij een Amerikaanse droneaanval. Maar ondanks het verlies van deze en andere leiders is Al-Shabaab nog lang niet uitgeschakeld. Begonnen als ‘conventionele’ strijdmacht manifesteert de beweging zich steeds meer als guerrillagroep die ook buiten Somalië dood en verderf zaait. Zoals vorige week bij de bloedige terreuraanval op de universiteit van Garissa in Kenia. Zeven vragen over de terreurgroep:

1 Hoe is Al-Shabaab ontstaan?

De wortels van Al-Shabaab (Arabisch voor ‘De Jeugd’) liggen in de jaren negentig, toen Somalië was weggegleden in totale chaos. Krijgsheren hadden het land van 10 miljoen inwoners opgedeeld in wingewesten en verrijkten zich door afpersing en handel in houtskool en vee. Aan die situatie van wetteloosheid kwam een einde met de opkomst van de zogeheten islamitische rechtbanken. Zij verdreven de krijgsheren en handhaafden met de invoering van de shari’a de orde in de gebieden onder hun controle. Zo heerste er in 2006 na lange tijd relatieve rust in de hoofdstad Mogadishu en werd geprobeerd de zeepiraterij aan banden te leggen.

Buiten Somalië hadden de islamitische rechtbanken echter een slechte reputatie. Ze propageerden het oude ideaal van een Groot-Somalië, de hereniging van alle Somaliërs, inclusief de gemeenschappen in Kenia, Djibouti en Ethiopië. Dat bracht het Ethiopische leger eind 2006 tot zijn invasie van Somalië en de verdrijving van de coalitie van islamitische rechtbanken uit Mogadishu. Addis Abeba kreeg daarbij steun van de Verenigde Staten, die gealarmeerd waren door de radicaal-islamitische retoriek van de rechtbanken.

Door de invasie van de Ethiopische, christelijke hooglanders ontstond er in het droge zanderige Somalië een radicaal front tegen de buitenlandse inmenging. Dat front werd geleid door Al-Shabaab, de strijdgroep van één van de rechtbanken die werd aangevoerd door jongeren die de chaos in hun land waren ontvlucht en in het Midden-Oosten waren gaan studeren of gaan vechten in Afghanistan. Daar waren ze geradicaliseerd geraakt.

2 Wat is de connectie tussen Al-Shabaab en Al-Qaeda?

Aanvankelijk weigerde Al-Qaeda om Al-Shabaab als medestrijders te erkennen. Dit omdat de Somaliërs naar de smaak van Al-Qaeda-leider Osama bin Laden te nationalistisch en als volgelingen van soefisektes te weinig islamitisch waren. Nadat vele buitenlandse strijders (volgens schattingen enkele honderden) zich bij de groep hadden aangesloten en de beweging een meer internationaal islamistisch karakter had gekregen, werd Al-Shabaab alsnog in Al-Qaeda opgenomen.

3 Welke successen boekte Al-Shabaab in Somalië?

Na de nederlaag van eind 2006 heroverde de beweging grote gebiedsdelen in het zuiden van Somalië. In augustus 2008 viel bijvoorbeeld de belangrijke havenstad Kismayo in handen van Al-Shabaab. In 2009 werd een groot offensief gelanceerd op de hoofdstad Mogadishu. Er volgde een bloeiperiode voor Al-Shabaab. Onder de lokale bevolking in de gebieden onder haar controle werden duizenden jonge strijders geworven. Met de inkomsten van de handel via Kismayo bouwde Al-Shabaab rudimentaire staatsstructuren op.

4 Waarom doet Al-Shabaab nu vooral van zich spreken door het plegen van terreuraanslagen?

In 2011 brak er een nieuwe fase aan in het aanhoudende strijdgewoel in Somalië. Een door de Afrikaanse Unie opgezette vredesmacht (inmiddels 22.000 soldaten) verdreef Al-Shabaab in augustus 2011 uit Mogadishu. Ook in het zuiden werd Al-Shabaab in het defensief gedrongen. Keniaanse troepen, die het voortouw namen in de strijd tegen Al-Shabaab, joeg de groep uit het lucratieve Kismayo.

Maar Al-Shabaab heeft nog steeds gebieden in handen, en slaagt erin handelaren en andere burgers geld af te persen. Bovendien beschikt ze over beschermheren in het Midden-Oosten, financiers die het islamistische gedachtegoed steunen. Met hun succesvolle terreuracties in zowel Somalië als Kenia zou je kunnen zeggen dat de strijders van Al-Shabaab gevaarlijker zijn dan voorheen.

5 Waarom is juist Kenia doelwit?

Al-Shabaab neemt wraak. Kenia viel in 2011 Somalië binnen nadat er aan zijn toeristische kust twee buitenlanders waren ontvoerd en naar Somalië overgebracht. In tegenstelling tot Ethiopië, dat aanslagen op zijn grondgebied weet te voorkomen, heeft Kenia een zwak en door corruptie aangevreten veiligheidsapparaat. Gearresteerde strijders van Al-Shabaab wisten zich vrij te kopen en veiligheidsagenten doen of deden hun werk niet. Zo vonden Amerikaanse veiligheidsagenten vorig jaar een auto vol explosieven bij een politiestation in de kuststad Mombasa. De inzittenden waren daags ervoor gearresteerd op verdenking van terrorisme, maar de Keniaanse autoriteiten hadden niet de moeite genomen om hun auto te doorzoeken.

Bij de bevrijdingsactie in september 2013 van het gegijzelde winkelcentrum Westgate in Nairobi schoten politie en leger door gebrek aan coördinatie op elkaar. Enkele militairen maakten zich schuldig aan plundering. Ook over de bevrijdingsactie van de campus in Garissa valt veel kritiek te horen op de overheid. De speciale anti-terreurbrigade Recce arriveerde pas na acht uur ter plaatse.

6 Waarom treedt president Uhuru Kenyatta van Kenia niet doortastender op?

Hij heeft bij zijn aantreden in april 2013 de situatie geërfd van de vorige regering. Een staatsapparaat dat is opgebouwd met het principe dat alle stammen en regio’s vertegenwoordigd moeten zijn en baantjes krijgen, valt moeilijk te hervormen omdat dit onmiddellijk tot politieke spanningen leidt. Pas een jaar na de terreuraanval op Westgate (bijna 80 doden) heeft Uhuru hoofden van de veiligheidsdiensten vervangen. Maar van een grondige reorganisatie van het apparaat is geen sprake.

Na de terreuraanval van vorige week in Garissa zei de president boos dat hij 10.000 politiereservisten wil oproepen. Daartoe werd vorig jaar al besloten, maar door inmenging van politici werd de werving van politiemannen een corrupte boel. Iedere politicus vecht voor baantjes voor zijn tribale achterban. Een rechtbank verklaarde de rekrutering van de reservisten ongeldig, maar een boze Uhuru wil dat gerechtelijke besluit blokkeren.

Uhuru’s betrokkenheid bij het verkiezingsgeweld van eind 2007, begin 2008, waarvoor hij werd aangeklaagd bij het Internationale Strafhof in Den Haag, heeft hier weinig mee te maken. Wel is door de controverse rond het Strafhof vooral de verhouding met de Britten slecht geworden. Vlak voor de aanval in Garissa breidde Londen zijn negatieve reisadvies voor Kenia uit. Uhuru wuifde dat honend weg: „Er is toch ook geen negatief reisadvies voor Parijs, terrorisme is geen Keniaans maar een internationaal probleem.” Kennelijk was er geen uitwisseling van informatie.

7 Ook in Kenia zelf krijgt Al-Shabaab voet aan de grond. Hoe komt dat?

Armoede is een belangrijke voedingsbodem. Vijf jaar geleden al bood Al-Shabaab in Garissa tot 2.500 Amerikaanse dollar als je je aansloot en verkondigde dat je in de hemel kwam met maagden en dat bij je dood je familie geld zou ontvangen (wat in de praktijk niet gebeurt). In het begin rekruteerde Al-Shabaab vooral in sloppenwijken, maar inmiddels werft men ook in beter gesitueerde kringen. Een van de aanvallers in Garissa was de zoon van een lokale bestuurder, die rechten had gestudeerd in Nairobi.

Een extra probleem is dat er enkele miljoenen etnische Somaliërs in het noordoosten van Kenia wonen, die zich achtergesteld voelen. Ook zij zijn potentiële rekruten. De overheid ging vorig jaar massaal etnische Somaliërs oppakken. Dat leidde tot woede en een nog grotere kloof.