‘Dans begint bij emotie’

Het Nationale Ballet heeft ‘La Dame aux Camélias’ op het repertoire genomen, alom beschouwd als een hoogtepunt in het oeuvre van choreograaf John Neumeier. Het verhaalt over een tragische liefde in het Parijs van de negentiende eeuw.

Dansers Marijn Rademaker en Igone de Jongh van Het Nationale Ballet repeteren voor La Dame Foto Altin Kaftira

Hij houdt niet van interviews. In zijn lange carrière heeft John Neumeier (Milwaukee, 1942) er al honderden gegeven, maar nog steeds heeft hij moeite met het fenomeen. „Kunt u uw documentatiemateriaal niet gebruiken?”, zucht hij verveeld in een voor hem ingeruimd kamertje bij Het Nationale Ballet. Hij heeft het allemaal al zo vaak verteld, bijvoorbeeld hoe hij in 1978 tijdens een etentje met de destijds befaamde ballerina Marcia Haydée in een flits bedacht dat La Dame aux Camélias het ballet was dat hij voor haar moest maken – het ballet dat Het Nationale Ballet nu als première brengt. En waarom zou hij vertellen waarom hij bepaalde balletten als mijlpalen in zijn oeuvre beschouwt? Als het nu om een boek over zijn leven ging....

Dat boek zou zich voor het grootste deel afspelen in Hamburg, waar de Amerikaan met de Duitse achternaam sinds 1973 de artistieke leiding voert van het Hamburg Ballett – meer dan veertig jaar, ongeëvenaard in de geschiedenis van het ballet. Zijn naam is synoniem geworden voor het Duitse gezelschap en zijn aandeel in het repertoire is, met ongeveer 120 balletten, ongekend omvangrijk, ongeveer tweederde van het totale aantal choreografieën. Vrijwel het hele seizoen, en dat elk jaar opnieuw, danst het gezelschap werken van Neumeier, op een enkele gastchoreografie en een pril talentenprogramma na. Onder zijn bewind werd in Hamburg een balletcentrum opgericht met een dansvakopleiding en een internaat. Ook zag in 2011 het Bundesjugendballett het licht, een ‘springplankgezelschap’ voor jonge, pas afgestudeerde dansers. Zijn naam klinkt vaak in opsommingen van belangrijke klassieke choreografen: Mats Ek, William Forsythe, Jirí Kylián, John Neumeier.

Tragische liefdesgeschiedenis

Toch is hij nog steeds relatief onbekend bij het danspubliek in Nederland. Wellicht komt daarin definitief verandering nu Het Nationale Ballet La Dame aux Camélias op het repertoire heeft genomen. Het ballet vertelt de tragische liefdesgeschiedenis van Armand Duval, een jongeman uit de hogere burgerij, en de tuberculeuze courtisane Marguérite Gautier. Nu ja, vertellen... „Je kunt een roman niet navertellen, dat zijn woorden. In een ballet gaat het om ballet. Het is niet zo belangrijk of je het verhaal na afloop van de voorstelling precies kunt opzeggen. Ballet gaat niet over begrijpen maar over voelen.”

De zwaartepunten in La Dame zijn de lang uitgesponnen duetten van Marguerite en Armand, waarin hij zijn hartstocht voor haar uit en zij, aanvankelijk verschrikt door zijn onverbloemde liefdesbetuigingen, zich uiteindelijk gewonnen geeft. Marguerite geeft haar mondaine bestaan in Parijs op en beleeft een landelijke idylle met haar jonge minnaar die omwille van hun liefde de maatschappelijke afkeuring trotseert. Tot vader Duval haar vraagt afstand te nemen van zijn zoon. Uiteindelijk sterft de heldin verstoten en eenzaam.

Melancholie

Neumeier selecteerde voor La Dame een aantal composities van Chopin. In diens muziek hoorde de choreograaf het Parijs van de negentiende eeuw: bruisend, maar met een onderliggende melancholie die, vermoedt de choreograaf, Chopins eigen zwakke gezondheid weerspiegelt – een mooie parallel met de langzaam stervende Marguerite.

Het ballet, dat ruim twee uur duurt, is prachtig gekostumeerd; in de ontwerpen van Jürgen Rose is niet bezuinigd op meters en meters ruisende zijde voor de jurken, nauwkeurig gereconstrueerd volgens de Parijse mode van weleer. Door de mix van academische poses en een hoekiger, moderner danstaal is het ballet een typisch voorbeeld van Neumeiers expressionistische stijl. „Stijl?”, reageert hij ietwat geïrriteerd. „Ik geloof niet dat ik een bepaalde stijl hanteer. Er is wel altijd een intentie, de intentie om in welke vorm dan ook de mens te portretteren. Of het nu op spitzen, laarzen of blote voeten is: het gaat om situaties waarin de toeschouwer zichzelf kan herkennen. Dans begint bij emotie. En het instrument van de dans is de mens.”

Het etiket ‘verhalend ballet’ wijst hij af. Een absurditeit, vindt hij. „Een mens op het toneel ís al een verhaal. Twee mensen: een relatie. Soms zijn mijn balletten gebaseerd op bestaande bronnen uit de literatuur, soms is het mijn emotionele reactie op muziek. Mijn ballet Dritte Sinfonie, op muziek van Mahler, hoe zou je dat noemen, of mijn Matthäus-Passion? Zijn die verhalend?”

Dat laatste ballet was ooit in het Amsterdamse Muziektheater te zien, de enige keer dat het Hamburg Ballett Nederland bezocht. Neumeier zelf trad op als Jezus Christus. Het duurde tot 2011 voor hier enig ander ballet van hem te zien was. Met Sylvia, een ballet naar Torquato Tasso’s pastorale drama Aminta, legde Het Nationale Ballet als het ware een proeve van bekwaamheid af, om uiteindelijk La Dame te verwerven. Daarmee schaart Het Nationale Ballet zich in een illuster gezelschap van balletinstellingen, waaronder het Ballet van de Opera van Parijs en het Bolsjoi Ballet. Bij al die gezelschappen heeft Neumeier zelf de puntjes op de i gezet. Overal heeft hij wel iets veranderd. Details, maar niet onbelangrijk. „Bij elke repetitie kijk ik of ik zelf nog in de choreografie geloof, of het geen decoratie is, of te pretentieus. Dat zal ik blijven doen, zo lang als ik leef.”

Misschien, glimlacht hij flauwtjes, wil hij inderdaad wel in het harnas sterven. Hij heeft weer voor vier jaar bijgetekend bij het Hamburg Ballett.

Heeft hij in al die jaren nooit de wens gehad elders opnieuw te beginnen? „Het is natuurlijk niet zo dat ik een gevangene was in Hamburg. We hebben veel tournees gemaakt met de groep, en ik heb vaak met andere gezelschappen gewerkt. Natuurlijk waren er aanbiedingen, van de Opera van Parijs bijvoorbeeld, maar ik heb mezelf steeds de vraag gesteld waar ik mijn kunst het best kan dienen. Ik heb veel twijfels gehad, maar er waren in Hamburg telkens nieuwe uitdagingen. Ik denk dat het zo zit: als je op één plaats blijft, is het belangrijk dat het niet zo voelt.”