CPB: gemeentes belasting laten heffen kost de burger niets extra

Heffing van de lokale lasten van de gemeente Zoetermeer. Het heffen van belastingen kan best iets meer op het bordje van gemeentes komen, zo vindt het CPB. Foto ANP / Lex van Lieshout

Verruiming van de mogelijkheid om lokale belastingen te heffen raakt de portemonnee van de burger niet of nauwelijks. Op termijn kan het leiden tot 15.000 extra banen. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) vandaag.

De studie is relevant omdat de roep om een groter ‘lokaal belastinggebied’ steeds luider wordt. Ook het kabinet stuurt erop aan. Nu heft het rijk nog het leeuwendeel van de belastingen. Dat centralisme is steeds moeilijker verdedigbaar nu kostbare taken als jeugd- en ouderenzorg op het bord van gemeenten zijn beland.

Totale belastingdruk mag niet toenemen

Het rijk int nu het geld en verdeelt de miljarden via complexe rekenmodellen over de gemeenten, die het geld vervolgens uitgeven. Geef gemeenten zeggenschap over hun inkomsten, luidt inmiddels de communis opinio. Dat is goed voor de lokale democratie.

En het is uitvoerbaar, voegen onderzoekers van het CPB daar vandaag aan toe. Zij zijn nagegaan hoe de verruiming van het lokale belastinggebied eruit kan zien. Uitgangspunt is dat de totale belastingdruk niet toeneemt. Een toename van lokale belastingen moet dus linksom of rechtsom fiscaal worden gecompenseerd.

Gebruiker moet betalen

Ander uitgangspunt: de rekening voor de extra lokale belasting komt zoveel mogelijk bij de gebruiker van de voorziening te liggen. De gebruiker betaalt, ofwel het ‘profijtbeginsel’.

Twee soorten belastingen komen in aanmerking. Eén: de ingezetenenbelasting. Een belasting puur omdat je inwoner bent. Het bedrag is voor iedereen in de gemeente gelijk. Dat maakt deze belasting geschikt voor het financieren van uitgaven waar iedereen in de gemeente baat bij heeft. Zoals het investeren in schoner water of zuiverder lucht. Ieder betaalt een gelijk bedrag, ieders profijt is gelijk.

Ook de ozb komt in aanmerking

Twee: het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting. Bewoners van dure huizen betalen meer ozb dan wie goedkoper woont. Huizen zijn vaak duur omdat ze nabij bijzondere voorzieningen liggen. Het theater, musea. Denk aan de binnensteden van Amsterdam en Utrecht. Bewoners daar kunnen naar een museum zonder reiskosten te maken.

Wendt de gemeente de extra ozb-inkomsten aan voor de subsidie van dit soort voorzieningen, dan geldt opnieuw: de gebruiker betaalt. Disclaimer van het CPB: dit geldt niet voor alle gemeenten. Sommige huizen zijn duur zonder dat er een museum dichtbij ligt. Dan is een hogere ozb minder geschikt.

Hogere ozb minder gunstig voor werkenden

Beide belastingen kunnen prima worden gecompenseerd, schrijft het CPB. Invoering van een ingezetenenbelasting kan samengaan met een hogere algemene heffingskorting. Groot voordeel: van die herverdeling wordt geen enkele inkomensgroep de dupe.

Een hogere ozb kan samengaan met lagere tarieven voor de eerste twee schijven van de loonbelasting. Nadeel: voor gepensioneerden is dat minder gunstig dan voor werkenden. Voordeel: lagere loonbelasting stimuleert de arbeidsparticipatie en leidt, „ongeveer tien jaar na invoering”, tot 15.000 extra banen, schat het CPB.