Yarmouk is ‘erger dan onmenselijk’

IS heeft vluchtelingenkamp Yarmouk veroverd. De bewoners zijn verstoken van hulp. De VN slaan alarm.

Tien km van Damascus Foto Reuters

Na dagen van zware gevechten heeft de Islamitische Staat zich meester gemaakt van Yarmouk, een Palestijns vluchtelingenkamp aan de zuidrand van Damascus. Niet eerder is de terreurgroep de Syrische hoofdstad zo dicht genaderd.

De Verenigde Naties waarschuwen dat de toch al onhoudbare humanitaire situatie in Yarmouk nu „erger dan onmenselijk” is geworden. De 18.000 inwoners zijn voor water en voedsel volledig afhankelijk van hulporganisaties. Maar sinds de strijd vorige week losbarstte, is er niets meer het kamp binnengekomen. De Veiligheidsraad eist dat hulporganisaties onmiddellijk toegang krijgen.

Vanwege de strijd zitten veel inwoners vast in hun huizen. Enkele honderden zijn erin geslaagd te ontsnappen uit het kamp. Een delegatie van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) is op weg naar Damascus om een humanitaire corridor te bespreken met het regime en Palestijnse facties in het kamp. Maar het Franse persbureau AFP meldde vanochtend dat het regime een militaire operatie overweegt om IS uit het kamp te verdrijven.

De aanleiding voor de inval van IS was een lokale machtsstrijd met andere rebellengroepen. De zuidelijke buitenwijken van Damascus zijn een complexe lappendeken van Syrische en Palestijnse milities, die steeds wisselende allianties vormen. Bij de verovering van Yarmouk kreeg IS hulp van Janhat al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaeda. Dat is opmerkelijk, want in andere delen van Syrië staan IS en Jabhat al-Nusra elkaar naar het leven. Het tekent het opportunisme van veel strijdgroepen.

Yarmouk is uitgegroeid tot hét symbool voor menselijk lijden in Syrië. Voor de komst van IS was Yarmouk al een plek waar vrouwen overleden tijdens de bevalling vanwege het gebrek aan medicijnen, waar kinderen overleden aan ondervoeding. Het regime heeft het kamp al twee jaar afgegrendeld. De inwoners overleven te midden van sluipschutters, artillerievuur en luchtaanvallen door het regime.

Voor de oorlog woonden er zo’n 200.000 Palestijnen. Yarmouk werd beschouwd als de officieuze hoofdstad van de Palestijnse diaspora die in de jaren veertig vluchtte uit Israël. De leiding over het kamp was in handen van een Palestijnse groep die de Syrische president Assad steunde vanwege zijn verzet tegen Israël.

Toen Yarmouk eind 2012 in handen viel van Syrische rebellen, begon het regime het kamp te bombarderen. De meeste inwoners vluchtten, de achterblijvers zaten in de val. Want in de maanden daarop grendelde het regime Yarmouk steeds verder af. Inwoners mochten het kamp niet meer in of uit. De levering van voedsel, medicijnen, brandstof werd grotendeels geblokkeerd, ondanks eindeloos aandringen van de VN. Vorig jaar sneed het regime de watertoevoer af.

De kleine hoeveelheden voedsel en medicijnen die toch het kamp binnenkwamen, werden vaak geconfisqueerd door gewapende facties. Hierdoor stegen de prijzen tot exorbitante hoogten. De meeste mensen waren te arm om dit te betalen. Volgens hulporganisaties zijn ruim honderd mensen omgekomen van de honger.

Een video die op internet verscheen toont IS-strijders die een inval doen in pakhuizen van de Palestijnse groep Aknaf Beit al-Maqdis. Daar zijn voorraden meel en suiker te zien die klaarblijkelijk zijn achtergehouden van de hongerende inwoners van het kamp.

„Veel mensen proberen groente te kweken op de daken”, zegt Mohammed Khair Abu Amr, een Palestijn uit Yarmouk die asiel heeft aangevraagd in Nederland en nu in Bergen woont. Mohammeds neef is achtergebleven in Yarmouk. Hij werkt voor een van de twee ziekenhuizen in het kamp, waardoor hij meer toegang heeft tot voedsel en water. „Maar ook hij is er slecht aan toe. Voor de belegering woog hij honderd kilo, nu nog maar vijftig.”

Een inwoner van het kamp vindt de plotselinge aandacht voor Yarmouk hypocriet. De wereld wordt pas wakker als IS in het spel is, schrijft hij bitter op Facebook. „Onze stemmen zijn uitgeput van het roepen. En nu houdt iedereen ineens van Yarmouk? Ik weet dat het nu geen tijd is om schuldigen aan te wijzen, maar jullie hebben deelgenomen aan deze belegering.”