Wees eens een iemand voor iemand

Door Twitter, YouTube en Facebook raken we gewend van alles te delen met honderden of duizenden andere mensen, ook als we niet beroemd zijn. Maar zenden is geen communiceren, betoogt Philip Huff.

Elke dag, om vier uur ’s middags, zet Enzo Knol – 21 jaar oud, Assenaar, 143.000 twittervolgers – een ‘vlog’ online op zijn YouTubekanaal voor zijn 560.000 abonnees. Afgelopen maandag begon dat videodagboek zo: „Hey dames en heren, tof dat jullie kijken naar een gloednieuwe vlog. Mijn naam is Enzo Knol en ik ben met dit mesje heerlijke aardbeien aan het snijden in stukjes, want ik had wel heel erg veel trek in een kommetje met magere yoghurt en Hollandse aardbeien die echt superlekker zijn.” Hierna vertelt Knol dat hij al heeft gedoucht en ontbeten maar nog steeds trek heeft, en bespreekt hij een scheet die hij heeft gelaten: „Dat ik dit kan produceren.” Dan hebben we het hoogtepunt van de uitzending wel gehad. Maar Knol vertelt nog dertig minuten lang wat hij tegenkwam op sociale media, hoe al zijn vrienden elkaar filmen voor hun eigen vlogs, hoe hij autorijdt (echt waar), praat met postbodes en… nee, de rest zal ik u besparen.

Door Twitter, YouTube, Facebook en Instagram raken mensen gewend om van alles te delen met honderden of duizenden andere mensen, ook als ze niet zo bekend zijn als Enzo Knol (een aflevering van zijn vlog trekt gemiddeld 200.000 kijkers). Natuurlijk is zo’n filmpje één grote constructie (wisten we al) dat net zoals Facebookfoto’s meestal één kant van het bestaan belicht (wisten we ook al) en werken sociale media hierdoor eerder vervlakkend dan verdiepend (ja, wisten we ook al). Maar door deze manier van delen ontstaat nog een nieuwe paradox: het is niet alleen zo dat de ander steeds minder goed weet wie we zijn door wat we delen, het is voor onszelf ook minder duidelijk wie we zijn.

We geven van alles aan iedereen weg. Wat is dat waard?

Laat me een voorbeeld geven: ik kreeg laatst een foto van een vriendin, alleen voor mij. Door haar gemaakt, geprint, ingelijst en verpakt. Op internet en Instagram staan miljarden foto’s, en honderden daarvan zijn van haar. Maar ik vond deze foto vele malen meer bijzonder want hij was speciaal voor mij. Ik ben zo gewend dat iedereen alles met iedereen deelt, dat ik even was vergeten hoe bijzonder het was als je een enkel iets met één iemand deelt.

Iets posten is als flyeren op een marktplein

Ik heb het dan niet alleen over foto’s en evenmin over verjaardagscadeaus: ik heb het over het delen van een liedje, of een foto van een moment, of een gedachte, met één iemand in plaats van met iedereen, en daardoor met niemand in het bijzonder. Iets posten op sociale media is als flyeren op het marktplein. ‘Hier. Kijk maar wat je er mee doet.’ Dat werk. Een gesprek met iemand voeren is als een gesprek met iemand voeren op het marktplein, zonder dat die ander je iets wil verkopen.

Als ik naar Enzo Knol kijk die over zijn leven praat en twee minuten doorgaat over het bakken van een ei met twee dooiers, dan betrap ik mezelf erop dat ik denk: wat zeg jij eigenlijk? En tegen wie? En wat zegt dat over jou? En over al jouw volgers?

Wat deel je?

Helemaal niets, eigenlijk.

Natuurlijk, niet alle vlogs hoeven iets wezenlijks of dieps over het bestaan te delen (al zou ik er graag één zien). Op alle sociale media kunnen mensen reageren op tweets, foto’s en filmpjes, dus in dat opzicht is er communicatie. Maar de intentie online is haast altijd anders dan in een gesprek: bijna niemand communiceert daar om alles te communiceren, maar om mede te delen – en dan niet zijn hele zijn, maar de feelgoodvariant, de onbezorgde ‘weekendversie’.

Neem bijvoorbeeld Enzo Knol: het lijkt allemaal heel persoonlijk wat hij zegt, maar de filmpjes die ik zag zijn behoorlijk anoniem: de communicatie is eenzijdig, Enzo lijkt behoorlijk afgesponsord, en noch hij noch zijn vriendin kan echt acteren, dus zie je dat wat ze ‘spelen’ is bedacht, waardoor het hele idee van authenticiteit en oprechtheid (noem me ouderwets, maar voor mij de pilaren van communicatie) over het delen van je leven verloren gaat.

Maar oké: Knol maakt ook een soort ‘programma’. Hij heeft ‘fans’. Hij wil die mensen bedanken met zijn ‘handtekening’. Toch zijn er veel mensen zonder 200.000 volgers of vlogambities zoals Enzo, die deze vorm van communiceren ook hanteren (tik maar eens ‘vlog’ in op YouTube, of check de Twitter van de gemiddelde scholier). Anoniem. Massaal. Via hun sociale media. Met hun ‘vrienden’. Want iedereen wil bijzonder zijn, een iemand zijn voor iedereen, en niet simpelweg een iemand voor iemand anders. En al dat zenden maakt van het leven een realityserie waar de ander naar kan kijken maar niet in kan deelnemen. En waarin je, zoals gezegd, van jezelf een eendimensionale, digitale kopie van jezelf maakt.

De vriendin die mij onlangs die foto gaf, schrijft vaak kaarten aan mensen. Handgeschreven. En ze brengt zomaar cake of taart of soep langs. Ze zegt dat ze zich bewust probeert te zijn van wat ze aan wie geeft of stuurt of zegt. En waarom. Zodat ze zichzelf helemaal geeft, en niet een beetje. Dit heeft allemaal ook te maken met je bijzonder willen voelen, natuurlijk, voor zowel de gever als de ontvanger. Maar wel op persoonlijk niveau: een iemand voor iemand anders.

Als het goed is, kan iedereen zich op deze manier bijzonder voelen. Dat kan dus door zowel aandacht te geven als door aandacht te krijgen, al is het maar voor tien seconden, zonder tussenkomst van een mobiel apparaat of internet. Door dat te delen met een vriend die bij je in de buurt is, en niet voor je duizenden volgers (let op het verschil tussen ‘met’ en ‘voor’ en ‘vrienden’ en ‘volgers’). Door een eitje te bakken, bijvoorbeeld, voor je vriend(in) zonder je telefoon in je hand en internet als extra bühne. Noem me nog ouderwetser, maar soms verlang ik terug naar een maatschappij met minder digitale podia en derhalve met minder digitaal publiek, en met meer mensen die offline een eitje bakken – met twee dooiers, desnoods. Om zo op kleinere schaal meer van zichzelf te kunnen geven – en meer van anderen te kunnen ontvangen.