Takkenliefde

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Foto Ilona Verhoeven

Daar krijg je het al. Een béétje bijpunten en meteen last van verlatingsangst. Hoe hoog en groot de boom ook is, eenmaal gekortwiekt is het gemekker niet van de lucht. Wil hij zijn liefjes dicht bij zich houden.

Wapperen er rood-witte linten, dan is het alarmerend duidelijk. Een hele takkenbos in een lassoworp gegrepen.

Onophoudelijk signalen uitzenden is het enige wat erop zit, voor de boom. Dat hij zich rot voelt. Dat hij uit de wind gehouden moet worden. Dat hij niet genoeg blaadjes heeft, straks.

Nooit zal hij toegeven dat hij jaloers is. Niettemin vindt hij dat de vrije takken te veel onder de mensen komen. De wijd uiteengroeiende staken en twijgjes kennen het van toen ze nog aan hem vastzaten. Van dat ga-nou-niet-weg-zonder-jou-is-er-niks-aan-gedoe.

En maar blijven vragen. Waar gaan jullie heen? Gaan jullie echt niet aan de wandel? Allemaal heel subtiel. De ander zo proberen te bewerken dat een buitenstaander het niet merkt. Zo zíjn bezitterig-verliefde bomen.

Nou, takken, laat jullie niet betuttelen. Vind het vuur in de kachel als je daar zin in hebt. En weet dat gelukkig niet alle bomen zo zijn. Ja, zeg, er moet ook gesprokkeld kunnen worden.

Aan de andere kant, een beetje compassie voor de boom kan ook geen kwaad. Het blijft psychologie van de koude grond natuurlijk, maar toch, snoeien in een relatie die vanzelfsprekend is, maakt het leven niet makkelijk. Daar snapt zo’n boom geen hout van. Normaal staat hij gewoon maar wat. Altijd maar de longen van de stad te spelen. Zonder enig commentaar. Het verkeer raast langs, elke dag. Niemand die eens zegt ‘goed bezig, boom’. Zo’n boom vraagt er niet om zijn takken af te laten zagen. Het gebeurt. Hij mag al blij zijn dat hij niet omgelegd wordt.