Thuis kan overal zijn

Tot nog toe heb ik in 2015 41 nachten in eigen bed geslapen. De overige 57 nachten sliep ik in Den Haag, Oostende, Venlo, Leiden, Miami, een Frans dorpje nabij Reims en op een legerbasis in Gelderland. Vier van de 57 nachten buiten eigen bed sliep ik helemaal niet, omdat ik door een tijdzone vloog of gewoon op een gek uur onderweg was.

In Frankrijk belandde ik op een kleedje aan een meer. De vriendin met wie ik was schonk wijn. Het was nog te vroeg in het jaar voor wespen en muggen, maar de zon scheen, de warmte was er.

Ik zei: „Wat zou het geweldig idyllisch zijn als jij nu je gitaar mee had.”

Tussen haar lippen hield ze een grasspriet, aan de wortel zat een ruk aarde, de spriet hing er somber bij. Ze keek me aan en zei: „Jij wilt altijd zijn waar je niet bent.” Op dat moment weersprak ik het; vooral omdat ik dacht dat ze beledigd was. Want wie elders is, vindt het hier blijkbaar niet zo interessant. Later liet ik haar woorden terugkeren en dacht: ja, ik wil altijd zijn waar ik niet ben. Sinds mindfulness zo populair is, is dat een kwaal. Misschien heette het daarvoor gewoon: fantasie.

Soms denk ik dat ik thuis geboren ben. Ik ben thuis geboren, omdat ik altijd weg wil. Ik hoef niet op zoek naar grond, ik weet dat die grond er is en dat is genoeg. Vanzelfsprekendheid is het ultieme vertrekpunt voor avontuur. Wie minder vanzelfsprekendheid geniet en vanuit het avontuur moet vertrekken, zal juist zoeken naar zekerheid.

Een tijdje geleden kreeg ik een lift van presentator en rolstoelbasketballer Marc de Hond. Hij ging achter het stuur van zijn Audi zitten en demonteerde zijn rolstoel. Lang kon hij ‘gewoon’ lopen. Hij belandde in het ziekenhuis, omdat hij geopereerd moest worden aan een plekje in zijn rug. Dat ging goed, maar ’s nachts verdween het gevoel in zijn benen. De nachtzuster vond het niet nodig om de arts wakker te maken.

Marc heeft geleerd om zich niet op andermans fouten te richten.

Vroeger, wanneer hij zijn auto inging, kwamen er altijd mensen naar hem toe om een helpende hand te bieden. Dat vond hij irritant. Op een gegeven moment kwam Marc erachter dat hij voor het instappen gejaagd om zich heen keek, omdat hij hoopte dat niemand hem zag. Maar juist doordat hij om zich heen keek, dachten voorbijgangers dat hij hulp nodig had.

Nu richt hij zich op zijn auto, kijkt niet rond, concentreert zich gewoon op het instappen. Niemand vraagt nog iets, omdat hij vanzelfsprekendheid toont.

Hij moet ze laten zien dat hij thuis is, anders blijven anderen hem zijn autonomie ontnemen.

Thuis is waar je je op focust. En dat kan overal zijn.