Ook de dood kan verslagen worden

De 13-jarige Victor beschikt over veel voetbaltalent, maar net op het moment dat er een scout langskomt geeft hij de voorkeur aan het bezoeken van zijn vader, Samuel Rovinski. Rovinski is een bekend dirigent die terugkeerde naar Montpellier, hoewel het orkest niet van internationale allure is. De strenge Rovinski is veeleisend en laat de musici keer op keer passages opnieuw spelen. Ook blijft hij stug als duidelijk wordt dat de jongen die stiekem de orkestrepetities bezoekt en in het operagebouw rondsluipt zijn zoon is. De dure auto die Rovinski rijdt, staat in schril contrast met de armoedige caravans waar Victor en zijn zieke moeder wonen, in een soort niemandsland aan het strand.

Hoewel Le dernier coup de marteau een verhaal vertelt, zijn sfeertekening en emotie uiteindelijk het belangrijkst. Zij zorgen ervoor dat je aan het einde van de film opeens merkt dat je aangegrepen bent door de delicate verhoudingen tussen vader, zoon en moeder. Dat komt doordat regisseur Alix Delaporte veel impliciet laat, haar atmosferische beelden laat spreken en de twee hoofdrolspelers uit haar sterke debuut Angèle et Tony hier ook weer gebruikt. Deze acteurs, Clotilde Hesme en Grégory Gadebois, spelen fijnzinnig ingehouden en laten het explicieter uiten van een breed scala aan gevoelens aan Romain Paul (Victor), die op het filmfestival van Venetië de prijs van beste debutant won.

Maar het is vooral de muziek die emotioneert. Rovinski repeteert Mahlers zesde symfonie, waarvan we de krachtige openingsmars horen en het bijzonder fraaie langzame deel. Wat de personages zelf niet kunnen uitdrukken, zit in deze muziek, ook de tragiek van ziekte en sterfelijkheid. De titel ‘de laatste hamerslag’ verwijst naar de zesde van Mahler, waarin drie hamerslagen het noodlot aankondigen. De laatste hamerslag – de dood – maakte Mahler optioneel. De dood kan dus verslagen worden. Precies wat Victor zijn moegestreden moeder voorhoudt.