Maria, Eve, Ava of Eve: de fembot heeft iets bijbels

De eerste vrouwelijke robot in de film eindigde op de brandstapel. Nu is ze de moeder van onze kinderen.

Robots zijn een projectie van mensen. We maken er onwillekeurig mensen van: dienaar, vijand, vader, moeder, maatje, kind. En als ze vrouwen zijn, heten ze in films Eva, Ava of Eve. Want gaat het over fembots – vrouwelijke robots – dan liggen bijbelse associaties op de loer. Gemaakt door de man en voor de man, nemen ze al snel het heft in handen.

Neem robot Ava in Alex Garlands sf-film Ex Machina: zij is de tangens in een driehoeksrelatie met de nerds Nathan en Caleb. Ava is ontworpen om te verleiden. Haar elegante design – plastic, metaal en ledlampjes, alleen de erogene zones bedekt – maakt haar tot een ongemakkelijk seksobject, zeker als uitvinder Nathan terloops laat vallen dat Ava seks kan hebben en daar plezier aan beleeft. Caleb wordt verleid met een omgekeerde striptease. Hoe meer kleding Ava aantrekt, hoe meer ze meisje wordt: Sneeuwwitje in de glazen kist die wacht op de kus van het leven.

Ex Machina-regisseur Alex Garland: „Mijn film gaat ook over seksuele objectivering. Ava is letterlijk een geobjectiveerde vrouw. Is ze een seksueel wezen? In mijn ogen is zij geen vrouw, laat staan een femme fatale, maar wel seksueel. Kunstmatige intelligentie zonder levensdrang, drift of begeerte heeft geen drijfveer om iets te ondernemen. AI moet iets willen, en waar behoefte is, volgt bevrediging.”

Als fembot, of synthetische vrouw, kent Ava een lange stamboom. Oermoeder is Galatea uit de Griekse mythologie, het ivoren standbeeld dat Aphrodite tot leven wekte voor de verliefde beeldhouwer Pygmalion. In films loopt het doorgaans iets minder soepel tussen man en fembot. Vaak hebben ze namelijk een eigen wil.

Playboy Bunny

Dat geldt zeker voor robot-Maria in Fritz Langs sf-epos Metropolis (1927). De wrokkige uitvinder Rotwang ontwerpt haar naar model van de deugdzame maagd Maria, maar de robot is een freudiaanse Doppelgänger die chaos brengt: als hoer van Babylon vuurt ze de elite in hun penthouses aan tot decadente orgieën en de arbeiders in de kelders tot revolutie. Held Freder, verliefd op Maria, valt in een machteloze oedipale crisis als hij robot-Maria bij zijn vader treft. Tegen zoveel losgeslagen seksuele energie helpt alleen de brandstapel.

Op de fembot als heks volgt de fembot als Playboy Bunny. In de begindagen van de seksuele revolutie, toen Hugh Hefner het blonde seksspeeltje populair maakt, ontwerpt de geleerde in Dr. Goldfoot and the Bikini Machine (1965) een leger robot-bunny’s om rijke mannen te verleiden en te beroven. Tien jaar later zijn fembots in The Stepford Wives (1975) het antwoord op de feministische golf: in een buitenwijk vermoorden mannen hun al te mondige vrouwen en vervangen ze door sexy huishoudrobots.

Zo’n zorgzame, geile en altijd beschikbare fembot keert zich uiteraard tegen het baasje. In pretpark Westworld (1973) eindigt een robotorgie in een bloedbad, in Blade Runner (1982) heeft agent Deckard (Harrison Ford) het erg druk met vermoorden van seksueel overactieve replicanten (synthetische mensen). Eerst Zhora, een burlesque-artieste die optreedt met een wurgslang, symbool van de getemde fallus. Daarna Tris, een ‘basismodel plezierrobot’: Deckard schiet haar in de buik als ze hem met haar dijen probeerde te wurgen. Alleen preutse, onzekere replicant Rachael mag leven, nadat Deckard haar heeft verkracht.

Even dubieus is de seksuele politiek van Eve of Destruction (1991), waarin robot Eve, gespeeld door Renée Soutendijk, heel toepasselijk een atoombom in haar baarmoeder draagt. Dit is een vechtrobot die seks gebruikt als wapen. Omdat ze behalve het uiterlijk ook de herinneringen van haar maker dr. Eve Simmons heeft, volgt ze al snel troebele impulsen: in strak, rood leer vermoordt ze haar vader en castreert ze verkrachters. Die fembot als monster met vagina dentata keert vaker terug in pulpfilms van de jaren 80 en 90; ook Angelina Jolie debuteerde in 1993 als sexy vechtbot Casella in Cyborg 2.

Cyborg

In de 21ste eeuw worden fembots minder bedreigend en verschuift de aandacht naar de deerniswekkende mannen die ze nodig hebben: de fetisjisten met hun vrouwenpoppen in Lars and the Real Girl. In een – mislukte – remake van The Stepford Wives van 2004 zijn de kille macho’s van weleer infantiele sukkels, en ook uitvinder Nathan uit Ex Machina past in die categorie. Zie zijn verbazing en paniek als zijn fembots op de gang met elkaar fluisteren. Griezelig: net echte vrouwen! De moderne fembot raakt op haar bange baasje uitgekeken. Zie Spike Jonzes Her, waar besturingssysteem Samantha alle emotionele behoeften van de sensitieve Theodore vervult – en van nog 8.000 anderen, zo blijkt. Ze verlaat ze allemaal om met andere computerbreinen tot een hoger bewustzijn te komen.

Het draait in sf-films nu minder om een conflict tussen mens en machine: eerder is het de vraag of ze hun eigen weg gaan of samensmelten tot een nieuwe levensvorm: een cyborg, of mens-machine. In alle recente robotfilms wordt vlees digitaal en digitaal vlees. Chappie, Transcendence, Autómata, Eva, The Machine eindigen allemaal met hybrides van mens en robot. De fembot is dan geen dreiging, maar de moeder van de nieuwe mens. Zoals in Pixars robotromance Wall-E (2008), waar het hoekige vuilnisrobotje Wall-E zijn zaadje voor een nieuwe wereld plant in de buik van een meisjesrobot. Ze heet Eve, en in haar paradijs is ruimte voor mens én robot.