John Engels laat zijn roffels zingen

Drummer John Engels, viert zijn 80ste verjaardag met een tournee. Swing en bop is hij altijd trouw gebleven. Foto Jeroen Hofman

Stoppen? Jazzdrummer John Engels piekert er niet over. Van musici die met pensioen gaan heeft hij nooit wat begrepen. Het is gewoon spelen – de stokken of vegertjes op de trommels. Zolang hij de woorden: „Hé vogel, wanneer spelen we weer?” uitspreekt – niet toevallig de titel van de net verschenen biografie die Jeroen de Valk over hem schreef – is er niets aan de hand.

Toen John Engels 75 werd had hij net een nieuwe band: het Barnicle Bill Trio. Met diezelfde ‘jongens’, altsaxofonist Miguel Martinez en bassist Mark Haanstra, trapte Engels nu zijn verjaardagstournee Vogelvrij voor zijn tachtigste jaar (op 13 mei) af op jazzpodium DJS in Dordrecht. De komende maanden trekt de drummer met musici van toen (Benny Golson, Louis van Dijk) en nu (Benjamin Herman) langs vele podia.

Engels is de linkshandige, gretige maar altijd melancholische slagwerker bij wie het drummen in de genen zit. Hij ontwikkelde zijn stijl door veel naar anderen te luisteren. Engels debuteerde in 1953 bij het trio van Pia Beck. Als hoogtepunten in zijn carrière ziet hij de optredens met de Surinaamse saxofonist Kid Dynamite in Duitsland, zijn tijd bij de legendarische Diamond Five en de Japanse tournees met Chet Baker. Swing en bop bleef hij altijd trouw.

En zo klonk het zaterdag ook weer vertrouwd swingend met zijn trio. Benny Goodmans Topsy had energie. Christopher Columbus van Chu Berry was het trio’s opgewekte signatuurnummer. En het nieuwe lichte contrabasspel van Haanstra was winst in bandkleur. Maar het ging natuurlijk vooral om Engels’ roffels. Ze zongen als altijd mee met de melodie, of schoven, zoals in Bunky Greens ballade Little Girl I Miss You, met veel gevoel weg over de vellen.