Column

Doe eens niet zo cynisch over kantoorhumor

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Als ik mijn thermometer diep genoeg in de kantoorjungles van Nederland heb zitten, en daar ga ik maar even vanuit, dan is dít jullie top-3 van ergernissen op kantoor: 1: meisjes die de hele dag wortels zitten te knagen, 2: vergaderen als je zelf niks mag zeggen en 3: kantoorhumor.

De eerste twee heb ik al eens behandeld, dus vandaag gaan we het eens even over nummer drie hebben want frankly: het baart me zorgen hoe cynisch jullie over kantoorhumor oordelen. Zó flauw allemaal – vinden jullie het.

De toetsenborden, ingesmeerd met pindakaas. De haringen, verstopt in het printerhok. De screenshots van Outlook, geïnstalleerd als bureaublad. De dildo’s die worden bezorgd voor het mooiste meisje van de zaak. Maar bovenal: de slechte woordgrappen en oneliners zoals: ‘ik weet niet wat je gedaan hebt, maar er stond hier net iemand van personeelszaken voor je – en ze keek niet blij.’ Alsof we in een slechte sitcom zitten, klagen jullie dan.

Jongens, even. Wat een negativiteit weer! Alsof het niet geweldig is om in een sitcom te zitten, wie kan dat nou zeggen? Bovendien vind ik het maar dubbel, al dat geklaag over kantoorhumor: wél keihard lachen om Toren C, The Office en Debiteuren Crediteuren, maar als je er zélf middenin zit is het ineens flauw.

Ik zeg het dan ook maar meteen: ik wil dat kantoorhumor serieus genomen wordt, het is een bloedernstige zaak. Als je elkaar elke dag 10 uur ziet, is kantoorhumor de enige manier om te overleven. Het alternatief is professionaliteit, lijden en kwijnen. Mensen die hun neus ophalen voor kantoorhumor zeggen dus eigenlijk tegen hun collega’s: zak er maar in en droog maar langzaam uit. Komt nog eens bij dat de gevolgen van kantoorhumor groot zijn: er zijn hele bedrijven, hele afdelingen, ja zelfs hele collega’s die nauwelijks als iets anders te verklaren zijn dan een uit de hand gelopen kantoorgrap. Ik noem hier natuurlijk geen namen maar je zou kunnen denken aan de FIFA, de redactie van nrc.next, of de gemeente Waddinxveen.

Ik vind kantoorhumor heerlijk. Ja, het niveau ligt laag, maar vind je het gek, als er zoveel tijd is om te vullen! Kantoor is ook de ideale plek voor kantoorhumor. Waar vind je zoveel publiek dat nergens heen kan? Ik vind het ook wel fijn, als de lat wat lager ligt. Bij mijn vrienden moeten grappen echt niveau hebben. Bij mijn collega’s heb ik daar gelukkig geen last van. Die vinden het al leuk als ik ‘dat zei mijn vrouw vannacht ook tegen me’ zeg. Ze lachen ook altijd om me, omdat ik dan sneller ophou.

Ik zou dan ook zeggen: probeer het gewoon eens, kantoorhumor, er is ook alle tijd voor – om stellages te timmeren, emmers op deuren te zetten en bussen scheerschuim te bestellen.

Rest nog de vraag: hoe je op kantoorhumor reageert. Ik zou zeggen: altijd erop en erover. Je zegt eerst dat ze je beet hebben, dan ga je opschalen tot er minstens acht drones in de printer zijn gecrasht, alle collega’s vastzitten in het systeemplafond en het pand tot de grond toe is afgebroken. Juist voor kantoorhumor geldt de vuistregel: beter ingekopt dan overgeschoten. En: never try this at home. Daar ligt de lat een stuk hoger.