Ja, nee, persvrijheid is écht belangrijk hoor, in Turkije

Vandaag begint in Turkije de rechtszaak tegen de Nederlandse journalist Fréderike Geerdink. Ze schrijft over Koerden, ‘dus’ bedrijft ze propaganda. En afgelopen weekend blokkeerde Turkije verschillende websites. Wat mag er allemaal niet?

Beeld nrc.next

Vandaag begint in de grootste Koerdische stad in Turkije een rechtszaak tegen een Nederlandse journalist. Fréderike Geerdink zou met haar berichtgeving ‘propaganda hebben gemaakt voor een terroristische organisatie’. Maandagmiddag waren in Turkije Twitter, YouTube en Facebook geblokkeerd.

Vrijheid van meningsuiting is in Turkije een uiterst relatief begrip.

Turken houden wel van een geintje. Er zijn meerdere Turkse satirische weekbladen. De Turken houden ook van geintjes over hun machthebbers. De machtige president Recep Tayyip Erdogan komt er in die weekbladen meestal niet goed vanaf. Hij wordt vaak afgebeeld als een megalomane sultan in een veel te groot wit paleis. Die grapjes kunnen. Tot ze opeens niet kunnen.

Twee weken geleden besloot een rechter dat twee cartoonisten elf maanden de cel in moesten omdat ze de president hadden beledigd. Die straf werd overigens gelijk omgezet in een geldboete. Op de gewraakte tekening geeft president Erdogan medewerkers een standje omdat ze geen journalisten hebben afgeslacht bij de inauguratie van zijn paleis. Die grap was het probleem niet. Een van de mannen op de tekening maakt een cirkel met zijn duim en wijsvinger, een gebaar dat lijkt te suggereren dat de president homo is.

Het Turkse nieuws is een aaneenschakeling van dit soort berichten: er worden mensen vervolgd voor iets wat ze tijdens een demonstratie riepen, of om een tweet die ze verstuurden. De selectie lijkt willekeurig.

Over vrijwel ieder gevoelig thema wordt een publicatieverbod uitgesproken. De een houdt zich daar aan, de ander niet. Er is veel zelfcensuur. Maar er zijn ook media die vrij dicht bij de oppositie staan, en die vrijwel alles wat de regering doet afkraken.

Turkije blokkeert aan de lopende band

Talloze websites zijn geblokkeerd in Turkije, waaronder die van Syriza, de ‘links radicale’ partij die in buurland Griekenland regeert. Publicatieverboden en ook de opdracht om inhoud te verwijderen loopt over het algemeen via een rechter. Het lijntje van de rechtbank met de regering is echter zo kort, dat het voelt als een direct besluit van de regering.

En zo ging het maandag ook. Een rechtbank in Istanbul oordeelde dat Twitter, YouTube en Facebook afgesloten moesten worden, omdat ze niet hadden gereageerd op een bevel om inhoud te verwijderen. Turkije heeft sinds kort strenge wetgeving waarmee websites gemakkelijk en ook ‘preventief’ kunnen worden afgesloten. Het ging in deze kwestie om een foto van 31 maart, waarop leden van een ultralinkse terreurorganisatie een pistool tegen het hoofd van een aanklager houden. Een paar uur later schoten ze hem dood.

Een paar uur na het besluit van de rechter waren de foto’s verwijderd en gingen de socialemediaplatforms weer open.

Twitter en Facebook hebben aangekondigd tegen de gang van zaken in beroep te gaan, uit protest tegen de autoritaire tendensen in Turkije. In de statistieken van Twitter staat Turkije ver bovenaan de lijst met landen die verzoeken doen om inhoud te laten verwijderen.

Geerdinks zaak is ermee te vergelijken

De zaak van maandag en de rechtszaak tegen Geerdink, die vandaag begint, hebben hetzelfde label: ‘propaganda maken voor een terroristische organisatie’. In het geval van Geerdink wordt daarmee de Koerdische gewapende beweging PKK bedoeld.

Fréde rike Geerdink heeft zich de laatste jaren als journalist gespecialiseerd in de Koerden in Turkije, de grootste etnische minderheid van het land. Die zijn al decennia in conflict met de Turkse staat en het Turkse leger, omdat ze werden onderdrukt en nog altijd niet volledig zijn erkend als minderheid. De gewapende tak, de PKK, geldt in Turkije en ook binnen de Europese Unie als een terroristische organisatie. De strijd tussen het leger en de PKK heeft in ruim dertig jaar tijd tienduizenden levens geëist.

De manier waarop Geerdink wordt benaderd is vergelijkbaar met de manier waarop Koerdische journalisten worden behandeld. De meeste journalisten in de gevangenis in Turkije zijn Koerden. Geerdink wordt vereenzelvigd met het onderwerp waarover ze schrijft. Alsof schrijven over de PKK hetzelfde is als het steunen van de PKK. Hetzelfde overkomt advocaten die terrorismeverdachten bijstaan. Geregeld worden ze vervolgens zelf aangeklaagd.

Turkije is een EU-kandidaatlidstaat. De Turkse regering zegt persvrijheid en vrijheid van meningsuiting heel belangrijk te vinden. Maar die heeft wel grenzen, vindt ze. ‘Een terrorist moet zich niet kunnen verschuilen achter het excuus dat hij journalist of advocaat is’, is de redenatie.

En wie een terrorist is, dat bepaalt de staat. Daarbij kan een verkeerd geïnterpreteerd zinnetje genoeg zijn om in de problemen te komen. „Je wordt haast vanzelf in een kamp geduwd, omdat Turkije zo gepolariseerd is”, zegt Fréderike Geerdink, een dag voor ze terecht moet staan. „Als je zoals ik in Diyarbakir gaat wonen en ervoor kiest een Koerdisch perspectief te nemen, dan ben je gelijk een terrorist.”

Vóór de aanklacht tegen Geerdink was het jaren geleden dat een buitenlandse journalist werd vervolgd. „Misschien komt het ook doordat ik ook in het Turks schrijf”, speculeert ze. Dan val je meer op en komt sneller in het verkeerde vakje terecht.

Dat Geerdink hoor- en wederhoor probeert te plegen, transparant haar werk doet en ook geregeld kritisch over de PKK schrijft, lijkt er dan niet meer toe te doen.