In 1900 keek men kleur, niet zwart-wit

Kleur was al vanaf 1895 een ‘special effect’ dat waarde toevoegde aan films, zo blijkt uit het prachtige boek ‘Fantasia in Color’, waarvoor Filmmuseum Eye zijn kluizen opende.

Foto’s Collectie EYE

De film begon toch in zwart-wit? Je weet wel beter na de ‘visuele overdosis’, zoals een van de samenstellers het prachtige bladerboek Fantasia of Color in Early Cinema omschrijft dat vorige week verscheen. Een treffende omschrijving van de 288 pagina’s aan schitterende kleurexplosies die het boek telt. De speciaal in hoge resolutie gemaakte scans komen uit kleurenfilms uit de jaren 1895 en 1915 die in de kluizen van Filmmuseum Eye liggen. Hun bijna zinnelijke kleurenpracht prikkelt de fantasie. Niet voor niets zegt Martin Scorsese in het voorwoord: „Ik zou uren naar deze beelden kunnen kijken.”

„Het feit dat de meeste films uit de eerste drie decennia van de cinema in kleur waren, is nog steeds minder bekend”, schrijft Eye-conservator Giovanna Fossati in haar bijdrage. Een hardnekkig misverstand waarmee Fantasia of Color afrekent. En met het idee dat onder een oudere generatie filmhistorici heerste: dat het kleurgebruik in die beginperiode vulgair en weinig verfijnd was.

In een van de vier essays uit het boek betoogt filmhistoricus Tom Gunning dat kleur in de beginjaren niet in dienst stond van realisme, maar een op zichzelf staande attractie vormde: kleur om de kleur zelf. Kleur was een special effect dat waarde aan een film toevoegde, ongeveer zoals 3D dat nu doet.

En het werkte: kleurenfilms trokken meer bezoekers dan films in zwart-wit. Hoewel duurder en arbeidsintensiever, leverden productiemaatschappijen de meeste films dan ook in kleur af. De kosten betaalden zich toch wel terug.

Het boek gaat in op de diverse technieken die filmpioniers in de eerste twintig jaar van de filmgeschiedenis gebruikten om hun publiek bij de lurven te grijpen en te overbluffen.