Iedereen wil weg uit Kosovo

De exodus uit Kosovo lijkt gestelpt, maar de droom van een beter leven elders blijft bestaan.

Aan corruptie en nepotisme wordt veel te weinig gedaan, vinden veel mensen in de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Foto Panos Pictures/Hollandse Hoogte

Vraag een jonge Kosovaar naar zijn toekomstdroom en het antwoord is: emigreren. Geneeskundestudent Fatlum Musliu weet al waarheen: „Amerika.” De voorjaarsregen klatert op de zeilen boven de kledingmarkt van het stadje Gjilan waar hij iets tracht te verdienen. Musliu en zijn collega’s wachten vergeefs op klanten. „Ze zitten al in Hongarije”, lacht hij.

Tienduizenden Kosovaren zijn de voorbije maanden de Servisch-Hongaarse grens overgestoken, vaak met hulp van mensensmokkelaars. Ze kwamen in beweging na geruchten op sociale media over werk- en verblijfsmogelijkheden en gulle uitkeringen in West-Europa, waar velen reeds familie hebben. Ook was reizen door Servië ineens simpeler geworden: gevolg van de voortschrijdende dialoog tussen Belgrado en de voormalige Servische provincie. „Twee weken lang werd nergens anders over gepraat op de zaak”, zegt Arianit Ilazi, die in Gjilan bij een handel in kunststofmaterialen werkt.

Maar de exodus lijkt alweer voorbij. „Het aantal Kosovaren dat de voorbije maand de Servisch-Hongaarse grens illegaal overstak, is gedaald van 1.400 per dag naar vijftien”, meldde Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos een maand geleden bij een bezoek aan Kosovo. „Een spectaculaire uitkomst.”

Waarvan? Regeringsvertegenwoordigers uit mogelijke landen van bestemming waren hals over kop naar Pristina afgereisd om de emigratie te ontraden. In tegenstelling tot eind jaren negentig, toen Servië met veel geweld probeerde het Albanese verzet in Kosovo de kop in te drukken, hoeven Kosovaren nu niet op politiek asiel te rekenen, was de boodschap.

„Elke week sturen we een vlucht met Kosovaren terug naar Pristina”, zei de Belgische minister van Asielzaken Theo Francken op de Kosovaarse tv. „Kosovo is een veilig land.”

Versnelde asielprocedures in Duitsland, strengere controles aan de Hongaars-Servische grens, het oppakken van tientallen verdachten van mensensmokkel en televisiebeelden van verkleumde baby’s in de armen van moeders die in het holst van de nacht de grens over kruipen, deden de rest.

Toch is de voedingsbodem voor emigratie uit het land dat zich in 2008 onafhankelijk van Servië verklaarde niet verdwenen. Kosovo is door 108 landen erkend. Zeven jaar later is er voor jongeren weinig toekomst, zegt economiestudente Doruntina Rashiti (20) in een parkje bij de universiteit van Gjilan. „Een goeie baan vind je hier niet als je niemand kent.”

Het werkloosheidspercentage bedraagt 35 procent, dat onder de jeugd 55 procent. De gemiddelde leeftijd van de 1,9 miljoen Kosovaren is 27. Op een werkdag zitten zowel het afbrokkelende voetbalstadion als de talrijke bars vol twintigers en dertigers die koffie drinken voor een halve euro. Rashiti verdient 150 euro per maand als winkelbediende. De corruptie en het nepotisme vindt ze nog een groter probleem: „Ik wil verder studeren in Zwitserland.”

Vriendin Valbona Sahiti (19) heeft haar zinnen op Turkije gezet. „Ik heb mijn hoop verloren sinds de twee partijen samengekomen zijn.” Ze doelt op de coalitie, sinds december, van de twee grootste politieke formaties in het land, de LDK (Democratische Liga van Kosovo) en de PDK (Democratische partij van Kosovo). Kritiek is er vooral op de PDK, ontstaan uit het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UCK). Die wordt gezien als een politieke machine die de staat gebruikt voor eigen gewin.

Na zes jaar PDK-bewind wordt nauwelijks opgetreden tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Zware criminelen worden niet vervolgd, rechtbanken zijn niet onafhankelijk en kreunen onder tienduizenden achterstallige zaken.

Dit ondanks aanzienlijke westerse steun voor de wederopbouw die volgde na de oorlog van 1999. EULex, de EU-missie die Kosovo moet helpen bij het optuigen van een justitie- en politieapparaat heeft al meer dan een miljard euro gekost. Maar analisten noemen de missie „inefficiënt” en niet-doortastend als het gaat om corrupte elites die onderzoeken tegenwerken. Voormalig EULex-aanklager Maria Bamieh beschuldigde haar collega’s er vorig jaar van verdenkingen van omkoping in eigen rangen niet te onderzoeken en haar weg te pesten wegens klokkenluiden.

Bij gebrek aan rechtszekerheid blijven investeerders weg. „We produceren niets, we importeren alles: kippen uit Brazilië, knoflook uit China”, zegt Puhie Demaku, parlementslid voor Vetëvendosje. Deze oppositiepartij keert zich zowel tegen de regering als tegen de internationale gemeenschap, en Servische inmenging.

In januari kwam het tot rellen nadat Vetëvendosje had opgeroepen om te protesteren tegen uitstel van de nationalisering van de Trepcamijn na druk van Belgrado. De lood-, zilver- en zinkmijn was ooit de kern van de Kosovaarse economie, velen hoopten dat de opbrengsten voor een economisch infuus zouden zorgen.

Ilazi, uit de kunststofhandel, gaat binnenkort studeren in Wenen. Zijn baan draagt hij over aan zijn jongere broer. Zijn oudere broer woont in Zwitserland. „Alleen al in mijn nabije familie tel ik zo’n veertig mensen in het buitenland. Ons huis zit helemaal vol wanneer de diaspora ’s zomers terugkomt. Net als deze plek.” Hij wijst rond in het chicste restaurant van de stad, een labyrint van gelagzalen met muren van ruw gehouwen steen en wandtapijten in de vorm van de Albanese vlag.

Lokale inwoners noemen hen Schatzi’s, vanwege hun hippe kledingstijl en gedrag. Hun dure auto’s met Zwitsers kenteken zijn zo talrijk dat ze de invalswegen in de stad blokkeren. De Schatzi’s pompen geld in de economie en verspreiden een glamoureus beeld van West-Europa, waar Kosovaarse burgers nog steeds niet zonder visum heen mogen.

Van de recente vluchtelingen zal een deel bij de verwanten in West-Europa blijven. Maar anderen zijn alweer terug. De angst is dat de aanhoudende sociale malaise en de terugkeer van verarmde vluchtelingen, voor nieuwe onlusten zal zorgen. En dan heftiger dan in januari. Op de glazen wanden van het regeringshoofdkwartier in Pristina zijn de gevolgen van de volkswoede nog steeds zichtbaar.

Binnen blikt viceminister voor Europese Integratie Ramadan Ilazi (PDK) terug op de emigratiegolf. „Ze vertrokken vanwege een gebrek aan vertrouwen in de staat en de overlevingskansen van Kosovo zelf”, zegt hij. Hij belooft goede opvang voor de spijtoptanten en perspectief op een betere economie. Maar oppositielid Demaku is sceptisch. „Je kunt ervan uitgaan dat mensen die hun bezittingen hebben verkocht voor ze emigreerden, voor sociale onrust zullen zorgen als ze terugkeren.”

Albert Sadiku, een pensioneigenaar in de hoofdstad Pristina, wacht het allemaal gelaten af. Hij denkt niet aan vertrekken, maar is ook niet optimistisch. „Ik ben 35. De afgelopen vijftien jaar denk ik telkens weer: het wordt beter. Maar ik zal waarschijnlijk sterven met diezelfde hoop. De politiek heeft ons mentaal gekraakt: het enige wat we nog willen, is werken en overleven.”