Hoe krijg je jouw uitvinding op de markt?

Verreweg de meeste patenten worden aangevraagd door bedrijven. Slechts één op de tien aanvragen komt van een particulier. Wat je ervoor nodig hebt: heel veel geduld.

Technisch natuurkundigen Ferdinand Grapperhaus (rechts) en Willem Kesteloo (beiden 27) ontwikkelen een raam dat zonlicht moet omzetten in stroom. Foto Boudewijn Bollmann

Als zijn vrouw hem niet had gedwongen kerstvakantie te nemen, was zijn laatste uitvinding er misschien nooit gekomen. Ontwerper Corné Rijlaarsdam (73) uit Woubrugge las tijdens de kerstdagen van 1999 een artikel over een dam die bij hoog water naar boven drijft. Dat principe kon niet betrouwbaar werken, dacht hij. Het moest beter. Een maand later vond hij het antwoord: een uitklapbare dam.

Het afgelopen jaar zijn flink meer patenten aangevraagd op Nederlandse uitvindingen. Bedrijven, instellingen en onderzoekers deden vorig jaar ruim 8.000 aanvragen, dat is bijna 10 procent meer dan in 2013. Verreweg de meeste patenten in Nederland worden aangevraagd door bedrijven zoals Philips en DSM.

Maar er zijn ook mensen die dat in hun eentje doen. Zoals Rijlaarsdam. Hij is een van de naar schatting 2.600 zelfstandige uitvinders in Nederland. Een op de tien aanvragen komt op naam van zo’n zelfstandige ontwerper. Hoe bemachtig je zo’n felbegeerd patent?

Na een periode van vijftien jaar ontwikkelen is de uitklapbare dam van Rijlaarsdam, Dutchdam gedoopt, in zeven landen geïnstalleerd. Hij ziet er in het echt bijna hetzelfde uit als op de schets uit 2000, die aan de muur in de eetkamer van zijn huis hangt.

Voor Rijlaarsdam zijn idee kon verwezenlijken moest hij met veel dingen rekening houden. Het is belangrijk om in je achterhoofd te houden dat een patent twintig jaar geldig blijft. Maar de ontwikkeling van een product duurt vaak meerdere jaren. Als je er geld mee wilt verdienen is het daarom handig om tegen de tijd dat het op de markt komt, een recent patent te hebben. Als slimme uitvinder werk je daarom stap voor stap: wanneer de techniek geavanceerder wordt, moet er weer een nieuw patent worden aangevraagd.

Rijlaarsdam, die zijn uitvindingen van A tot Z zelf bedenkt, wijzigde in 2011 zijn Dutchdam zo, dat het patent weer jaren mee kan. Het komende half jaar gaat hij op zoek naar meer geld voor bijvoorbeeld een directeur: zo moet de Dutchdam BV verder groeien.

Technisch natuurkundigen Ferdinand Grapperhaus (27) en Willem Kesteloo (27) van de start-up Powerwindow verkeren nog lang niet in dat stadium. Ze zijn bezig met het ontwerpen van een ‘stroomraam’. Het idee: onzichtbare coating voor glas maken, die zonlicht omzet in infraroodlicht. Dat wordt vervolgens omgezet in stroom.

Zoals veel moderne uitvinders werken Grapperhaus en Kesteloo niet helemaal in hun eentje. Powerwindow is een universitaire spin-off: een project dat op de universiteit is begonnen en daarna wordt doorgezet, Het duo werkt in het kantoorgebouw van incubator YES!Delft, verbonden aan de TU Delft. Ze bouwen voort op afstudeerprojecten onder leiding van natuurkundige Erik van der Kolk. De TU Delft vraagt het patent aan.

Dat gebeurt vaker. Ongeveer één op de tien patentaanvragen komt van universiteiten en onderzoeksinstellingen. En dat aantal groeit, signaleert het Octrooicentrum, een instituut van het ministerie van Economische Zaken. Niet zo gek: universiteiten hebben tegenwoordig startersprogramma’s als YES!Delft, waarmee ze studenten helpen met ontwikkelen van nieuwe producten.

Géén uitvinder

Natuurlijk brengen ze veel tijd in het laboratorium door, maar wie de mannen van de Powerwindow als uitvinders ziet heeft het mis, zeggen ze. „Een uitvinder, dan denk ik aan een einzelgänger in een schuur. Wij toetsen vanaf het begin alles bij potentiële klanten.” Grapperhaus: „Ik vind dat wij doen eerder innoveren.”

Geduld is geen overbodige karaktertrek voor ondernemende uitvinders. Rijlaarsdam moet zich soms „flink op de tong bijten”. Met de Dutchdam gaat hem lang niet alles snel genoeg. „Er moet nog heel wat worden terugverdiend”, erkent hij. Een patent aanvragen en behouden kan duizenden euro’s kosten, in de tussentijd moeten uitvinders leven van hun eerdere uitvindingen, prijzengeld, subsidies of een andere baan.

Juist het geduld kan een valkuil zijn voor de start-ups die zijn opgericht door een groep jonge uitvinders, denkt directeur Wouter Pijzel van de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU), waar de gemiddelde leeftijd van de duizend leden 56 jaar is en ze hun jonge leden „koesteren”.

Vaak vinden beginnende uitvinders het wiel opnieuw uit, zegt Pijzel. Dan zien ze dat hun idee nog niet op de markt is gebracht, maar dat zegt nog niks. Er kan allang patent op zijn aangevraagd. Daarom raadt Pijzel iedereen met een goed idee aan om niet meteen te veel tijd te besteden aan het sleutelen. Zijn tips: zorg eerst voor patentonderzoek, marktonderzoek, technisch onderzoek en dan een ondernemingsplan. Voor wie die volgorde aanhoudt en alle stappen succesvol doorloopt is het leven een stuk rooskleuriger, zegt hij.

Bij Powerwindow ervaren Grapperhaus en Kesteloo inderdaad dat alles langer duurt dan gehoopt. Ze zijn al twee jaar bezig met hun stroomopwekkende raam, onlangs vonden ze pas de juiste zonnecellen in Duitsland. Intussen leren ze zichzelf via ondernemersprogramma’s en wedstrijden hoe ze hun Powerwindow uiteindelijk op de markt zouden kunnen brengen.

Nog niet zo gemakkelijk, want bedrijven gaan liever aan de slag met hun eigen ideeën dan met die van particulieren. Wie een marktpartij zoekt voor zijn uitvinding, krijgt vaak te maken met het ‘not invented here syndrome’, constateert Pijzel van de NOVU. Dat is heel dom, zegt hij, want een bedrijf betaalt meestal alleen als het product omzet genereert.

Rijlaarsdam bracht zijn dam zelf op de markt. Sinds superstormen Katrina, in 2005, en Sandy, in 2012, heeft zijn vinding in de Verenigde Staten veel aandacht gekregen. Op Long Beach, New York, komt bijna twee kilometer van de opklapbare dam te staan, een project van 13 miljoen dollar.

99 stappen achteruit, 100 vooruit

Inmiddels hebben de eerste investeerders zich bij Powerwindow gemeld. De eerste twee onderzoeken voor het patent hebben Grapperhaus en Kesteloo doorstaan. Eventuele twijfels proberen ze meteen te bespreken.

En, zegt Rijlaarsdam, juist van problemen die een uitvinder tegenkomt, leert hij. „Want die onderken ik, en daar verzin ik oplossingen voor.” Dat is nou net het mooie van het uitvindersvak, voegt hij daaraan toe: 99 stappen achteruit, 100 stappen vooruit.