Driekwart van de olie kan nooit worden gebruikt

Wat is voor grote beleggers de beste manier om bedrijven ‘klimaatbewust’ te maken? „Als je uit bedrijven stapt, verlies je ook je invloed. Wij pleiten er juist voor betrokken te blijven”, zegt Erik-Jan Stork van pensioen- investeerder APG.

Kolencentrale van Polska Grupa Energetyczna in Belchatow, Polen. Op de voorgrond een bruinkoolmijn. Energiewinning uit kolen krijgt komende jaren zware klappen, voorspelt pensioeninvesteerder APG. Foto John Guillemin / Bloomberg

Soms duurt het even voordat de gesprekspartners van Erik-Jan Stork begrijpen dat ze geen milieuactivist tegenover zich hebben. Stork is duurzaamheid- en klimaatspecialist van pensioeninvesteerder APG, dat de vermogens beheert van pensioenfondsen ABP, bpfBOUW en SPW. Hij wil van grote vastgoedondernemingen, elektriciteitsmaatschappijen, olieconcerns en andere bedrijven weten wat zij doen aan klimaatbeleid.

Het gaat de pensioenfondsen daarbij niet alleen – of misschien niet eens in de eerste plaats – om het milieu. Zij willen er zeker van zijn dat de miljarden aan pensioengelden die worden geïnvesteerd veilig zijn en voldoende rendement opleveren.

Is het bijvoorbeeld nog wel verstandig om in steenkool te investeren? Wat gebeurt er met oude energiereuzen als RWE en E.ON als iedereen een eigen zonnepaneel op het dak zet? Hoe riskant is het om nog geld te steken in de exploratie van nieuwe olievelden?

Dat sommige bedrijven Stork daardoor verwarren met iemand van de klimaatbeweging is begrijpelijk. Milieugroepen zijn een succesvolle campagne begonnen om investeerders te waarschuwen voor de carbon bubble, de financiële risico’s van investeringen in fossiele brandstoffen.

De redenering is als volgt: wereldwijd is afgesproken de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde onder de twee graden Celsius te houden. Dat lukt alleen, zeggen wetenschappers, als de uitstoot van broeikasgassen fors daalt. En dat betekent dat ongeveer driekwart van de nu bekende voorraden aan fossiele brandstoffen onaangeroerd moet blijven. Dus waarom nog geld uitgeven aan het zoeken naar nieuwe olie- en gasvoorraden?

Toch is er volgens Stork een belangrijk verschil tussen hem en de activisten van de ‘carbon bubble’. „Zij vinden dat investeerders zich zo snel mogelijk uit de fossiele industrie moeten terugtrekken”, zegt Stork op de dertiende verdieping van een kantoor op de Amsterdamse Zuidas. „Maar door helemaal uit die bedrijven te stappen verlies je ook je invloed. Wij pleiten er juist voor om betrokken te blijven, zodat deze bedrijven effectieve maatregelen nemen om klimaatrisico’s te beheersen. En tegelijkertijd de financiële risico’s goed in kaart brengen en laten meewegen in investeringsbeslissingen.”

APG gebruikt daarbij de energiescenario’s van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), vertelt Stork. „Op basis daarvan hebben we de hele energieportfolio tegen het licht gehouden en de gevolgen voor onze investeringen in kaart gebracht. In het tweegradenscenario van het IEA komt nog steeds 64 procent van de energiehuishouding uit fossiele brandstoffen. Wel zal de energievraag afnemen door sterke besparingen, en ook verandert de mix. Meer duurzaam, meer gas. En minder steenkool, want dat is een bron met veel onzekerheid, een sector die het meeste kans maakt grote klappen te krijgen.”

Levenscyclus

Het risico van beleggingen is niet eenvoudig vast te stellen, ondervindt ook Eric Borremans, duurzaamheidexpert bij de Zwitserse vermogensbeheerder Pictet en vicevoorzitter van de IIGCC, een groep van internationale beleggers die klimaatrisico’s onderzoekt.

„Bij Pictet werken we met koolstofemissies per miljoen euro omzet”, vertelt Borremans in het kantoor van Pictet Asset Management in een statig pand aan de Amsterdamse Herengracht. Per sector probeert hij ijkpunten vast te stellen. „Een elektriciteitsbedrijf haalt bijvoorbeeld 2.000 ton CO2 per miljoen euro omzet, een telecombedrijf misschien 200 ton.”

Maar daarmee ben je er volgens Borremans nog lang niet. „Hou je bijvoorbeeld rekening met de diensten die bij bepaalde producten horen? Het maken van een auto kost energie, maar het gebruik ervan nog veel meer. Het maakt dus nogal uit of je bij een investering in de auto-industrie alleen kijkt naar de productie, of naar de totale levenscyclus van een auto. Datzelfde geldt voor olie. Een oliemaatschappij gebruikt energie om putten te slaan, om de olie te winnen, voor raffinage, enzovoort. Daarbij komt CO2 vrij, maar lang niet zo veel als bij de het verbranden van die olie. Bij Pictet vinden we dat je met al die facetten rekening moet houden.”

Koolstofvoetafdruk

De belangstelling van grote institutionele beleggers voor duurzaamheid groeit snel, zegt Borremans. Hij wijst op de Montréal Carbon Pledge van september vorig jaar, waarbij zich in korte tijd veel investeerders hebben aangesloten. Zij beloven de ‘koolstofvoetafdruk’ (hoeveelheid CO2 als gevolg van hun investeringen) openbaar te maken. De initiatiefnemers willen voor de grote klimaattop van eind dit jaar in Parijs voor 3.000 miljard dollar aan beleggingen onder de Montréal-belofte brengen.

Maar wanneer is de koolstofvoetafdruk te groot? En wanneer wordt een investering riskant? „We zien nu al in Europa dat bepaalde vormen van energieopwekking minder geld opbrengen dan waarop was gehoopt”, zegt Erik-Jan Stork. Dat geldt niet alleen voor kolencentrales, maar ook voor gasgestookte centrales, die een lagere koolstofvoetafdruk hebben en daardoor volgens Stork juist een van de energievormen zijn die ons op korte termijn door de transitie moeten helpen.

Volgens Borremans gaan investeringen niet over de emissies van vandaag, want die zijn het resultaat van besluiten die een bedrijf vijf jaar geleden heeft genomen. „En de huidige voetafdruk is niet representatief voor de emissies over vijf jaar. Vanuit een klimaatperspectief moet je vooral kijken naar de strategie van een bedrijf. Anticipeert de auto-industrie voldoende op Europese milieu-eisen voor schone auto’s? Houden energiemaatschappijen rekening met internationale afspraken over een strenger klimaatbeleid?”

Voor veel bedrijven gaat klimaatverandering ook nog over andere risico’s. „De fysieke gevolgen van de opwarming worden door sommige bedrijven ondergewaardeerd”, vindt Borremans. „Volgens het VN-klimaatpanel IPCC nemen extreme weergebeurtenissen toe. Dat dwingt bedrijven om in te schatten of die van invloed kunnen zijn op hun productiviteit.

„Dat geldt”, zegt Borremans, „voor onroerend goed in kwetsbare gebieden, maar ook voor sectoren die veel water gebruiken en voor landbouwsectoren die gevoelig zijn voor temperatuurstijging. Sommige bedrijven zullen verliezen, andere juist winnen als het warmer wordt. Maar allemaal zullen ze een beleid moeten ontwikkelen om de risico’s van ontwrichtingen te verkleinen.”

Strengere regulering

De Amerikaanse energiegigant ExxonMobil legde vorig jaar uit dat zijn bedrijfsvoering geen enkel gevaar loopt. Er zal de komende decennia toch geen strenge regulering van CO2-emissies komen, is de stellige overtuiging van ExxonMobil. Borremans noch Stork wil iets zeggen over een afzonderlijk bedrijf. In het algemeen, zegt Stork, zal APG geen genoegen nemen met een bedrijf dat uitsluitend een business as usual-scenario hanteert.

Zowel Borremans als Stork constateert dat het bedrijfsleven zich veel minder verzet tegen strengere regulering dan je misschien zou verwachten. Het belangrijkste is dat de regels duidelijk zijn, niet na elke verkiezing worden aangepast en voor iedereen min of meer gelijk zijn.

Als door de klimaattop in Parijs aan het eind van het jaar de koolstofprijs stijgt naar een bedrag 50 tot 100 euro per ton (nu rond de 5 euro), zou dat de duidelijkheid geven waar bedrijven op wachten. „Hoe minder ambitieus de uitkomst in Parijs is, hoe duurder de energietransitie op termijn wordt”, vreest Borremans.

„Tot voor kort werd klimaatbeleid altijd geassocieerd met: het kost geld”, zegt Stork. „Nu hoor je steeds vaker dat versterking van de economie en bescherming van het klimaat juist goed samengaan.”

Zou de wereldgemeenschap uiteindelijk bereid zijn om een deel van de kolen-, olie- en gasreserves in de grond te laten zitten. Ach, zegt Borremans met een citaat van een Saoedische klimaatonderhandelaar, „het stenen tijdperk eindigde ook niet door een gebrek aan stenen”.