Die verhoging was toch niet zo slim

Gisteren moest president-commissaris Van Slingelandt zich in de Kamer verantwoorden voor de omstreden salarisverhoging.

„Gelet op commotie wil ik toegeven dat onze weging wellicht niet de goede weging was”, zei Van Slingelandt gisteren. Foto Martijn Beekman/ANP

Eindelijk sprak hij zich uit: Rik van Slingelandt, de voorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro, over de omstreden loonsverhoging bij de staatsbank. Was Van Slingelandt tot nu onzichtbaar in de discussie, gisteravond liet hij weten dat hij de „gevoelens in de samenleving” heeft onderschat. De „ontstane emotie” zei hij te betreuren.

Van Slingelandt liet niet op eigen initiatief van zich horen. Hij was opgeroepen door de Tweede Kamer, waar gisteravond een hoorzitting was over de beloningen in de financiële sector. Na alle ophef over de salarisverhogingen bij ABN Amro wilden de Kamerleden nu weleens horen waarom de raad van commissarissen die verhogingen had goed gevonden.

Dus dat legde Van Slingelandt – 1946, strak in pak, zilvergrijze lok, goudgerande bril op zijn neus – de Kamerleden uit, schijnbaar onaangedaan door alle cameramannen en fotografen. Een moeilijke positie, want de salarisverhoging nú nog verdedigen zou niet handig zijn. Toegeven dat hij een fout heeft gemaakt, was ook niet handig. Want kan iemand die fouten maakt niet beter opstappen?

‘Begrip’ voor het ‘misnoegen’

Van Slingelandt schipperde tussen twee standpunten. Het was een „dilemma”, zei hij, die salarisverhoging. Aan de ene kant noemde hij de salarisverhoging „absoluut” een goed besluit. Want ABN Amro moet een goede werkgever zijn, vindt Van Slingelandt. Dat betekent: afspraak is afspraak. En ABN Amro moet goede bestuurders aantrekken, legde hij uit. En die krijg je niet zonder hoge salarissen.

Tegelijk heeft hij ook „begrip” voor het „misnoegen” dat is ontstaan over de „gewraakte 100.000” aan salarisverhoging. In de afweging bij het besluit over de salarisverhoging zijn de „gevoelens in samenleving” volgens hem „onderbelicht” gebleven. Dus: „gelet op commotie wil ik toegeven dat onze weging wellicht niet de goede weging was”.

Toch sprak hij de minister tegen

De positie van president-commissaris Van Slingelandt van ABN Amro staat niet ter discussie. Althans, als het aan minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) ligt. In de schriftelijke beantwoording van een lange lijst Kamervragen liet hij weten dat hij „vertrouwen” heeft in de raad van commissarissen. Hij heeft „niet overwogen” de raad van commissarissen te vervangen – en ook niet de raad van bestuur.

Volgens de gisteravond ook gehoorde FNV-bestuurder Mariëtte Patijn zijn medewerkers van de bank nog altijd boos en geschokt door de toegekende (maar inmiddels ook weer teruggestorte) salarisverhoging. Sterker: bij verschillende werknemersbijeenkomsten om het beloningsbeleid uit te leggen had de raad van bestuur volgens haar „weinig begrip” getoond voor alle commotie.

Hoewel Van Slingelandt plechtig verklaarde om „bij voorkeur niet de minister voor de voeten te lopen” sprak hij Dijsselbloem toch op één punt tegen. Hij zei dat de uitkering van de salarisverhoging vanaf maart 2014 plaatsvond, met terugwerkende kracht tot 1 januari. Dijsselbloem liet in een schriftelijke beantwoording aan de Kamer gisteren weten dat die verhoging vanaf juni 2014 werd uitbetaald. Misschien een detail, maar de oppositie zal alles proberen om zoveel mogelijk licht tussen de verklaringen van beide hoofdpersonen te ontdekken. Morgen is het de beurt aan Dijsselbloem om zich in een debat voor de Kamer te verantwoorden.