De Togacolumn: Loop ook eens binnen

Voor mij staat vast dat het lezen van een vonnis zal bijdragen aan begrip voor het oordeel; u mag het er daarna nog steeds hartgrondig mee oneens zijn, maar dan wel op basis van alle feiten. De Togacolumn, deze week, door bestuursrechter Joyce Lie.

Er worden elke dag honderden rechtszaken behandeld in de Nederlandse gerechtsgebouwen. Bijna al die rechtszaken zijn openbaar, dat wil zeggen: iedereen kan ze, zonder voorafgaande aanmelding, bijwonen. Kwestie van binnenlopen.

Die openbaarheid heeft een belangrijke reden. De rechtspleging dient immers gecontroleerd te worden, door de burger, door u.

Toch komt het zelden voor dat er iemand plaatsneemt op de publieke tribune van mijn rechtszaal. Dat kan natuurlijk met het rechtsgebied te maken hebben waarin ik werkzaam ben; het bestuursrecht spreekt over het algemeen wat minder tot de verbeelding dan bijvoorbeeld het strafrecht. Maar navraag bij strafrechtcollega’s leert dat ook daar de toeschouwersplaatsen vaak leeg blijven. Schoolklassen, studentengroepen en seniorenverenigingen weten de weg gelukkig nog wel te vinden. Geïnteresseerde enkelingen zijn echter zo zeldzaam dat je als rechter, wanneer er wel een keer iemand zit, bijna de neiging krijgt te vragen hoe die persoon nu toch in de rechtszaal verzeild is geraakt.

Tegelijkertijd lopen nieuwssites, kranten en andere media over van berichtgeving over rechtszaken. Er wordt bovendien steevast veel gereageerd op online berichten; niet zelden is de lijst reacties onder zo’n artikel vele malen langer dan het bericht zelf. Het recht leeft dus onder de mensen, en iedereen heeft er wel een mening over. Waarom dan toch steeds die lege zalen?

Berichtgeving in de media over rechtszaken is naar haar aard niet volledig. Journalisten zijn doorgaans nu eenmaal gehouden om bondig verslag te doen van wat zich heeft voltrokken in een rechtszaal, of van hoe een rechterlijk oordeel luidt. De reacties die berichtgeving over rechterlijke uitspraken oproept, zijn dikwijls niet mals. De ‘soft straffende D66-rechters’ blijft weinig bespaard in commentaren van sommige reaguurders, maar ook uit meer genuanceerde reacties blijkt soms dat de kloof tussen wat de rechter in zijn uitspraak oordeelt, en hoe dat oordeel wordt geïnterpreteerd, fiks is.

En weet u? Ik begrijp dat wel. Want ook ik betrap me er wel eens op dat ik, afgaande op berichten op nieuwssites, denk: “Wat gek, hoe kan dat nou?”

Maar wat ik er ook altijd meteen achteraan denk, is: “Hoe zit dat dan?”

En dan ga ik op zoek naar het vonnis. Naar de gedachtegang van de rechter, die daarin is vervat en haarfijn het pad blootlegt naar de uiteindelijke beslissing. Een voorbeeld daarvan is de zaak over het ‘parkeerkaartje’ (bestuursrecht, overigens!). De rechter die die uitspraak had gewezen, moest “inpakken en wegwezen”, zo schreef een columnist van een regionaal dagblad. Als we deze onzinnige uitspraken van rechters blijven pikken, glijden we af naar een dictatuur. Is er nu niemand die deze rechter even de les leert?”, luidt één van de reacties onder het stuk. Maar wie de uitspraak leest, zal al snel tot de conclusie kunnen komen dat die reacties vermoedelijk zijn geschreven zonder dat kennis is genomen van de uitspraak zelf.

Natuurlijk is het zo, dat niet ieder vonnis voor elke lezer even gemakkelijk te doorgronden zal zijn. Dat er een schone taak voor rechters is weggelegd om uitspraken in zo begrijpelijk mogelijke taal te motiveren, erken ik dan ook direct. Met dat onderwerp alleen al valt een column te vullen. Maar voor mij staat wel vast dat het lezen van een vonnis voor velen zal bijdragen aan begrip voor het oordeel. U mag het er daarna nog steeds hartgrondig mee oneens zijn, maar dan wel op basis van alle feiten.

In 2008 is een onderzoek verricht waaruit blijkt dat burgers die meer details over een strafzaak kennen en de zitting hebben bijgewoond, aanzienlijk minder zware straffen ‘uitdelen’ dan wanneer zij geen kennis van de inhoud van de zaak hadden gehad. Sterker, hun straffen zijn nagenoeg gelijk aan de straffen die rechters oplegden. Ook experimenten met lezersrechtbanken tonen dat keer op keer aan.

En dat brengt mij weer terug bij de zo jammerlijk lege zittingszalen waar ik dit stuk mee begon. Ik nodig u graag uit: loop gewoon eens binnen, kom eens kijken naar een zitting. Een heel handig hulpmiddel daarbij is bijvoorbeeld de zittingsagenda die het Openbaar Ministerie maandelijks publiceert. Zoek een zaak uit die u interessant lijkt, vorm in gedachten uw oordeel over wat u ziet- en toets of dat overeenkomt met het oordeel dat de rechter uiteindelijk velt. Misschien zult u nog verbaasd staan.

Joyce Lie is bestuursrechter bij de rechtbank Oost-Brabant. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Britta Böhler, advocaat en hoogleraar in Amsterdam.