De BV Nederland is een zwakke aandeelhouder, zegt de Rekenkamer

Volgens de Rekenkamer heeft de Nederlandse staat over zijn eigen deelnemingen in bedrijven bar weinig te zeggen.

De Nederlandse staat is een tandeloze aandeelhouder. De regering investeert ons belastinggeld in ondernemingen met een maatschappelijk belang als Schiphol, NS en Energie Beheer Nederland (EBN) en verdient er jaarlijks miljarden aan.

Maar inspraak en controle? Daar ontbreekt het aan, concludeert de Algemene Rekenkamer in een gisteren gepubliceerd rapport. Soms moet de staat zich schikken naar medeaandeelhouders, maar vaak zijn de bevoegdheden van de aandeelhouder niet vastgelegd of juist begrensd. Als ministeries zich wél mengen in grote besluiten van bedrijven, blijven de risico’s en financiële gevolgen hiervan onderbelicht. Ze halen vaak de ministerraad niet, laat staan dat de Tweede Kamer wordt geïnformeerd.

De Algemene Rekenkamer deed onderzoek onder 26 van de 37 staatsdeelnemingen van vorig jaar. Het gaat om bedrijven waarvan de staat 100 procent eigenaar is, zoals Covra (opslag kernafval), ProRail, de Staatsloterij, Holland Casino, Gasunie en netbeheerder TenneT. Van de meeste staatsdeelnemingen heeft de staat maar een stuk(je), zoals het Havenbedrijf Rotterdam (29 procent), KLM (6 procent) en defensie-elektronicaconcern Thales (1 procent). Tussen 2007 en 2013 verdiende de staat gemiddeld 4,4 miljard euro per jaar aan alle bedrijven, zij het dat het overgrote deel bestaat uit de rentebaten van De Nederlandsche Bank en uit olie-en gaswinning uit Nederlandse bodem.

Bij bijna eenderde van de ondernemingen, 11 in totaal, is niet in de statuten vastgelegd dat de staat als aandeelhouder goedkeuring moet geven aan (grote) besluiten. Bij 19 bedrijven is niks terug te vinden over de rol van de staat bij de strategie. Bij de Koninklijke Nederlandse Munt en Holland Casino, volledige staatsbedrijven, krijgt de aandeelhouder strategische documenten alleen ‘ter informatie’.

Bij een aantal bedrijven moet de staat wel goedkeuring geven aan grote of koersbepalende investeringen, maar pas boven een bepaald bedrag. Bij sommige bedrijven is de drempel zo hoog, zoals bij NS (2,2 miljard) en Schiphol (circa 580 miljoen), dat de staat zelden formeel om goedkeuring wordt gevraagd.

De Schiphol Group deed tussen 2008 en 2013 bijna 50 omvangrijke investeringen, volgens de jaarverslagen. Geen daarvan kwam boven de ‘goedkeuringsdrempel’ uit en zijn dus niet voorgelegd aan de aandeelhouders, aldus de Rekenkamer. Ja, de verbetering van de bagageafhandeling kostte zo’n 800 miljoen euro, maar dat beschouwde Schiphol niet als één groot maar als meerdere projecten.

De aandeelhouders van Schiphol hebben zich wel weer formeel kunnen uitspreken over de aandelenruil tussen Schiphol en het Franse Aéroports de Paris, waarbij Schiphol de Fransen per saldo 160 miljoen euro betaalde. Maar hier is de goedkeuring van de Staat weer slecht onderbouwd: er is wel oog voor de strategische positie van Schiphol, maar naar de gevolgen van de aandelenruil voor milieu en veiligheid wordt nauwelijks gekeken. De Rekenkamer vindt het een voorbeeld van het gebrek aan zorgvuldigheid en openheid van staatsdeelnemingen.

De instantie vindt dat het kabinet ook de Kamer betere informatiemoet geven, zoals actuele cijfers over de waarde, rendementen, dividenden en risico’s van staatsdeelnemingen. Het aandeelhouderschap zou ook losgekoppeld moeten worden van de verantwoordelijke ministeries, en vooral moeten liggen bij de minister van Financiën.