Bij Rats on Rafts groeit de woede

De nieuwe nummers van de Rotterdamse band Rats on Rafts mogen zich hullen in een waas van ruis en echo, in de kern gloeit nog altijd een felle emotie: woede. Rats on Rafts verwerkt frustratie tot muziek, niet door boze teksten maar door boze klank: de gitaarkreten, de militante drums. En, diep weg in de ruis, de verbeten zang van zanger/gitarist David Fagan.

De nieuwe cd Tape Hiss werd gepresenteerd op een boot in de Rotterdamse haven. Zelfs in het popperige ruim van dit V11 was het alsof Fagan in een lege fabriekshal stond te zingen. Kaatsend en hol. Hun debuut The Moon Is Big (2011) klonk al duister, maar Tape Hiss is nog ondoorgrondelijker. Vooral door de opname, waarbij een laag ruis over de liedjes is gelegd. Nu en dan priemt een gitaarsolo door de wolk van galm. Sommige nummers, bijvoorbeeld Rat Poison Face, worden een brij van geluid. Andere, zoals Powder Monkey, houden hun structuur.

Op het kleine podium stonden de drie gitaristen in het gelid. Maar hoe grimmig ook, de nieuwe en oude nummers samen creëerden een intense sfeer, zowel op het podium als bij het publiek. Op de banken werd gedanst, oma’s pogoden. De woede van Fagan werd de brandstof van de zaal.