Beloningen niet enige probleem ABN

De salarisrel is gesust. Maar ABN Amro kampt met meer kwesties die de twijfels over de bank voeden.

Een geslaagde beursgang onder rumoer is weinig kansrijk. Dus „rust en vertrouwen” moeten eerst terugkeren. Dat is het mantra dat minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) eindeloos herhaalt sinds hij de privatisering van ABN Amro twee weken geleden voor onbepaalde tijd uitstelde.

Directe aanleiding voor dat besluit was de recente ophef die was ontstaan over de salarisverhoging van zes leden van de raad van bestuur van 600.000 naar 700.000 euro. De Tweede Kamer sprak er schande van. De bank is immers met miljarden gered door de belastingbetaler en heeft duizenden banen geschrapt. De overgebleven 22.000 werknemers zitten op de nullijn.

Naast de salarisrel – waar de angel wel uit is sinds de top van ABN Amro de gewraakte ton vrijwillig heeft ingeleverd – dook nog een aantal kwesties op die de twijfels over de stabiliteit van de bank voeden. De minister gaat daar morgenochtend met de Kamer over in debat. Gisteren stuurde hij al een brief met antwoorden op een lange lijst met schriftelijke vragen.

1. Dubai

De minister stelt vast dat ABN Amro in Dubai „interne regels” heeft overtreden. „Dat is een ernstige zaak.” Maar, schrijft hij ook, de bank heeft „stevig en adequaat” ingegrepen. Toen de problemen aan het licht kwamen na een melding van een klokkenluider, heeft de bank „op eigen initiatief” de toezichthouders in Dubai en in Nederland op de hoogte gebracht. Volgens ABN Amro zelf is er „geen bewijs” gevonden voor witwaspraktijken. Maar daarmee is de zaak nog niet afgedaan. „De verdere beoordeling is aan het bevoegd gezag in Dubai.” Het is nog onduidelijk wanneer dat onderzoek wordt afgerond.

ABN Amro heeft Dijsselbloem niet van de kwestie op de hoogte gesteld – die hoorde er pas over toen er een publicatie over de zaak aankwam in het Financieele Dagblad. De bank zag „geen directe aanleiding” om aan haar enige aandeelhouder, de staat, te rapporteren. Maar dat neemt de minister ABN Amro niet kwalijk.

2. Gunvor

Ja, er zaten wat gaten in het anti-corruptiebeleid van ABN Amro, maar die heeft de bank inmiddels opgelost, schrijft Dijsselbloem in antwoord op vragen over een eind maart uitgelekte brief van De Nederlandsche Bank (DNB). Ook hoeven Kamerleden zich volgens de minister geen zorgen te maken over de relatie tussen de bank en olieconcern Gunvor, waarover DNB schreef. „De veronderstelling dat signalen over corruptie bij Gunvor jarenlang door ABN Amro zijn genegeerd is onjuist.”

In zijn motivering leunt de minister hevig op de informatie van de bank. Volgens ABN Amro is er „geen reden” om aan te nemen dat zij een boete zou krijgen voor zakendoen met Gunvor, omdat het bedrijf „op geen enkele internationale sanctielijst” staat. En „de vermeende relatie” tussen de Russische president Poetin en Gunvor heeft ABN Amro „niet vastgesteld”.

3. Integriteit

Ja, er bestond ook onvoldoende inzicht in nevenfuncties en privébelangen van de leden van de raad van commissarissen. Ook dat gebrek kwam naar voren uit de uitgelekte brief van DNB. Maar, schrijft de minister, ook dat gat is inmiddels gedicht. In mei vorig jaar hebben de commissarissen van ABN Amro ingestemd met de aanscherping van de „procedure”, die het probleem oplost. Zo zijn er nu scherpere regels voor het voorkomen van belangenverstrengeling.

De minister schrijft dat hij niet op de hoogte was van deze zorgen van DNB. Maar dat is „niet vreemd”, vindt hij. De gelekte brief is namelijk „toezichtsvertrouwelijke informatie”. Zulke informatie wordt niet met de aandeelhouder gedeeld – ook niet als dat de staat is.

4. Verhoudingen

ABN Amro en de minister kunnen nog best met elkaar overweg, schrijft hij – ook al veroordeelde Dijsselbloem de salarisverhoging, terwijl hij volgens de bank had beloofd die te zullen verdedigen. Maar de positie van de raad van bestuur en de raad van commissarissen staat niet ter discussie. De minister heeft „vertrouwen” in ze, schrijft hij. Ondanks alle toestanden heeft hij „niet overwogen” de bestuurders of commissarissen te vervangen.

Ook had de minister niets te maken met plotselinge vertrek van commissaris Peter Wakkie vorige week, schrijft hij. Wakkie, binnen de raad verantwoordelijk voor het beloningsbeleid, stapte op nadat hij de salarisverhoging van het bestuur van ABN Amro had verdedigd. Dat deed hij na in een interview in deze krant – twee dagen nadat de bestuurders de salarisverhoging juist hadden teruggedraaid. Over de verdediging van Wakkie heeft de minister, heel veilig, „geen oordeel”.

5. Beursgang

En hoe moet het nou met de beursgang? Vier keer herhaalt de minister dat er „rust en vertrouwen” moet zijn rond ABN Amro, voor hij een besluit kan nemen over de verkoop. Zonder is er „geen goede basis voor een terugkeer naar de markt”. Dijsselbloem wil geen voorspelling doen over wanneer hij denkt dat die basis er wel is. „Eerst moeten de nu lopende discussies worden afgerond.”

In reactie op de vraag of er „nog meer kwesties” spelen, schrijft de minister afgemeten dat hij niet begrijpt wat er met ‘kwesties’ bedoeld wordt. Maar daarna volgt toch een waarschuwing. In „een groot concern als ABN Amro” worden, schrijft hij, „fouten gemaakt”. En dan, zonder verdere toelichting: „Dat zal zich ook in de verdere aanloop naar de beursgang voordoen.”