Column

Antisemitisme

In een filmpje op internet konden we supporters van FC Utrecht tijdens de wedstrijd FC Utrecht – Ajax horen zingen: „Mijn vader zat bij de commando’s, mijn moeder zat bij de SS. En samen verbrandden wij Joden, want Joden die branden het best.”

Wat zou ik graag het creatieve proces kennen waarvan deze regels het resultaat zijn. Hoe zou zoiets beginnen en vervolgens steeds vastere vorm krijgen? Op dat filmpje waren alleen stemmen en klappende handen op een tribune te horen, hoofden bleven buiten beeld. Ik schat dat het tien, vijftien mensen waren, vermoedelijk allemaal jonge mannen.

Misschien begon het met een simpel mailtje of sms’je: „Zondag Ajax! Laten we samen iets leuks verzinnen.” Reactie: „Doen we. Bij jouw thuis of in het café?” Andere reactie: „Waarover moet het gaan? Iets over Joden?” De initiatiefnemer: „Als het maar leuk is!”

Zo gezegd, zo gezongen – al heeft het ongetwijfeld nog een poosje geduurd voor ze het bij elkaar gerijmd („SS – best”) hadden. Ze zaten bij de initiatiefnemer thuis, want pottenkijkers konden ze er niet bij gebruiken. Een biertje en een jointje erbij – en maar lachen. Wat rijmde er nog meer op Joden? Natuurlijk: zoden! Joden onder de zoden! Leuk, maar het viel lastig te combineren met dat verbranden: iets wat verbrand was hoefde je niet meer te begraven.

Zo moeten ze nog heel wat gebrainstormd hebben voordat die twee regels eindelijk op papier stonden en bij meerderheid waren aangenomen. Toen volgde nog het instuderen, want je kunt op zo’n tribune niet van een papiertje zingen. Het moet er meteen unisono, uit volle borst en liefst goed verstaanbaar uitkomen, want de mensen in het stadion, en zeker die verdomde Amsterdammers, moeten wel weten waar het over gaat.

Zal er nog iemand tijdens de voorbereidingen een bezwaar(tje) hebben laten horen? Niet waarschijnlijk. De stemming zat er te goed in. Zo’n bezwaar zou ook meteen zijn weggewuifd met een verwijzing naar de traditie in de Nederlandse voetbalstadions.

Al in 1986 klonk tijdens FC Den Haag – Ajax massaal de kreet: „We gaan op Jodenjacht”. Een jaar later zette de burgemeester van Amsterdam honderden Haagse supporters de stad uit toen ze onder het brengen van de Hitler-groet „Dood aan de Joden” schreeuwden en Joodse woningen bedreigden.

Daarna begonnen ook supporters van FC Utrecht hun antisemitische opmars. Zowel in 1993 als in 2003 liet de Amsterdamse burgemeester honderden supporters naar Utrecht terugsturen nog voordat de wedstrijd begonnen was. In 2003 was ik er zelf getuige van hoe de supporters, opgesloten in hun trein voor de Arena, woedend „Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas” scandeerden.

Maar, verweren die supporters zich altijd, fanatieke Ajax-supporters doen er toch zelf aan mee door „Joden, Joden”, „Joden worden kampioen” en „Wie niet springt die is geen Jood” te roepen en te zingen? Dat is waar en de leiding van Ajax heeft ook vaak gezegd daar niet gelukkig mee te zijn, maar dat helpt niet; men heeft daarom helaas besloten erin te berusten.

Strijdbaarder is de Stichting Bestrijding Antisemitisme die nu aangifte tegen FC Utrecht heeft gedaan, nadat men al eerder – in 2011 – hierover een kort geding tegen ADO Den Haag had gewonnen. Dat zal ook niet écht helpen, maar als symbolisch gebaar kan zo’n aangifte geen kwaad. Wie berust, stemt toe.