‘74 procent van de Nederlanders steunt het vrijhandelsverdrag TTIP’

Dat twitterde Europarlementariër Marietje Schaake (D66).

In zijn tv-programma ‘Zondag met Lubach’ belichtte cabaretier Arjen Lubach half maart hilarische en problematische onderdelen van het TTIP.

De aanleiding

Het getal duikt steeds weer op: 74 procent van de Nederlanders zou het trans-Atlantisch vrijhandelsverdrag TTIP (Transatlantic Trade & Investment Partnership) steunen.

Een tijdje geleden twitterde D66-Europarlementariër Marietje Schaake bijvoorbeeld een kaartje waarop dat getal te zien was. En vorig weekeinde noemden Robert Went en Hella Hueck het cijfer in hun artikel over globalisering op de website van RTL Nieuws. Zij vroegen zich af of dit cijfer wel klopte: ‘Hoe kan je voor een verdrag zijn, als je nauwelijks weet wat de consequenties zijn?’

TTIP is een verdrag tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie waarover nu wordt onderhandeld. Het is nog onduidelijk of er überhaupt overeenstemming wordt bereikt en wanneer het dan in werking treedt. TTIP wil onder meer regels en normen die in de VS en de EU gelden voor de productie van goederen gelijktrekken.

Tegenstanders vrezen dat dit ertoe leidt dat de EU regels over bijvoorbeeld veiligheid, milieu en dierenwelzijn moet versoepelen. Ondanks deze kritische geluiden is over het verdrag nauwelijks een publiek debat. Dat kan liggen aan het feit dat het onbekend is bij het grote publiek. Niettemin zou dus driekwart van de Nederlanders TTIP toejuichen. Klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Het getal komt uit de afgelopen herfsteditie van de Eurobarometer, het opinieonderzoek van de Europese Commissie. Voor het Nederlandse onderdeel van dit onderzoek deed TNS Nipo in november 2014 een representatieve steekproef onder 1.010 Nederlanders.

En, klopt het?

Het getal klopt inderdaad, maar in de vraag kwam het woord TTIP niet voor. Uit de Eurobarometer blijkt dat de respondenten moesten aangeven of ze voor of tegen ‘een vrijhandels- en investeringsverdrag tussen de EU en de VS’ waren. (‘Ik weet het niet’ was ook een optie). Van de Nederlandse deelnemers had 74 procent aangegeven voor te zijn.

Maar het is onduidelijk of de respondenten wisten wat zo’n vrijhandelsverdrag inhoudt. ‘Een’ vrijhandelsverdrag is immers nogal breed, en het hoeft dan niet specifiek over TTIP te gaan.

Martijn Schalkwijk van TNS Nipo laat weten dat het Nederlandse onderzoeksbureau precies dezelfde vragen heeft gehanteerd als die uit de Eurobarometer. In de Nederlandse vragenlijst ging het dus ook niet specifiek over TTIP, en de onderzoekers weten niet of de ondervraagden TTIP inhoudelijk kenden.

Daarnaast is het óók onduidelijk hoeveel Nederlanders eigenlijk weten wat TTIP inhoudt. Hierover zijn geen cijfers, maar gezien de geringe aandacht voor en de complexiteit van het onderwerp kunnen we wel aannemen dat het verdrag niet zo bekend is.

Zijn er nog andere cijfers over de steun voor TTIP in Nederland? Volgens Cecilia Thorfinn van het voorlichtingsbureau van de Europese Commissie in Den Haag is het cijfer uit de Eurobarometer het meest recente. Robert Went, medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die vorige week op de website van RTL Nieuws een longread publiceerde over globalisering en TTIP, zegt geen andere peilingen hierover te kennen.

Conclusie

Van de Nederlandse ondervraagden van de Eurobarometer gaf afgelopen najaar 74 procent aan voor een vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU te zijn. Wat dit verdrag zou inhouden, werd in de vraag niet genoemd en het woord TTIP evenmin. Andere opiniepeilingen zijn niet beschikbaar. Nog los hiervan is maar een klein deel van de bevolking überhaupt bekend met het verdrag. We beoordelen de stelling als ongefundeerd.